Jeruzalem: „Je springt tegen de muren op”

Dit artikel is maandag geschreven voor de serie “post uit” voor het RD. Het aantal coronagevallen in Israël is donderdagmorgen gestegen tot 427 gevallen. Burgers mogen alleen de straat op bij noodzaak. De schappen winkels blijven goed gevuld. De mensen zien er bezorgd uit, maar er is geen paniek.

Bij de kassa in de supermarkt hangt een mededeling in het Hebreeuws: ”In opdracht van het ministerie van Gezondheid: alsjeblieft, houd afstand van elkaar.”

Een vroegere buurvrouw, die ook af wil rekenen, zegt: „Ik mag mijn kleinkinderen niet meer zien.” Het ministerie van Gezondheid heeft namelijk bepaald dat ouderen afstand moeten houden van kinderen. „Wat een idiote regeling. Dan kwijn je weg van depressie. Je springt nu al tegen de muren op.” De caissière draagt evenals haar collega’s plastic handschoenen. „Ik mag mijn kleinkinderen ook niet meer zien”, zegt ze.

Toiletpapier

Voor de supermarkt in onze wijk staan stapels toiletpapier van zeker twee meter hoog en van verschillende merken. Dat lijkt op zichzelf bijzonder, maar dat is het niet, want ze staan daar altijd tijdens de openingsuren. Ook in de winkel zelf is nergens gebrek aan. De schappen zijn vrij vol. Misschien dat net die ene soort Italiaanse spaghettisaus niet meer aanwezig is, maar al het andere is er wel.

Ook in Israël was er de afgelopen dagen een stormloop op de winkels van burgers die in paniek waren geraakt. De televisie toonde beelden van vrouwen die de winkelwagens boordevol met wc-papier, cornflakes en blikken maïs vulden.

Bevoorrading

De TV wisselde deze beelden af met interviews met insiders die zeiden dat er geen enkele reden tot paniek is. Er zijn volop producten aanwezig in het land en er is nergens gebrek aan. Bij ons in de buurt lijkt het systeem van bevoorrading overal goed te werken.

Elders in het winkelcentrum zijn sommige zaken dicht. De cafés zijn gesloten, maar de deuren staan open. Het afhalen van eten en drinken is namelijk wel toegestaan.

Politieagenten

De stoeltjes staan opgestapeld. Voor het ene café staan politieagenten en bij het andere zitten de klanten gezellig op een muurtje koffie te drinken en met elkaar te praten. De regel ”twee meter afstand van elkaar houden” wordt hier met voeten getreden.

In het postkantoor in het centrum van de stad worden ook de nodige voorzorgsmaatregelen genomen. Of de klanten na het trekken van een nummer buiten willen wachten. Er is een papier op het raam geplakt waarop valt te lezen dat de openingstijden zijn verkort en dat het publiek thuis afspraken voor over enkele dagen moet maken via de applicatie van de posterijen. Voor de loketten hangen lappen plastic om het personeel te beschermen tegen kuchende, hoestende en niezende klanten. In deze tijd van het jaar hebben ook hele scharen last van ‘gewone’ verkoudheid.

Zitplaatsen

Op straat is het bijna even druk als anders. De bussen rijden volop, maar ze zitten minder vol dan anders. Voor de voorste stoelen hangt een lint in een rood-witte kleur, dat we kennen van politie-afsluitingen van plekken waar een aanslag of moord is gepleegd. Deze zitplaatsen moeten vrij blijven, want de chauffeur komt ook graag weer gezond thuis. Bij één chauffeur hangt het lint gelijk achter de voordeur. Passagiers kunnen alleen door de achterdeuren instappen. Geen probleem, want inchecken voor de rit kan overal.

Alle ramen staan open, hoewel het nog koud is in deze tijd van het jaar. De chauffeur trapt het gaspedaal in alsof zijn leven ervan afhangt en met een noodtempo razen we door de stad. Met de bus reizen in Jeruzalem is nog niet vaak zo prettig geweest.

Beeld: bij het postkantoor dinsdagmorgen.