Roemeense elite gleed af tot fascisme en antisemitisme

Pas in de jaren negentig gaf de familie toestemming tot publicatie. Dr. Leon Volovici van het Vidal Sasson-centrum voor de studie van het antisemitisme van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem voorzag het boek van een introductie en voetnoten voor de Roemeense editie. Gabriela Omât ontcijferde het handschrift. Het boek verscheen in 1996 op de Roemeense markt. Het sloeg in als een bom.

Het boek namelijk dwong de Roemenen het verleden onder ogen te zien. Mihail Sebastian, de Roemeense schrijver van romans en toneelstukken, beschreef in zijn dagboek hoe de intellectuele elite in Boekarest afgleed tot het fascisme en het daarmee verbonden antisemitisme. Het boek veroorzaakte een publiek debat, dat tot op heden doorgaat. Vasile Popivici, een literaire criticus, schreef: “Een overweldigend gevoel van schaamte verspreidt zich over een hele periode van nationale cultuur en geschiedenis. En de schaduw bedekt ook u.”

Dagboek

Mihail Sebastian begon zijn dagboek in 1935 en het eindigde op 31 december 1944. In deze periode kende Roemenië drie verschillende antisemitische dictators, waarvan elke erger was dan de vorige. Het begon met het regime van koning Carol II, die regeerde van februari 1938 tot september 1940. Hij werd opgevolgd door Ion Antonescu en de IJzeren Garde (september 1940-januari 1941). Het eindigde met Ion Antonescu als alleenheerser van 1941 tot 1944. Het boek geeft niet alleen een kroniek van de donkere jaren van het fascisme. Het gaf ook een analyse van het sociale en culturele leven van zijn dagen, de muziek waarvan hij hield, de boeken die hij las en de liefdesavonturen waarin hij verwikkeld was.

Een Franse editie verscheen in 1998 en een Engelse in 2000. De Engelse editie werd voorzien van een introductie en voetnoten door Radu Ionid en uitgegeven in samenwerking met het Holocaust Memorial Museum in de Verenigde Staten.

Tegenstelling

Mihail Sebastian is een pseudoniem voor Iosif Hechter, die in 1907 in Braila aan de Donau werd geboren. Hij respecteerde het geloof van zijn voorouders en hij weigerde zich te bekeren tot het katholicisme, zoals sommige Joden deden om aan de vervolgingen te ontsnappen. Hij beschouwde zichzelf in de eerste plaats als een Roemeen. Maar hij kwam tot de pijnlijke ontdekking dat dat een illusie was.

Sebastian moest leven met een tegenstelling. Veel van zijn vrienden sloten zich aan bij de IJzeren Garde, de fascistische partij in Roemenië, maar toch bleven ze zijn vrienden. Hij bleef hopen dat zij op een zeker moment hun fout zouden inzien en zich af zouden keren van hun extreem rechtse politieke denkbeelden. Ionescu en zijn vrienden verwierpen hem omdat hij Joods was.

Tot zijn vrienden behoorden de schrijver Mircea Eliade, die stelde dat Roemenië elke buitenlandse invloed diende te weren. Eliade werd later een beroemd Roemeens-Amerikaanse godsdiensthistoricus. Hij was een van de belangrijkste intellectuelen, waartegen zijn landgenoten enorm opkeken. Volovici zegt van hem: “Het beeld dat het dagboek van hem geeft, namelijk dat hij betrokken was bij de pro-nazistische en fascistische beweging, veroorzaakte een grote schok. De bekendmaking kwam niet van een vijand, maar van een goede vriend.”

Voorzover bekend heeft Eliade nooit zijn spijt betuigd over zijn betrokkenheid bij het fascisme en zijn antisemitische uitbarstingen. In 1936 deed Sebastian nog “alles wat mogelijk is” om Eliade als zijn vriend te houden, maar in maart 1937 zag hij in dat zijn pogingen vruchteloos zijn. “De situatie wordt steeds pijnlijker”, schreef hij op 25 februari 1937. “Ik heb het gevoel dat ik de dubbelhartigheid van onze vriendschap niet langer kan verdragen.” Hij kon het ook niet meer opbrengen de artikelen van Eliade te lezen.

