Maak ruimte voor herinneringen van Palestijnen

Overblijfselen van het Arabische dorp Suba ten westen van Jeruzalem die in de oorlog van 1948 werd verlaten. Foto: © Alfred Muller
Overblijfselen van het Arabische dorp Suba ten westen van Jeruzalem die in de oorlog van 1948 werd verlaten. Foto: © Alfred Muller

Op 14 mei 1948 verzamelde zich een menigte mensen voor het Tel Aviv Museum. Daar begon om 16.00 uur een ceremonie die de geschiedenis zou veranderen. David Ben Gurion sprak de historische woorden: „We verklaren hierbij de oprichting van een Joodse staat in het land Israël, genaamd de staat Israël.”

Inmiddels is die staat 66 jaar een feit. Israëliërs vierden dat vorige week, nadat maandagavond de gedenkdag van de 23.169 gevallenen overging in Onafhankelijkheidsdag. Er is inderdaad veel om trots op te zijn: de vijanden hebben de staat niet kunnen vernietigen, het land heeft een sterk leger, is vrij welvarend en het trekt steeds meer toeristen aan vanuit de hele wereld.

‘Catastrofe’

Maar niet iedereen viert het feest mee. Israëlische Arabieren –20 procent van de bevolking– en andere Palestijnen markeren juist de ‘Nakba’, ofwel catastrofe. Zij verloren in de Onafhankelijkheidsoorlog ongeveer 400 dorpen en steden. Circa 700.000 Palestijnen vluchtten weg of werden door het leger uit hun huizen verdreven. Ze kwamen in Arabische landen terecht of in andere delen van Israël.

Ze hadden deze tragedie kunnen voorkomen. De Arabieren verwierpen resolutie 181, die de Algemene Vergadering van de VN op 29 november 1947 aannam. Deze beoogde de verdeling van het Britse mandaatgebied in een Joodse en een Arabische staat. Zes Arabische legers vielen Israël aan. Maar wie een oorlog begint, loopt het risico deze te verliezen. En dat is wat gebeurde.

Ze sluiten elkaar uit, Onafhankelijkheidsdag en Nakba. Een wetsvoorstel van Alex Miller, een Russische immigrant, om personen in de gevangenis te stoppen die de Nakba zouden herdenken als een rouwdag, ging de Knesset te ver. Maar het parlement bepaalde in maart 2011 wel dat de minister van Financiën subsidies kan stopzetten aan instellingen die de dag van Israëls oprichting markeren als een dag van rouw.

Historisch bewustzijn

Lang niet iedereen is daar gelukkig mee. Een aantal moedige Joodse Israëliërs pleit ervoor de Nakba een plaats te geven in het eigen historische bewustzijn. Het Arabische deel van de eigen bevolking en de buren op de Westoever en in de Gazastrook beleefden de gebeurtenissen van 1948 immers als een ramp.

Avraham Burg, oud-voorzitter van de Knesset, pleitte daarvoor in de krant Ha’aretz. Hij schreef onder de kop ”Onafhankelijkheid en Nakba: verbonden en onafscheidbaar” dat beide partijen geen vredesregeling kunnen treffen „voordat er een authentieke dialoog wordt aangemoedigd over de herinneringen, de trauma’s en de geschiedverhalen.”

Begrijp me goed: ik ben blij met het bestaan van de staat Israël. Het is voor mij zeker geen Nakba. Tegelijkertijd vind ik dat beide partijen naar elkaar moeten luisteren. Of er nu een politieke oplossing komt of niet, zeker is dat Israëliërs en Palestijnen in dezelfde buurt zullen wonen. Ze zullen de verhalen en gevoelens van de ander moeten kennen en respecteren om vreedzaam samenleven mogelijk te maken.

Elke week Israël Ingezoomd in RD.nl . Informatief, analyserend, opiniërend, kort. Altijd met foto. 

%d bloggers liken dit: