Betfage

Joden in Galilea trokken in de tijd van Jezus tijdens de grote pelgrimsfeesten via verschillende routes naar Jeruzalem. De eerste liep door het laagland langs Antipatris, de tweede over het centrale bergland langs de waterscheiding en door het gebied van de Samaritanen en de derde via het overjordaanse door Perea.

Jezus nam verschillende routes. Uit Johannes 4 (Gesprek met een Samaritaanse
vrouw) blijkt dat hij door het centrale bergland reisde. Maar voor Pesach nam hij de route door het Jordaandal. Hij trok via Jericho door de Judese woestijn in de richting van Jeruzalem. Hij bereikte eerst de oostelijke hellingen van de Olijfberg. Daar lagen de dorpen Betanië en Betfage. Vandaag zijn deze twee vlak bij elkaar liggende plaatsen van elkaar gescheiden door de veiligheidsmuur.

Economische bedrijvigheid 

Betfage lag het dichtst bij Jeruzalem. De nabijheid van de tempel betekende economische bedrijvigheid. De stad Jeruzalem bood geen plaats voor alle pelgrims. Deze moesten uitwijken naar dorpen in de buurt om te overnachten.

De naam Betfage is afgeleid van het Hebreeuwse bet f’agi. Beit betekent ‘huis’ en pag of paga betekent ‘onrijpe vijg’. Hieruit kunnen we afleiden dat hier hoogstwaarschijnlijk vijgen en andere vruchten werden geteeld. De vijgenboom geeft drie keer per jaar vrucht. In maart verschijnen de eerste vroege vruchten. Deze voorvijgen, de paggim, zijn in april al te eten. Hoewel het in maart en april nog flink koud kan zijn, blijkt uit de paggim dat de zomer nabij is.

ALMU20110308_0814 - Version 2

Omstreeks eind mei zijn de vijgen rijp. De loten leveren in augustus de derde vrucht, de te’ena. Als Jezus in het voorjaar naar een vijgenboom loopt en deze blijkt geen vijgen te hebben, dan ging het om de eveneens eetbare voorvijgen. Maar het was nog geen tijd voor de eigenlijke vijgen (Marcus 11:12).

De precieze situering van Betfage is niet mogelijk. Archeologen hebben in dit gebied veel sporen van nederzetting en landbouwactiviteit gevonden. Er staan een franciscaanse en een Grieks-orthodoxe kerk op de heuvel naast Wadi Addullah, die de plaats waar Jezus de intocht begon in herinnering houden. Christenen beginnen tijdens Palmpasen hun tocht naar Jeruzalem bij Betfage.

Bijzondere steen 

In 1883 begonnen de franciscanen met de bouw van hun kerk op de fundamenten van een kruisvaarderskerk. In de kerk bevindt zich een bijzondere steen met een afmeting van ruim een kubieke meter. De vijf zijden van de steen zijn beschilderd met Bijbelse taferelen die in dit gebied hebben plaatsgevonden. In de tijd van de kruisvaarders werd de traditie sterker dat Jezus deze steen gebruikte om het ezelsjong te bestijgen voor de intocht van Jeruzalem.

ALMU20110308_0648

In de buurt van beide kerken bevinden zich ook een aantal graven, waterbronnen, een wijnpers en een waterleiding. Hier is bijzonder goed te zien hoe de graven in de tijd van Jezus er uit hebben gezien. Dit is een plek, die geen theologiestudent of Bijbelwetenschapper zou mogen missen.

In een van de grotten hebben onderzoekers een bijzonder ossuariumdeksel gevonden uit de laatste helft van de eerste eeuw. Daarop staan 22 namen. Sommige wetenschappers denken dat dit arbeiders waren die voor een Joodse begrafenisonderneming werkten. Uit de namen blijkt dat ze niet allemaal uit Judea en Galilea kwamen.

Ook in die tijd waren er blijkbaar al gastarbeiders. De graven bevinden zich binnen een afgesloten gebied van de kerk. In de buurt heeft het Latijnse patriarchaat fraaie en moderne huizen gebouwd voor Palestijnse christenen.

Foto boven: In Betfage met de Grieks-orthodoxe kerk.  Foto’s: © Alfred Muller

Bijbehorende bijbeltekst:

“Toen hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde hij twee van de leerlingen vooruit, en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds’.” (Lucas 19:29 en 30a, NBV)

%d bloggers liken dit: