Tiberias

Oud Tiberias met op de voorgrond de plek waar het Sanhedrin lag en op de achtergrond het Meer van Galilea. Foto: © Alfred Muller
Oud Tiberias met op de voorgrond de plek waar het Sanhedrin lag en op de achtergrond het Meer van Galilea. Foto: © Alfred Muller

In de Romeinse tijd was Tiberias een aantrekkelijke plaats, met aan de ene kant het Meer van Galilea en aan de andere kant de berg Benerice. De ruïnes van de nieuwtestamentische stad liggen ten zuiden van de moderne stad Tiberias.

De viervorst Herodes Antipas, die regeerde van 4 v.Chr. tot 39 n.Chr., liet de stad bouwen. Hij erfde samen met twee broers het rijk van Herodes de Grote. Hij kreeg de Joodse gebieden Galilea en Perea. Perea lag aan de oostzijde van de Jordaan.

Herodes Antipas was dus koning in de tijd van Jezus. Hij leefde samen met Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Toen Johannes de Doper daar aanmerkingen op maakte, liet Herodes hem gevangen nemen. Door toedoen van Herodias werd hij later onthoofd. Jezus noemt Herodes ‘de vos’. (Lucas 13:32.)

Hij probeerde de traditie van zijn vader voort te zetten. Dat wil zeggen: ook hij wenste grote bouwwerken op hun naam te zetten. Herodes Antipas liet drie steden bouwen, waaronder Tiberias rondom het jaar 20. Hij noemde de stad naar de Romeinse keizer Tiberius en hij maakte er daarna de hoofdstad van Galilea van.

Winkelstraat

Twee belangrijke wegen liepen van het noorden naar het zuiden van Tiberias. De ene straat was de belangrijkste winkelstraat, de cardo, en de andere een promenade, die aan de kant van het water onbebouwd was. Hij spaarde kosten noch moeite. De stad kreeg een theater, een sportstadion en luxe baden.

Religieuze Joden weigerden aanvankelijk in de stad te wonen, omdat deze op een begraafplaats lag. Herodes dwong vervolgens vroegere slaven, armen en soldaten zich er te vestigen. Jezus is waarschijnlijk niet in de stad geweest.

Na de Joodse opstand van Bar Kochba (132-135) onderging Tiberias een opbloei. De Romeinse keizer Hadrianus verklaarde Jeruzalem tot verboden terrein voor de Joden. Rabbi Shimon Bar Yochai reinigde iberias door de botten te verwijderen. In Tiberias kregen de Palestijnse Talmoed en andere Joodse teksten hun vaste vorm.

Rabbijn Johanan ben Nappaha (180-279) richtte er een Joodse academie op. Onder zijn leiding kwam het Sanhedrin er in 240 bijeen. Het Sanhedrin was de hoogste Joodse raad, bestaande uit 71 wijzen. Na de verwoesting van de tempel in het jaar 70 verhuisde de raad naar Yavne. Vervolgens ging de raad naar verschillende plaatsen in Galilea. Tenslotte bleef het Sanhedrin in Tiberias.

25 kamers

Een uit de vierde eeuw daterend gebouw waar de raad was gevestigd, had een oppervlakte van tweeduizend vierkante meter en telde 25 kamers. De belangrijkste delen waren een met pilaren omgeven hof, een gang en een ontvangsthal met een halfronde apsis (uitbouw, red.). Onder de hof troffen de archeologen een grote waterput aan.

De onderzoekers vonden onder de apsis een marmeren vloer uit de eerste eeuw. De vloer moet behoord hebben tot een huis dat het eigendom was van een buitengewoon rijk persoon. De onderzoekers geloven dat het gebouw een paleis was van Herodes Antipas.

Net ten zuiden van Tiberias lag een belangrijke plaats, Hamat. Hamat  betekent ‘warm’ en telt zeventien heetwaterbronnen. Elders rond het meer zijn nog meer van dergelijke bronnen. De mensen geloofden dat zieken daar genezen konden worden. Het is dus geen wonder dat in deze streek veel zieken waren, waarvan velen met nieuwe hoop werden vervuld, toen ze over Jezus hoorden.

(Dit artikel verscheen eerder in Israël Aktueel in de serie Bijbelse geografie en archeologie.)

%d bloggers liken dit: