Tel Dan

Niet voor niets heeft een deel van het natuurreservaat Tel Dan de bijnaam ‘Hof van Eden’. Het reservaat is ongetwijfeld een van de mooiste plekjes in Israël. Onder een dik bladerdak ruist het snelstromende riviertje Dan, dat gevoed wordt door bronnen die 13 kubieke meter water per minuut produceren met een constante temperatuur van 14,5 graden Celcius. Weelderige planten groeien overal, de temperatuur is aangenaam, ook midden op de dag in het heetst van de zomer, fauna en flora zijn hier uniek in hun soort.

Geen wonder dat mensen zich hier 7000 jaar geleden al vestigden op een heuvel bij de rivier. De oorspronkelijke naam van de stad was Lesem of Laish (Rechters 18:27). De naam Dan is te danken aan de stam Dan, die in het midden van de elfde eeuw voor Christus de stad veroverde. De Danieten trokken naar het noorden omdat ze er niet in slaagden hun erfdeel in de kustvlakte stevig onder controle te krijgen. Daar woonden namelijk ook de militair sterke Filistijnen. 

Scheuring

De stad werd pas belangrijk na de splitsing van het noordelijk en zuidelijk rijk. De scheuring ontstond omdat de mensen weigerden hoge belastingen te betalen aan de zoon van koning Salomon, Jerobeam. De stam Juda bleef Jerobeam trouw, maar de overige stammen verenigden zich in het koninkrijk van Israël. Daar werd Jerobeam koning. (1 Koningen 12).

Jerobeam liet twee gouden kalven maken en plaatste deze in de heiligdommen in Beit El en in Dan. Hij wilde op deze wijze de eenheid in zijn rijk versterken. De Israëlieten zouden namelijk niet meer naar Jeruzalem hoeven te trekken om daar God in de tempel te aanbidden. 

Beit El

Dat Jerobeam Beit El en Dan koos was niet toevallig. In Beit El – ten noorden van Jeruzalem bij de huidige plaats Ramallah – stond de ark in de tijd van de richteren. De Danieten hadden al een offerplaats gebouwd nadat zij de stad veroverden op de Kanaänieten. 

Archeologen hebben de hoogte blootgelegd. De bezoeker ziet direct in dat het heiligdom indrukwekkend was. De goden die hier vereerd werden verschilden met de culturen. Sommigen wisten het blijkbaar ook niet meer wie hier aanbeden werd (vgl. Amos 8:14). Een  inscriptie uit de tweede eeuw voor Christus luidt: “Aan de god die in Dan is, zwoer Zoilos een eed.” 

Poort

Een ander gedeelte van de tel dat afgegraven is is de stadspoort. De poort – een geheel van dikke muren, vertrekken en verschillende plekken waar zware deuren werden aangebracht – was het sociale, juridische en economische centrum van Dan. De stadsoudsten zaten ongetwijfeld op een 4 ½ meter lange bank op een pleintje in de poort. In een van de hoeken zijn de overblijfselen te zien van een troon, waarboven een baldakijn was aangebracht. Dit is de troon die door een koning kon worden gebruikt als hij in de poort zat (vgl. 2 Sam 19:9).

Tel Dan ligt in het uiterste noorden van Israël, in opper-Galilea, dicht bij de grens van Libanon. Ook in de tijd van het Oude Testament vormde Dan al de noordelijke grens. Met de uitdrukking ‘van Dan naar Berseba’ bedoelden de mensen te zeggen: in het hele land.

Verhoging voor de troon van de koning van Dan. De troon stond in een binnenplaats in het poortcomplex. Foto © Alfred Muller 
De hoogte van Dan met een reconstructie van het altaar. Met de afgodendienst wekte het noordelijk rijk de toorn op van God. Foto © Alfred Muller 

Bijbehorende Bijbeltekst:

“Ze namen Lesem in bezit, vestigden zich in die stad en noemden haar Dan, naar hun stamvader.” (Jozua 19:47b, NBV).

Hoofdfoto:

Foto top: De rivier Dan raast door het Tel Dan reservaat. De Dan is een van de toevoerrivieren van de Jordaan. © Alfred Muller 

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close