Onder demonstranten

Dat de bestuurder van de tram in Jeruzalem bij een station via de intercom zegt dat hij niet verder rijdt, is niet ongewoon. Meestal heeft „de veiligheid” dan ergens een „verdacht voorwerp” gevonden. Maar dat de bestuurder zegt dat iedereen moet uitstappen omdat er verderop een demonstratie plaatsvindt, is uiterst ongebruikelijk.

Voor ons passagiers zat er niets anders op dan langs de trambaan verder te sjouwen. En zo kwam ik tien minuten later terecht te midden van circa 1000 woedende Ethiopische Israëliërs. „Elke dag worden wij de dupe van politiegeweld”, aldus een man die afstevende op het hoofdbureau van de politie. „Straks vallen er nog doden.”

De politieagenten stelden zich op aan de ene kant van de dranghekken, de betogers aan de andere kant. Daarna zette de menigte zich in beweging naar een groot kruispunt waar ze luisterde naar toespraken van haar leiders. De oproerpolitie stoof hen op galopperende paarden voorbij.

Veldslag 

Later op de dag ontstond er een ware veldslag voor de ambtswoning van premier Netanyahu. Ook in Tel Aviv raakten betogers en politieagenten slaags. Het ging hier slechts om een deel van de Ethiopische demonstranten. De leiders van de betogingen hebben zich openlijk gedistantieerd van de gewelddadigheden.

Vanwaar de uitbarsting? Een paar dagen eerder sloegen een politieman en een politievrijwilliger in Holon de Ethiopische soldaat Damas Pakada in elkaar. Hij kwam met zijn fiets bij een plek waar de straat was afgesloten omdat er een verdacht voorwerp was gesignaleerd. Pakada werd gearresteerd wegens het aanvallen van de politie. Hij zou mogelijk voor een rechter zijn gebracht en een strafblad hebben gekregen, ware het niet dat een omwonende een video van het incident had gemaakt. Daaruit bleek dat hij weinig bijzonders deed.

„Het in elkaar slaan was niet de reden van de demonstraties, maar de aanleiding”, zei de Ethiopische activiste en journaliste Tsega Melaku van de Israëlische Omroepdienst deze week. „Het probleem is het gebrek aan integratie.”

Dezelfde kansen 

Ze zei dat inmiddels 40 procent van de ruim 130.000 Ethiopische Joden in Israël zelf is geboren. De jongeren willen net als andere Israëliërs zijn en dezelfde kansen hebben. Uit peilingen blijkt dat veel Joodse burgers Ethiopiërs niet als buren willen en dat ouders hun kinderen niet naar een school sturen waar ook Ethiopische kinderen heengaan.

De Ethiopiërs eisen gelijkheid op school, de universiteit, op de banenmarkt en in het leger. Ze vragen respect voor hun tradities. Nu krijgen ze die niet en hebben hun religieuze leiders bijvoorbeeld niet dezelfde status als andere rabbijnen.

Met hun betogingen hebben de Ethiopische Joden hun stem laten horen. Hoog tijd dat andere Israëliërs hun problemen serieus nemen en hen helpen om beter te integreren. Tenslotte zijn ook andere immigrantengroepen succesvol in de samenleving opgenomen.

Elke zaterdag in het Reformatorisch Dagblad: Israël Ingezoomd. Commentaar op gebeurtenissen in Israël en omgeving vanuit Israël. 

%d bloggers liken dit: