Palestijnse gevangenen

Studenten aan de Gaza al-Aqsa Universiteit tonen hun solidariteit met Palestijnse gevangevanen. Foto: Joe Catren, Flickr.
Studenten aan de Gaza al-Aqsa Universiteit tonen hun solidariteit met Palestijnse gevangevanen. Foto: Joe Catren, Flickr.

Over vrijwel geen onderwerp bestaat meer verschil van mening dan over de Palestijnse gevangenen. Voor de Palestijnen zijn ze politieke gevangenen. Dappere helden die hun vrijheid hebben opgegeven en soms zelfs hun leven in de waagschaal hebben gelegd in de strijd tegen de bezetter. Ze hebben een speciale minister, Issa Qaraqe, die op hun belangen toeziet. Bijvoorbeeld in de vorm van uitkeringen die de Palestijnse Autoriteit verstrekt.

Voor Israël zijn het terroristen. Ze waren betrokken bij aanslagen op burgers. Honderden Israëliërs verloren hun leven bij bloedige aanslagen op bussen, restaurants, winkelcentra en andere plekken waar veel mensen bijeenkomen. Natuurlijk, de zelfmoordterroristen kunnen het ook niet navertellen, maar wel de Palestijnen die hen bijstonden, die een mislukte aanslag pleegden of één waarbij ze zelf niet omkwamen.

Verschil van mening bestaat er ook over de dood van de 64-jarige Maysara Abuhamdieh. Hij overleed dinsdagochtend aan kanker in het Soroka Medisch Centrum in Beersheva. Hij zat sinds 2002 achter gesloten deuren voor zijn poging het Jeruzalemse restaurant Caffit op te blazen. Volgens minister Qaraqe pleegde Israël een misdaad: Abuhamdieh zou medisch zijn verwaarloosd. Een zegsman van Israël wierp tegen dat hij uitstekende zorg kreeg. Zijn dood veroorzaakte deze week botsingen tussen het leger en demonstrerende Palestijnen.

Er kunnen meer van zulke uitbarstingen komen. Op het ogenblik zitten er ongeveer 4800 Palestijnen gevangen. De Palestijnse president Mahmud Abbas vindt dat ze vrij moeten komen. Hij stelde zelfs dat hij pas met vredesonderhandelingen begint als Israël de ruim honderd gevangenen vrijlaat die al voor het eerste Osloakkoord van 1993 werden vastgezet.

Natuurlijk kan Israël hen niet allemaal vrijlaten. Veel aanslagen waren daarvoor te wreed, te barbaars. Het betreft soms terroristen aan wie de dood van tientallen mensen te wijten is. Bovendien zou Israël met de vrijlating de levens van eigen burgers op het spel zetten, want sommigen zullen terugkeren naar hun oude job.

Toch kan er wel iets worden gedaan om de situatie te verbeteren. Israël zou ernstig zieke gevangenen –die geen lange levensverwachting meer hebben– eerder kunnen vrijlaten. Het zou ook de langdurige ”administratieve detentie”, waarbij Palestijnen zonder proces gevangen worden gezet, kunnen stopzetten. Nu zijn er 168 administratieve gevangenen.

Israël zou moeten zorgen voor rechtsgelijkheid op de Westelijke Jordaanoever. Bewoners van nederzettingen die geweld gebruiken tegen Palestijnen worden volgens een onderzoek van de organisatie ‘Yesh Din’ in minder dan een op de tien gevallen vervolgd.

(Elke week in het Reformatorisch Dagblad: Israel Ingezoomd – commentaar vanuit Israel op gebeurtenissen in Israel, Palestina en het Midden-Oosten)

9 Comments

Add yours →

  1. Jammer, zo’n zielig verhaal over zieke moordenaars die maar vrijgelaten moeten worden. Alleen omdat ze ziek zijn en “geen lange levensverwachting meer hebben”.
    En wanneer? Vlak voor ze sterven? Of ruim voor die tijd? Ach, ach, hoe bedenk je zoiets?

    Rechtsgelijkheid in oorlogssituaties is ook zo’n raar idee van iemand die de moordenaars, wiens moordaanslag mislukte, een nieuwe kans wil geven.

    • Israel is wat dit betreft wat minder hard dan u meneer Sleijster. Abuhamdieh zou al vrijgelaten worden wegens zijn ziekte, maar de procedure werd niet bijtijds afgerond. Ernstig zieke gevangenen kunnen namelijk vrijgelaten worden.

  2. Gelukkig maar. Hebt u daar Bijbelse richtlijnen van? Ik dacht dat moordenaars de doodstraf kregen.

  3. Ik mag toch wel aannemen dat u dus ook een warm voorstander bent van de doodstraf voor Joodse moordenaars als Jack Taytell die 2 Palestijnen vermoordde en probeerde David Ortiz te vermoorden? U vindt ook dat overspelplegers gestenigd moeten worden? Dat is ook een Bijbelse richtlijn. Als u naar het toilet gaat, neemt u dan ook een tentpin mee? Dat is ook een Bijbelse richtlijn (Deuteronomium 23:14, er staat niet dat je het ook met water mag wegspoelen).

    Zo kan ik nog heel lang doorgaan.

    • Echt weer zo’n doorslaande reactie van Ruud Steenbeek. En ja, ik sta volledig achter Bijbelse richtlijnen. U niet?