Anderen die het fascisme steunden waren de succesvolle schrijver Camil Petrescu en de denker Constantin Noica, die in 1940 stelt dat Roemenië helemaal antisemitisch moet worden. Ook vrouwen bleken niet ongevoelig voor de extreme denkbeelden. Hij schreef hoe de actrice Marietta Sadova eiste dat alle buitenlandse films wettelijk verboden zouden moeten worden. “Wij zijn in Roemenië en ze zullen Roemeens moeten spreken.” Hij wees haar erop dat ze zich in de meest verontrustende fase van het nationalisme bevond.

Respect

Sebastian was vooral geschokt door de houding van Nae Ionescu, bij wie hij colleges filosofie had gevolgd aan de universiteit van Boekarest. Sebastian vroeg hem in 1934 een voorwoord te schrijven voor de roman “Voor 2000 Jaar”, die handelde over de omstandigheden waarin Joodse intellectuelen in Boekarest in de jaren twintig en dertig leefden. Maar Ionescu, die eens respect voor het Jodendom had getoond en Sebastian als schrijver had ontdekt en gesteund, bleek nu aanhanger van het fascisme. Hij schreef een voorwoord, waarin hij een theologische rechtvaardiging voor het antisemitisme gaf. Hij stelde ook dat een Jood geen deel kon uitmaken van de nationale gemeenschap. “Iemand kan in de dienst staan van een gemeenschap, en kan deze zelfs willen dienen, en kan zijn leven er zelfs voor willen geven, maar dat brengt hem er niet dichter bij.” De nationalistische Ionescu sprak van de “illusie van de assimilatie.” Sebastian besloot het zwaar beledigende voorwoord echter toch op te nemen in zijn boek. Want hij had hem dat tenslotte gevraagd.

Toen Ionescu in 1938 gearresteerd werd vanwege zijn activiteiten als leider van de IJzeren Garde, was Sebastian verontrust. Hij bleef stellen dat de politieke acties van zijn vroegere leermeester voortvloeiden uit een “miscalculatie.” Toen Ionescu in maart 1940 stierf, betreurde hij dat zeer.

Uitzonderingen

Maar er waren ook uitzonderingen. De toneelschrijver Eugen Ionescu bijvoorbeeld, die later naar Frankrijk zou gaan en onder de naam Eugène Ionesco beroemd zou worden, bleef een trouwe vriend. Hij schreef van de generatie van de IJzeren Garde: “Wij waren moreel verrot.” In maart 1941, toen het de Joden verboden was op scholen en universiteiten les te geven, schreef Sebastian van Ionescu, die, hoewel in een christelijk gezin geboren, Joods bloed had: “Hij was wanhopig, opgejaagd, vervolgd, niet in staat de gedachte te verdragen dat hij verhinderd kan worden in het onderwijs te werken.” In juni 1942 zou Ionescu zijn geboorteland voorgoed de rug toekeren.

Ook andere vrienden verwierpen het antisemitisme, zoals Madeleine Andronescu, die in de zomer van 1941, toen Roemenië antisemitische maatregelen nam, hem vertelde hoe zij zich schaamde voor de vernedering die de Joden werd opgelegd. Sommige vrienden gaven hem ook het advies het land te verlaten.

Als de jaren dertig over gaan in de jaren veertig neemt de grimmigheid, onzekerheid en angst toe. Zij die geen slachtoffer werden van geweld of deportatie, leden onder een martelende spanning en onzekerheid. In september 1940 namen de fascistische leider Ion Antonescu en de IJzeren Garde de macht over van koning Carol II. Antonescu sloot zich aan bij Duitsland. In 1941 verpletterde de dictator met behulp van het leger de oproerige IJzeren Garde. Bij de omwenteling werden ook vele Joodse burgers van Roemenië gedood, waarvan Sebastian gedetailleerde beschrijvingen geeft.

Antonescu had een opstand van de IJzeren Garde met behulp van het leger neergeslagen. In deze roerige dagen doodde de IJzeren Garde 121 Joden. “Vele Joden werden gedood in het Baneasawoud en daar gedumpt, de meesten van hen naakt, maar een andere groep schijnt te zijn gedood in het Straulesti abattoir. In beide gevallen is het waarschijnlijk dat ze zwaar werden verminkt voordat ze worden gedood”, zo schreef hij op 29 januari 1941.

