Als je lang in het buitenland bent geweest en terugkeert naar Nederland, is het interessant om te kijken wat er nog voor spullen van je liggen. Oude spullen waarvan je allang vergeten bent dat je die nog had.
Zo trok ik in de berging bij mijn zuster het boek Voor dit kruis zal ik je doden uit een doos. Ik wist dat ik dit boek van Uitgeverij Gideon ooit gelezen had en dat het over zending en het oerwoud ging. Verder herinnerde ik mij er niets van.
Inmiddels heb ik het boek in de late avonduurtjes gelezen. Op zo’n boek slaap je beter dan op het nieuws of de laatste berichten op sociale media. Toch heeft de schrijver veel ellende meegemaakt. Maar die ellende was van een heel ander soort, en ook om hele andere redenen.
De Scandinavisch-Amerikaanse zendeling Bruce Olson voelde al op jonge leeftijd dat hij een roeping had voor de zending. Hij wilde de Motilonen bereiken, een indianengroep in Colombia. Steun had hij noch van familie, noch van de kerk, noch van de zendingsorganisatie, noch … noem maar op. En toch ging hij.
Het verhaal begint dreigend. Hij en zijn vriend Bobby worden bedreigd door een woedende man die Humberto heet. Met zijn vingers maakt Humberto de vorm van een kruis en zegt: “Voor dit kruis zal ik je doden.” Die woorden geven meteen de spanning aan die door het hele boek loopt.
Ruzie en onrust
Bruce Olson (ook wel: „Bruchko”) vertelt over zijn jeugd. Thuis was er veel ruzie en onrust. Als jongen begon hij in de Bijbel te lezen, maar zijn vader vond dat allemaal onzin. Toch bleef het hem bezighouden. Hij voelde zich schuldig en bang voor het oordeel van God. Maar toen ontdekte hij in de Bijbel dat Jezus gekomen is om zondaren te redden. Hij hoefde niet eerst beter te worden; hij hoefde alleen te geloven. Toen hij begon te bidden, merkte hij dat er werkelijk iets veranderde in zijn leven. Voor hem was het duidelijk: hij had de Heer gevonden.
Die ervaring werd echter niet door iedereen begrepen. De andere jongens in zijn Lutherse jeugdgroep wisten niet goed wat ze met hem aan moesten. Zelfs de dominee reageerde wat koel. Dat is jammer, want geloof heeft zowel onderwijs als persoonlijke ervaring nodig. Verstand en hart horen bij elkaar, maar in zijn omgeving kwamen die twee niet samen.
Bruce kreeg het verlangen om zendeling te worden. Toen er een zendeling uit Nieuw-Guinea in de kerk kwam spreken over het eenvoudige leven daar, raakte hem dat diep. Hij voelde zich geroepen om naar Zuid-Amerika te gaan. Geen enkele zendingsorganisatie wilde hem echter aannemen. Uiteindelijk besloot hij alleen te gaan. Met slechts zeventig dollar op zak stapte hij in het vliegtuig, overtuigd dat God wel zou zorgen.
Eigen cultuur
Zijn aankomst in Venezuela liep direct op een teleurstelling uit. De man die hem zou ophalen stond niet op het vliegveld. Maar onverwacht ontmoette hij een jongen, Julio, die hem meenam naar zijn familie. Zo werd hij ontvangen door een gastvrije Spaanssprekende familie. Via een arts kwam hij uiteindelijk in contact met indianenstammen. Tot zijn verrassing bleken zij niet „de wilden” te zijn zoals ze vaak werden voorgesteld. Zij streefden ernaar hun eigen cultuur behouden tegenover de oprukkende westerse wereld.
Hij kreeg te kampen met zware tegenslagen: geldgebrek, eenzaamheid, vijandschap, laster en zelfs levensgevaar. Hij werd bijna verdronken door zijn communistische vriend Lucio, die hem onder water drukte, maar later zelf tot geloof kwam. In het oerwoud raakte Bruce verdwaald, leed hij honger en werd hij geplaagd door insecten en ziekte en toen hij lang niet gegeten had trok hij zelfs een lintworm uit zijn mond.
Zijn eerste ontmoeting met de Motilone-indianen werd hem bijna fataal. Hij werd geslagen en men probeerde hem te doden. Maar juist in die situatie bad hij tot Jezus. Later begonnen sommige indianen hem toch te vertrouwen, vooral toen hij zieke kinderen met eenvoudige medicijnen kon helpen.
Merkwaardige figuur
Na talloze pogingen, mislukkingen en bijna-doodervaringen lukte het hem uiteindelijk om tussen de Motilonen te leven. Ze moesten vaak om hem lachen en vonden hem een merkwaardige figuur, maar langzaam leerde hij hun taal en hun manier van denken. Hij probeerde het evangelie te vertellen zonder hun cultuur te vernietigen.
Toen zijn vriend Bobby uiteindelijk Jezus aannam, zei hij iets opvallends: voor hem was Jezus als het ware een Motilone. Dat betekende dat hij begreep dat het evangelie niet alleen bij één cultuur hoort, maar voor alle volken is.
Uiteindelijk verliest hij zelfs zijn vriendin en zijn beste vriend, Bobby. Maar aan het einde van het boek zie je ook hoe er veranderingen plaatsvinden in het dorp. Angst voor boze geesten neemt af, mensen worden milder, en er ontstaat hoop.
Dit is een verhaal over vasthoudendheid. Het evangelie blijkt sterker dan wat dan ook, zelfs sterker dan de dreiging: „Voor dit kruis zal ik je doden.” Juist dat kruis blijkt uiteindelijk niet een teken van dood, maar van leven.
Bruce E. Olson: Voor dit kruis zal ik je doden. Hoornaar: Gideon, geen datum uitgave vermeld.