    • Achter Bijbelse richtlijnen staan is een ding.
      Bijbelse richtlijnen ook navolgen een ander.

      Daarom stel ik deze vragen, die u met een nietszeggend antwoord ontwijkt.

  4. Egbert Talens, Zutphen 12 apr 2013 — 10:50

    Deze ‘discussie’ tussen Harry en Ruud kan voor de een uitermate interessant zijn, en voor een ander totaal onbelangrijk, want zinloos. Eigenlijk zou ik mij er niet mee moeten bemoeien, maar het bloed kruipt… Het conflict Israel-Palestina is overigens geen onbekend terrein voor mij, maar een expert…? Dat moeten anderen maar uitmaken.
    In dit dispuut, waar de bijbel gehanteerd wordt om standpunten te onderbouwen, zou het ertoe kunnen doen, je af te vragen: hoe zou Jezus zich erover uitlaten? Nmbm zou Hij zich aan de zijde van Ruud scharen, en Harry de les lezen vanwege diens tamelijk hardvochtige opstelling. In de geest van: de letter doodt, de geest maakt levend.
    Aan Ruud zou ik willen zeggen: als ‘achter bijbelse richtlijnen staan’ niet tevens inhoudt dat je die navolgt — of tracht na te volgen; bedenk: de geest is gewillig, maar het vlees is zwak — dan schieten we er niks mee op. Uw insinuatie jegens Harry, of zie ik dit verkeerd?, draagt niet bij tot een vruchtbare discussie. U kunt veel beter, is mijn inschatting.
    Voor Harry heb ik een vraag: wie waren eigenlijk verantwoordelijk voor die bijbelse wetten? Anders gezegd: door wie werden die opgesteld, en hadden ze universele betekenis?

    • @Egbert: U vraagt: Wie is verantwoordelijk voor de wetten? Door wie zijn ze opgesteld? Bent u werkelijk een onbekende op dit gebied? Dan zou u eens Exodus 19 en 20 moeten lezen. Er zijn wetten bij die op het eerste gezicht nogal hardvochtig overkomen. Maar deze God weet gewoon precies wat goed is voor zijn volk Israel.

      En op uw andere vraag of ze universele betekenis hadden: nee, de wet is door Mozes aan Israel gegeven. Universele wetten zijn de Noachietische wetten/richtlijnen, zoals bijvoorbeeld ook in Handelingen 15:10-20 te lezen is.

  5. Egbert Talens, Zutphen 13 apr 2013 — 17:58

    Beste Harry, hartelijk dank voor uw reactie.

    Om misverstanden te voorkomen: ik ben geen godsdienstig gelovige; eerder een agnost, maar in elk geval zie ik de bijbel (dus) niet als Gods woord, maar als een imposante verzameling van ideeën van en door mensen, die er wel een godsdienstig geloof op na hielden. Als mijn insteek voor u onacceptabel is, in die zin dat wij niet met elkaar over deze materie — inhoudelijke formuleringen in Tora, Eerste en Tweede Testament — kunnen discussiëren, dan moet ik dat respecteren. U moet die knoop, als het dat zou zijn, maar doorhakken.

    Om u toch nog een idee en enig houvast te geven over die insteek van mijn kant: de vijf boeken Mozes dan wel Tora, waarin dus ook Shemot/Namen (uw Exodus) en Be’midbar/In de Woestijn (uw Numeri, neem ik aan) bevatten tal van wettelijke voorschriften, waaronder de zogenoemde Tien Geboden (Shemot 20: 1 t/m 17), die voor zover ik heb kunnen uitzoeken, werden opgesteld tijdens de Babylonische ballingschap en wel door Ezra en Nehemia. Als een geloofsgemeenschap, zoals de Israelieten, die zaken als een van hun Elohim afkomstig gedachtegoed willen aanvaarden, dan hoeft daar niets mis mee te zijn. Vrijheid van godsdienst is (immers; e.t.) het éérste vrijheidsrecht dat een individu toekomt, mits het die godsdienst niet in politieke zin — als middel de samenleving te besturen — hanteert. Voor een goed functioneren van een groep mensen, in een eigen gebied dan wel land dan wel staat, dienen wetten welke indien nodig — als het goed functioneren werkelijk de bedoeling is — bijgesteld worden, omdat in de praktijk de bestaande wet(ten) tot wrijvingen en erger aanleiding geeft/geven. Vandaar ook mijn vraag naar de universaliteit van wetten.

    Dan nogmaals het punt dat ik aansneed: denkt u in Jezus’ geest te handelen/denken door u op te stellen inzake het conflict Israel-Palestina, zoals dit uit uw reactie op het artikel van Alfred Muller naar voren komt? En kunt zich enigszins een idee vormen van de wijze waarop Hij, Jezus, zich zou opstellen bij de onverkwikkelijke ontwikkelingen in de Palestijnse regio, sinds 1880 tot heden? Mijn idee over Jezus’ instelling is deze: handel volgens het principe van scheiding van ‘kerk’ en staat. Of aldus: geef aan de keizer wat des keizers is, en aan God wat van God is. Mattheus 22, Marcus 12 en Lucas 20.

    Ik hoop dat ik u niet afschrik met dit lange verhaal; ongebruikelijk. En nog ben ik niet aan het eind van mijn latijn…

    Met vriendelijke groet,

    Egbert

Reacties zijn gesloten.