Koersverandering

In 1941 besloot Antonescu samen met Duitsland op te trekken tegen Rusland. Roemenië hoopte op deze wijze stukken land die het had verloren terug te veroveren. Maar toen Roemenië inzag dat het de Russen niet kon verslaan, besloot het land zich bij de geallieerden aan te sluiten. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog streed het Roemeense leger zelfs tegen Duitsland. De Roemeense autoriteiten wilden nu de Joden sparen omdat zij geloofden dat ze op deze wijze goodwill konden creëren bij de geallieerden. Zo werd het leven van Sebastian gered. Zijn dagboek getuigt er echter van hoe het lot van de Roemeense Joden in Boekarest aan een zijden draadje hing.

Hij werd weliswaar niet gedeporteerd, maar hij ondervond wel ernstige discriminatie. Hij moest gedwongen werken, zijn goederen werden verbeurd verklaard, hij mocht niet overal werken en hij had te kampen met zware boetes en kleine voedselrantsoenen.

Zijn positie stelde hem in de gelegenheid nauwkeurig verslag te doen van wat hij en andere Joden beleefden en meemaakten. Op 10 mei 1940 bijvoorbee ld, toen Duitsland Nederland binnenviel, schreef hij: “Ik ben heel bang voor wat er in de komende vijf dagen kan gebeuren.” Vijf dagen later meldde hij: “Holland capituleerde gisteren. Het is afschuwwekkend: na slechts vier dagen oorlog deze gebeurtenissen raken me diep.” Het nieuws lijkt wel “een verschrikkelijke nachtmerrie.” Enkele goede vrienden raadden hem aan te vluchten.

De Joodse bevolking in Roemenië leed zwaar. Voor de oorlog telde het land 800.000 Joden, na de oorlog was dit aantal gehalveerd. Deskundigen schatten dat 300.000 Joden zijn omgekomen en dat 100.000 kans hebben gezien te vluchten. In 1936 braken al de eerste anti-Joodse rellen uit, onder andere in de stad Kishenev, waar een van de ergste pogroms sinds de tijden van de tsaren plaatsvond. Door een wetswijziging verloren in 1938 veel Joden hun burgerschap. In augustus 1940 accepteerde de Roemeense regering racistische wetten. Dit ging gepaard met geweld tegen Joden.

In juni 1941 begonnen de deportaties van Joden uit de Roemeense provincie van Bessarabië. Joden werden uit hun dorpen en steden gedreven en gedwongen naar het oosten te trekken sommigen te voet, anderen met de trein. De bewakers doodden degenen die te langzaam liepen. Dat waren vooral de ouderen en de zieken.

Mikhail Sebastian

Erfenis

In oktober 1941 bezetten de Roemeense en Duitse troepen Odessa. Toen er een bom ontplofte in het Roemeense hoofdkwartier, koelde het leger zijn woede op de bevolking, vooral op de Joden. Onder leiding van luitenant-kolonel N. Deleanu en zijn collega C. D. Nicolescu werden Joden doodgeschoten en levend verbrand. Duitse soldaten sloten Joden -vooral vrouwen en kinderen- op in pakhuizen die ze in brand staken. Overlevenden werden gedeporteerd. Door het toedoen van de Roemeense en Duitse legers werden in Odessa binnen enkele dagen 20.000 Joden gedood.

Op 29 mei 1945 probeerde Sebastian een drukke straat over te steken in Boekarest. Een vrachtauto raakte hem. Hij was op weg naar een zaal om een lezing te geven over Honoré de Balzac, een van de schrijvers die hij bewonderde. Zijn dood liet zijn moeder en zijn beide broers achter in een schok. De erfenis die hij achterliet is echter een monument dat lang zal blijven staan.

Mede n.a.v. Journal 1935-1944: The Fascist Years, door Mihail Sebastian, met een introductie en voetnoten van Radu Ionid.

Foto: Een auto van de nazi’s in Roemenië in 1942. Yad Vashem

Dit artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad op 12 november 2001.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close