‘Plaatselijke christenen effectiever’

Het Bethlehem Bijbel College leidt jonge christenen op. Foto’s: © Alfred Muller, all rights reserved
Het Bethlehem Bijbel College leidt jonge christenen op. Foto’s: © Alfred Muller, all rights reserved

De inspanningen van Lindell R. Browning zijn niet voor niets gebleken. “Toen ik hier kwam, voelde ik dat de Heer me hier naar toe had geleid met het doel plaatselijke leiders te trainen. In die tijd hadden we hier nog maar een paar kerken. Nu tellen we dertig kerken, die allemaal geleid worden door plaatselijke leiders.”

Browning (63) zit op een gemakkelijke bureaustoel in zijn kantoor op de tweede verdieping van een gebouw dat aan de Kerk van de Nazarener in Oost-Jeruzalem grenst. Zoals altijd heeft hij ook deze keer veel te vertellen. Dat kan ook moeilijk anders voor iemand die veel door het Midden-Oosten reist.

Hij vertelt dat hij en zijn vrouw Kay in 1979 de Amerikaanse staat Illinois verlieten om in Jordanië twee jaar Arabisch te studeren. In 1987 vestigden ze zich in Nazareth in Galilea, waar hij een trainingscentrum oprichtte. Toen hij merkte dat er ook christenen uit Jordanië en Egypte de opleiding wilden doen, verhuisde de school naar Cyprus. Vanaf 1989 woont hij in de regio Jeruzalem. In 1993 stelde zijn kerk hem aan tot ‘veld strategie coördinator’ in het oostelijk Middellandse Zeegebied. Dat is een job die veel reizen met zich meebrengt.

Hij en Kay hebben drie dochters en een zoon. Een dochter woont in Israël, en een andere dochter in Frankrijk, waar zij en haar man de kerk dienen, en de andere twee kinderen in de Verenigde Staten.

Zijn kerk heeft scholen en kerken in Syrië, Libanon, Jordanië, Israël, Turkije, Irak en Egypte. In de Golfstaten bevinden zich enkele ondergrondse kerken en Bijbelstudiegroepen.

Syrië

Vanwege de oorlog heeft hij Syrië twee jaar lang niet meer bezocht. De meeste leiders in de bij zijn denominatie aangesloten kerken zijn er nog, ondanks de bloedige burgeroorlog die in het land plaatsvindt.

Hoe staat het met de Kerk van de Nazarener in Syrië? “We hebben een Armeense kerk in Aleppo. De voorganger zegt heel weinig over de situatie daar. Hij vertelt dat ze proberen mensen te helpen met voedselpakketten en ander materiaal. Ook de kerken in Damascus en Latakia zijn nog open. De leiders van de kerken bieden de mensen humanitaire hulp. En de kerken in Jordanië en Libanon zijn programma’s gestart om de Syrische vluchtelingen te helpen.”

Bij het reizen is wijsheid nodig. “Als we door het Midden-Oosten reizen, gaan meestal plaatselijke bewoners met ons mee. Zo zien we er niet uit als toeristen of waarnemers. De mensen voelen zich meer op hun gemak als ze zien dat we de plaatselijke bevolking kennen, hen bezoeken en met hun eten. In Jordanië waren ze heel vriendelijk voor ons. We gaven vluchtelingen voedsel, kleding en schoenen. Ze willen altijd dat we voor hen bidden. Ook moslim gezinnen. We vertellen hen op God te vertrouwen en zeggen dat Hij voor hen zal zorgen. Het is een groot getuigenis dat de plaatselijke kerken hulp verlenen aan de vluchtelingen.”

“Onze kerken groeien. Ik kan niet zeggen dat dat ook voor Syrië geldt, omdat veel mensen daar wegvluchten. Een populaire televisie evangelist uit Egypte vertelde me dat daar deuren opengaan als nooit tevoren. Hij zegt ook dat er werkelijke vernieuwing plaatsvindt onder de evangelicalen in Egypte. Hij heeft het gevoel dat in Egypte een nieuwe dag is aangebroken.”

Gebeden

Toen Browning in het Midden-Oosten arriveerde, wist hij al dat er een tijd zou komen om weer te vertrekken. Hij bad of God plaatselijke leiders zou roepen voor de dienst van de evangelieverkondiging. “Tien jaar geleden nog, waren er vele buitenlanders die in de kerken dienden. Nu is dat veel minder. Dat beschouw ik als een grote stap vooruit. Want de plaatselijke christenen zijn veel effectiever dan wij. We hebben nu hooggekwalificeerde mensen. Zij spreken de talen beter en ze kennen de cultuur beter dan buitenlanders.”

“Ik denk dat als mensen bidden, ze moeten bidden dat God jonge, plaatselijke leiders roept. Of het nu onder de Koerden, Arabieren, Joden of wie dan ook is. Ze kunnen ook bidden voor hun bescherming en dat ze het werk voor de Heer in kracht kunnen doen. En ook dat zij de kans krijgen te studeren en training te ontvangen. Dat is werkelijk een must.”

“Ook is gebed voor de toestand in Syrië belangrijk. Ik geloof niet dat het geweld zal eindigen met de verwijdering van de president. Wraak is daar een deel van de cultuur. Waar ik bezorgd over ben, is dat er jaren zullen volgen waarin mensen wraak op elkaar zullen nemen. We kunnen ook bidden dat er een mate van verzoening zal plaatsvinden.”

Hij gelooft ook dat het noodzakelijk is dat christelijke leiders bij elkaar komen, inclusief die uit de katholieke en orthodoxe kerken. “Ik bedoel niet dat we compromissen moeten sluiten of allemaal precies hetzelfde moeten geloven. Maar als wij de Derde Tempel zijn, die God bouwt, moeten we verenigd worden in de geest, de missie en de doelen die we willen bereiken.”

Plaatselijke kerken

Hij gelooft dat het belangrijk is dat buitenlandse christenen die willen dienen zich aansluiten bij plaatselijke kerken of Messiaanse gemeenten. Ze kunnen het leiderschapsteam vragen wat ze kunnen doen. Sommige vrijwilligers doen onderhoudswerk. Maar ze kunnen ook de ouderen in de gemeente bezoeken. Door mensen te bezoeken, leren buitenlandse christenen de taal en cultuur beter kennen.

“Als je uitgenodigd wordt voor bruiloften of verlovingsfeesten, ga erheen. Het hoeft niet noodzakelijkerwijs een feest van gelovigen te zijn. Ook als je bij een bruiloft van moslims uitgenodigd wordt, kun je als christen daar het licht zijn, zelfs zonder een woord te spreken. Ga naar je Joodse buren als je wordt uitgenodigd. Verblijd je met hen en huil met hen.”

Wat Browning ten zeerste heeft leren waarderen in de cultuur waarin hij woont, is de sabbat. “In Amerika is alles open op de rustdag. Mensen gaan eerst naar de kerk en vervolgens naar de winkel. In mijn jeugd was alles nog gesloten. Mijn vader kocht op zondag zelfs geen krant. Wat je wel kon lezen is de Bijbel en goede literatuur. Op deze manier kom je weer helemaal bij. De sabbat is voor mij heel belangrijk.”

Voor het dienen van de naaste hoeft hij niet ver. Toen Browning in de flat kwam wonen waar hij nu woont, wilde de buurman tegenover hem het huis opkopen om te voorkomen dat hij naast ‘zendelingen’ zou komen te wonen. “Nu is hij heel vriendelijk tegen ons. Ik sta voor hem klaar om hem bijvoorbeeld naar de dokter te rijden. Hij vertelt de mensen nu: ‘Ik ken een priester die me overal bij helpt’. Buitenlanders moeten betrokken moeten raken bij de buurt waarin ze wonen. Als we naar de winkel gaan vragen we een oudere buurvrouw: kunnen we nog wat voor je meebrengen?’ In beide culturen duurt het enige tijd voordat je het vertrouwen van de mensen hebt gewonnen.”

(Dit artikel verscheen ook in het NEMagazine).

%d bloggers liken dit: