Archeologie als politiek instrument

Honderden toeristen, soldaten, Israëlische schoolkinderen en andere belangstellenden bezoeken elke doordeweekse dag de ”Stad van David” in Jeruzalem. Het themapark is zodanig opgezet dat de nadruk ligt op koning David en andere Judese vorsten. Maar hoe zit dat met de andere culturen die hier bloeiden? En met de huidige bewoners?

De Stad van David bevindt zich aan de ingang van de Arabische wijk Silwan. Het archeologisch onderzoek in dit gedeelte van Jeruzalem is nog in volle gang. Voor de ingang van de Stad van David wordt een gigantische opgraving uitgevoerd. Hier bevond zich vroeger een parkeerterrein, die diende voor de bezoekers en voor de Palestijnen die in het hoogste en centrale gedeelte van de wijk Silwan wonen.

We lopen langs de gewapende wacht voor de Stad van David, langs de loketten en de winkeltjes waar zich een groep meisjes heeft verzameld, klaar om met een rondleiding te beginnen. De dienst voor de Israëlische parken heeft het beheer over het park overgedragen aan Elad. Deze organisatie heeft als politiek doel Joden te vestigen in dit deel van Jeruzalem. In Silwan wonen vandaag de dag ongeveer 400 nationaal-religieuze Israëliërs en 40.000 Palestijnen.

Stad van David

De Israëlische archeologe Eilat Mazar zei enkele jaren geleden dat ze een paleis had ontdekt, mogelijk dat van David. Bezoekers kunnen dat paleis nu bewonderen. De boodschap die het park wil geven is duidelijk: vroeger was dit een Joods gebied, en nu is het weer een Joods gebied.

Kanttekeningen

Ook de Israëlische archeoloog Yonathan Mizrachi verzorgt rondleidingen. Wie met hem op stap gaat, krijgt een ander verhaal te horen dan dat van de gidsen van de Stad van David. Ook hij is zich bewust van het historisch belang van dit gedeelte van Jeruzalem. Hij plaatst echter kritische kanttekeningen bij de wijze waarop er in dit gedeelte van Jeruzalem archeologie wordt bedreven.

Mizrachi studeerde aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, werkte voor de Israëlische Dienst voor Oudheden en deed archeologisch onderzoek op de plaats waar de veiligheidsbarrière werd opgericht. Ook richtte hij Emek Shaveh op. Deze organisatie richt de aandacht op de rol van archeologie in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Betrokkenen geloven dat archeologie ook kan dienen voor het bouwen van bruggen tussen verschillende mensen en culturen.

Hij wijst erop dat er in dit gedeelte van Jeruzalem veel culturen bestonden. Uit de archeologische gegevens is slechts weinig met zekerheid af te leiden. Voor een wetenschapper is het volgens hem moeilijk te erkennen dat er vragen zijn waar geen antwoord op bestaat. Archeologie houdt zich bezig met de studie van ruïnes. En die vormen het product van verwoestingen, natuurrampen, migraties van bevolkingen en het opnieuw gebruiken van de overblijfselen door andere volken. Daarom past de archeologie bescheidenheid.

Mizrachi zegt niet dat de archeologen of mensen van Elad de Kanaänitische, Romeinse of Byzantijnse perioden negeren. Maar de vraag is waarop de nadruk wordt gelegd. „Waar zijn we? Zijn we in de Stad van David? In Oud-Jeruzalem? Of in Silwan?” Elad spreekt van de Stad van David, de Palestijnen van Silwan, en Mizrachi van Oud-Jeruzalem.

Weinig gegevens

Terwijl we verder de berghelling afdalen legt hij uit wat hij bedoelt. „We zien hier geen paleizen, maar stenen en overblijfselen van bouwwerken. Zeggen dat hier een paleis was, is een interpretatie die op heel weinig gegevens is gebaseerd. Zoiets blijft altijd discutabel. De gemiddelde persoon die hier komt begrijpt niets van wat hij ziet. Dat geldt ook voor archeologen. Ze moeten eerst snappen wat ze zien en vervolgens moeten ze dat interpreteren. Dat is nooit objectief. Interpretatie is een mengsel van religie, geslacht, nationaliteit en politieke opinies. Archeologie is geen objectieve wetenschap. Er zijn altijd verschillende manieren waarop het verleden geïnterpreteerd kan worden. Dat maakt het boeiend voor mensen die daarvoor openstaan.”

Archeologie houdt zich bezig met culturen, aldus Mizrachi, en niet met personen. Wat deze wetenschap kan laten zien is hoe deze zich ontwikkelden, waarom in de oudheid de mensen zich hier vestigden en hoe ze leefden. En hier in het oude Jeruzalem: waar woonden de mensen van hogere stand en waar de lagere klasse?

Vrouwenfiguur

Wat bijvoorbeeld blijkt is dat er in de achtste eeuw voor Christus –de tijd van de eerste Judese koningen– in elk huis een beeldje was van een vrouwenfiguur. Dat duidt op een wijdverspreide verering van afgoden. Wat moesten de mensen hiermee als ze maar één God dienden? De rituelen in Jeruzalem tijdens de koningen van Juda zijn slechts gedeeltelijk bekend, maar de toenmalige praktijken wijken in elk geval duidelijk af van het huidige Jodendom, met bijvoorbeeld het bijeenkomen in synagogen en het lezen van heilige teksten.

De gidsen van Elad verbinden echter het bijna 3000 jaar oude verleden aan het heden. „De boodschap is: het verleden is van ons. Archeologie wordt zo een politiek instrument. De Palestijnen hebben niets met deze geschiedenis te maken; misschien kwamen zij pas honderd jaar geleden hier wonen. Onze voorouders waren hier 3000 jaar geleden. Ze zeggen dat daar bewijs voor bestaat, maar dat bewijs is niet exact wetenschappelijk.”

Emek Shaveh gelooft dat de staat een proces in beweging heeft gezet dat potentieel gevaarlijke politieke consequenties heeft en archeologie als onafhankelijk gebied van onderzoek ondermijnt. Dat deed de overheid door het beheer te geven aan een particuliere groep met „een extreem politieke agenda.”

El Bustan

Het park biedt ook uitzicht op El Bustan, een deel van Silwan. De gemeente Jeruzalem heeft gezegd dat de huizen ”zonder vergunning” zijn gebouwd en heeft vastgesteld dat de woningen weer afgebroken moeten worden. De huizen moeten plaatsmaken voor een toeristisch gebied dat de naam ”Park van de Koningen” moet krijgen. Daar namelijk zouden de koningen vroeger hun tuin hebben gehad. Maar tot de sloop is de gemeente Jeruzalem nog steeds niet overgegaan. De afbraak stuit op internationale tegenstand. Bovendien kunnen ernstige onlusten het gevolg zijn.

Sommige huizen langs de wandelroute zijn bewoond door Palestijnen, andere door Israëliërs, zo leiden we af uit de vlaggen die hier wapperen. Elad probeert meer Joden in dit gebied te krijgen. Regelmatig doen er zich botsingen voor tussen de grenspolitie en Palestijnse jongeren. In mei werd er tijdens ongeregeldheden een Palestijnse jongen doodgeschoten.

Cultureel erfgoed

Mizrachi gelooft dat de archeologie het culturele erfgoed van volken van alle culturele en religieuze achtergronden moet bewaren. Daarom moet deze wetenschap rekening houden met de omgeving, de bewoners en de sociale en politieke situatie voor, gedurende en na de opgraving. Dit is de enige manier om te voorkomen dat archeologisch onderzoek een politiek middel wordt om de belangen van bepaalde groepen te benadelen en die van andere te bevorderen.

Yonathan Mizrachi (r) in gesprek met een Palestijnse bewoner van Silwan.

Het beheer zou volgens Emek Shaveh in handen van een neutrale overheidsinstantie moeten worden gelegd. De organisatie vindt ook dat iedereen die oud Jeruzalem bezoekt de indruk zou moeten krijgen dat de vondsten uit de diverse periodes, culturen en religies niet aan een bepaalde cultuur behoren maar tot de mensheid als geheel.

Met elke spade meer Joodse geschiedenis

Eladwoordvoerder Doron Spielman zegt dat negentien archeologische teams in de afgelopen 150 jaar opgravingen hebben verricht in de Stad van David. De onderzoekers hebben vooral gewerkt aan de twee belangrijkste archeologische lagen: de eerste is de Kanaänitische, de tweede die uit de tijd van de Eerste Tempel (961 tot 586 voor Christus – de tijd van de Judese koningen). „Daarna ging de Stad van David achteruit. De Arabieren kenden deze niet eens. Ze begrepen niet dat Jeruzalem op deze heuvel lag. Ze plaatsten de Stad van David zelfs buiten de stadsmuren.”

Israëlische schoolmeisjes bezoeken de Stad van David.

Volgens Spielman dient elke archeologische plaats zich ergens op te richten. Hier is dat de Kanaänitische laag en de Eerste Tempelperiode. „Als we ons zouden richten op twintig verschillende culturen, waarvan sommige misschien slechts een restlaag van een enkele centimeter hebben, zou dit voor niemand interessant zijn. De Stad van David duidt op een indrukwekkende, duizend jaar lange Joodse bewoning van Jeruzalem. Met elke spade die we in de grond steken komt er meer Joodse geschiedenis aan het licht.”

Waar geen twijfel over bestaat, is dat er gedurende de Eerste Tempelperiode een belangrijke Joodse nederzetting bestond in de Stad van David. Er zijn volgens hem „vele namen en inscripties gevonden van mensen die in de Bijbel worden genoemd.” Verder was de stad versterkt.

Spielman kan niet zeggen dat het paleis aan David behoorde, omdat er geen inscriptie is aangetroffen. Wel was dit gebouw in gebruik voor David en in de Eerste Tempelperiode. Dat blijkt uit de zegels die gevonden zijn. „We kunnen veronderstellen dat het in de tijd van David gebruikt werd, maar we hebben bewijs nodig om dat met zekerheid te kunnen zeggen.”

Volgens hem wonen er nu Joodse families in de Stad van David „omdat Arabieren hun huizen willen verkopen, en Joden die willen kopen.”

Beeld: © Alfred Muller