Thatcher en Israël

Premier Yitzhak Rabin ontving in november 1992 Margaret Thatcher in zijn kantoor. Thatcher was premier van het Verenigd Koninkrijk van mei 1979 tot november 1990. Rabin was Israëls premier van juni 1974 tot april 1977 en van juli 1992 tot november 1995. Foto: GPO.
Premier Yitzhak Rabin ontving in november 1992 Margaret Thatcher in zijn kantoor. Thatcher was premier van het Verenigd Koninkrijk van mei 1979 tot november 1990. Rabin was Israëls premier van juni 1974 tot april 1977 en van juli 1992 tot november 1995. Foto: GPO.

Al voor de Tweede Wereldoorlog was het gezin waarin Margaret Thatcher opgroeide ernstig verontrust over de wijze waarop Hitler de Joden behandelde. Haar zuster Muriël had een Joodse correspondentievriendin genaamd Edith in Oostenrijk. Ediths vader vroeg aan vader Thatcher om zijn dochter te helpen, want hij vreesde voor haar toekomst.

De familie Thatcher had geen tijd en geld om haar alleen op te vangen, maar ze kregen de support van de Rotaryclub. Edith kwam en woonde bij verschillende families, tot ze naar Zuid-Amerika kon. Edith vertelde Margaret wat het betekent onder een antisemitisch regime te leven. Dat maakte diepe indruk op Thatcher, aldus haar memoires The Path to Power.

Het was haar een doorn in het oog dat de conservatieven waren betrokken bij het uitsluiten van Joden van de golfclub in Finchley, het district in Noord-Londen dat ze als parlementariër zou vertegenwoordigen. „Ik kon het antisemitisme niet begrijpen en ik wilde beslist niet dat de partij erdoor zou worden besmet”, schrijft ze. Ze maakte duidelijk dat ze nieuwe leden wilde, vooral Joodse conservatieven. Haar beste politieke vrienden en bondgenoten waren Joden.

Thatcher bouwde goede relaties op met de Britse Joden en later met de leiders van de staat Israël. Ze geloofde dat Israël verzekerd moest kunnen zijn van zijn veiligheid en dat de Palestijnen met respect moesten worden behandeld. Ze was ervan overtuigd dat Israël goed verdedigbare grenzen moest hebben. Maar ze geloofde ook dat er geen vrede kon komen zonder een oplossing van de Palestijnse kwestie.

Ze dacht dat Palestijns zelfbestuur kon worden uitgevoerd door een federatie met Jordanië. Ze gaf Likud de schuld van het gebrek aan vooruitgang op de weg naar vrede. En ze vergat niet dat voor Israëls onafhankelijkheid Joodse militanten aanslagen op de Britten pleegden.

In 1976 bezocht ze een kibboets op de Golanhoogvlakte. Hoewel ze deze collectieve manier van samenleven als „onnatuurlijk” beschouwde, bewonderde ze de mensen die er wilden wonen. Maar ze was bezorgd toen haar dochter Carol, bij wie ze „enige linkse ideeën” had bespeurd, een tijdje in een kibboets wilde werken. Toen Carol arriveerde moest ze kuikens uit een doos halen, ze inenten en vervolgens in een andere doos zetten. Telkens als er een gevechtsvliegtuig over de kibboets scheerde, sprongen de kuikens van schrik weer door elkaar. Thatchers echtgenoot Denis concludeerde dat hun dochter misschien niet goed was in inenten, maar dat ze in de kibboets zeker werd „ingeent tegen het socialisme.” Dat was in hun ogen een positieve ontwikkeling.

(Elke week in het Reformatorisch Dagblad: Israël Ingezoomd).

CBN TV over Margaret Thatcher