Tel Bethsaïda

Niet zo veel toeristen brengen een bezoek aan Tel Bethsaïda. Toch was Bethsaïda een belangrijke plaats in de christelijke geschiedenis. Volgens Johannes kwamen Filippus, Andreas en Petrus daar vandaan. Kerkvaders zeiden dat ook Jacobus en Johannes in dat vissersplaatje gewoond hebben. Bethsaïda (huis van de visser) was dus belangrijk voor de apostelen.

De tel die sommige wetenschappers met Bethsaïda identificeren, ligt ongeveer twee kilometer ten noorden van het Meer van Galilea. Een tel is een heuvel met archeologisch materiaal, ontstaan door verwoestingen. In de tijd van het Nieuwe Testament lag Bethsaïda echter beduidend dichter bij het meer. Door de aanvoer van slib via de Jordaan zijn de oevers van de binnenzee namelijk naar het zuiden getrokken.

In Tel Bethsaïda hebben archeologen twee vissershuizen opgegraven. De huizen waren weliswaar groot, maar de onderzoekers troffen geen kapitelen, pilaren of mozaïeken aan die duiden op rijkdom. Professor Ami Arav, die in Bethsaïda opgravingen heeft verricht, ziet in de vondst van de vissershuizen een bevestiging dat Jezus geplaatst moet worden in een omgeving van eenvoudige en zeer nederige mensen.

120903_betsaida03.jpg

Binnenplaats

De vissershuizen bestonden uit een binnenplaats van ongeveer tien bij tien meter, een eetkamer en een keuken. De muren waren opgetrokken van het keiharde basalt. Dat gesteente is afkomstig van een vulkaanuitbarsting op de Golan Hoogte, die 5000 jaar geleden plaatsvond.

De slaapkamers bevonden zich op de tweede verdieping en zijn niet meer te zien. De huizen kregen de naam vissershuizen omdat archeologen daar visgerei vonden. Daar en elders in Bethsaïda zijn stenen gewichten, naalden en haken gevonden.

Noordzijde

Bethsaïda lag in de landstreek aan de noordzijde van het Meer van Galilea, samen met Chorazin, Tabga en Kafarnaüm. In dit gebied kwam Jezus veel. Deze plaatsen kenden uitsluitend een Joodse bevolking, die leefde naar de strenge regels van het toenmalige Jodendom. De plaatsen aan de zuidkant van het meer, met Tiberias en Hamat Hadar, hadden een gemengde bevolking van Joden en niet-Joden. De meeste Joden die daar woonden leefden minder strikt.

Maar ook Bethsaïda zou de invloed van het heidendom ervaren. Filippus, de zoon van koning Herodes de Grote en viervorst over Itura en Trachonitis (het gebied ten noorden en noordoosten van het land Israël), gaf Bethsaïda in het jaar 30 na Christus de status van een Griekse stad of polis. De naam werd veranderd in Julia(s), aldus de geschiedschrijver Josephus. Julia, die werd geboren onder de naam Livia, was de vrouw van keizer Augustus. Zij stierf in het jaar 29.

120903_betsaida02

Tempel

Filippus liet een tempel voor haar bouwen, die ongeveer 20 meter lang en 6 meter breed was. Ami Arav gelooft dat hij ook deze heeft gevonden. De muren van de tempel waren 110 centimeter breed, dus beduidend dikker dan die van de vissershuizen die ‘slechts’ 70 centimeter breed waren.

Wetenschappers identificeren Tel Bethsaïda ook met Zer, de hoofdstad van het koninkrijk van Gesur. Koning David trad in het huwelijk met de dochter van de koning van Gesur, Maächa. Uit deze tijd is een grote stadspoort opgegraven, compleet met vier grote kamers, waarvan er één vol lag met gerst. De Assyriërs verwoestten de poort in het jaar 732 voor Christus. De zwarte as is nog te zien.

In de Middeleeuwen wisten christelijke pelgrims Bethsaïda niet meer te lokaliseren. In 1838 suggereerde een Amerikaanse wetenschapper dat de aardhoop die bekend stond als ‘E-Tell’ op de plek ligt van Bethsaïda. Archeologische en geologische onderzoeken sinds 1987 hebben dat vermoeden versterkt.

%d bloggers liken dit: