De onderhoudsdienst

In de RD rubriek Post Uit – over het dagelijks leven in andere landen – schreef ik deze keer iets over de onderhoudsdienst.

*  * *

De wasmachine heeft de geest gegeven. Judith en ik besluiten dat het tijd is een nieuwe te kopen. Onze vrienden hadden toevallig een paar dagen eerder ook een wasmachine aangeschaft. In verschillende winkels vergeleken ze prijzen en modellen. We stappen dus in een winkel regelrecht op een model af. “Deze wordt het”, zeggen wij. Waarschijnlijk had de verkoper nog nooit zo snel een wasmachine verkocht.

Twee dagen later staat een vrachtautootje voor het flatgebouw. Een wat oudere Arabische heer draagt de wasmachine op zijn rug de trappen op. Daar betalen we voor en eveneens voor het meenemen van de oude. En natuurlijk drukken we hem een biljetje in handen.

De volgende dag komt de monteur om de wasmachine aan te sluiten. “Deze is ouder dan ik ben”, zegt hij, wijzende op de kraan die uit de muur steekt en zich buiten zijn werkterrein bevindt. Hij sluit de machine aan, laat haar proefdraaien en verdwijnt. De kraan blijkt een beetje te lekken. Ik herinner me uit een grijs verleden dat als ik hem een paar slagen terugdraai, hij met het lekken stopt. Opeens  spuit het water in alle richtingen. Bij zoiets is het belangrijk het hoofd koel te houden en te zorgen dat water en elektriciteit elkaar niet raken.

Binnen een half uur na mijn urgent telefoontje aan de huisbaas staat de onderhoudsdienst voor de deur. Een beetje sleutelen aan de kraan, een lintje ertussen en … opgelost!

Maar het duurt niet lang of de onderhoudsdienst moet opnieuw aanrukken. Het rolluik is weer uit de voegen gevlogen. Hem op of neer te bewegen is onmogelijk.  Een onderhoudsman verschijnt een paar dagen na mijn telefoontje.

Om het euvel te herstellen, dient hij het kastje te openen dat zich hoog in de muur tegen het plafond bevindt.

“Heb je een trapje?”, vraagt hij.

“Nee”, zeg ik.

Ik reik hem de stoel aan die geen wieltjes heeft. Hij is echter vrij kort van stuk en het lukt hem niet het rolluik weer in de sponning te krijgen. Geen nood. Hij pakt een stapel kranten en plaatst deze op de stoel. Maar nog steeds reikt hij niet hoog genoeg.

“Ik ga even wat halen”, zegt hij. Even later plaatst hij een grote, lege verfemmer omgekeerd op de kranten.

De emmer wiebelt een beetje. Ik blijf maar een beetje achter hem staan, want ik zie het al helemaal voor me: zo dadelijk stort hij met schroevendraaier, verfpot, kranten en al naar beneden, valt met zijn hoofd tegen de punt van mijn bureau en blijft bloedend en bewusteloos op de grond liggen. Ik probeer mij het nummer van de ambulancedienst te herinneren. 112? 111? 101?

Alles gaat goed. Een paar klappen tegen het oude, gammele geval, een schroef erin en klaar is kees. Ik sta opnieuw versteld van de handigheid van de onderhoudsdienst!

(Dit artikel verscheen ook in het RD).

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close