Mijn bezoek aan de Bank van Israël

Het werd hoog tijd orde te creëren in de kamer waar zo hard wordt gewerkt. Dat besefte ik toen ik een boek niet terug kon vinden waarvan ik wist dat ik het had.

Hoe doe je dat: het reorganiseren van je kamer? Dat gaan we even googelen. Het is ongelooflijk hoeveel websites gewijd zijn aan het scheppen van orde in huis. Een van de beste tips die ik op Google tegenkwam luidt: weggooien. Zorg dat de prullenbak snel vol is. Met deze tip in het hoofd trok ik op een zekere dag de onderste la van mijn bureau open.

Dat ging met enige moeite. Niet alleen omdat de la propvol zat, maar ook omdat deze niet helemaal in het bureau past. Vele jaren geleden heb ik van een van de buren een licht beschadigd bureau gekregen.

Tandartsrekeningen

Sleutelhangers kwam ik tegen, ansichtkaarten van Jeruzalem, Bethlehem en Jericho, tandartsrekeningen die 20 jaar geleden waren betaald en garantiebewijzen van apparaten die 10 jaar geleden al werden vervangen. De prullenbak was zo gevuld. Maar niet met alles.

Op de bodem lag namelijk een witte envelop. Toen ik deze opende vond ik oude bankbiljetten. Ze waren door midden gescheurd: de helft of een derde deel miste. Maar de nummers stonden er nog op. Iedereen weet dat je deze kan inleveren bij de Bank van Israel. In ruil voor geld dat net van de persen is gerold.

Het bedrag was misschien net genoeg om met een vriend ergens koffie te drinken met een croissant erbij. Ik zou er dus geen aparte reis voor maken, maar de dag afwachten waarop ik een keer toevallig in de buurt zou zijn. En op een zekere dag was het zover.

Ruimvallende jasjes

Het witte, rechthoekige gebouw bevindt zich pal tegenover het kantoor van premier Benjamin Netanyahu. De straat is afgesloten met hekken. Voor het kantoor van de premier staan keurig gekapte heren met ruimvallende kaki jasjes en joekels van vuurwapens. Ze laten de voetgangers ongestoord doorlopen, na een donkere blik op hen te hebben geworpen.

Even later sta ik bij de ingang van de nationale bank. Daar vertelt de receptioniste mij, dat de collega voor de beschadigde bankbiljetten die dag vroeg huiswaarts is gekeerd. Er zit dus niets anders op dan een andere keer terug te komen.

Een paar maanden later ben ik er opnieuw. De security inspecteert mijn tas op steekwapens, explosieven, spuitbussen en blaffers. Ook moet de bezoeker door een poortje lopen dat steeds alarm blijft slaan, waar de gast zich ook van ontdoet. Gelukkig is het personeel vriendelijk en beleefd. Nadat ik een naamtag met het woord „bezoeker” om de nek heb hangen, mag ik verder. Het kantoortje voor het inwisselen van de biljetten bevindt zich gelukkig vlakbij de ingang.

Balie

De dame achter de balie hoort mij welwillend aan als ik de gescheurde bankbiljetten uit de witte envelop trek. „Maar meneer, die zijn al jaren uit de running”, zegt ze. „Kijk, ik zal u laten zien wat u hier kunt inleveren.”

Ze trekt een la open en haalt daar een met een elastiekje bijeengehouden stapel groene briefjes van 20 sjekel uit. Het gaat om een type dat tegenwoordig nog in gebruik is. De biljetten zijn bovendien aanzienlijk minder toegetakeld dan de mijne en missen hooguit een randje.

Binnen twee minuten sta ik weer bij de security, waar ik mijn identiteitskaart terug krijg in ruil voor de naamtag „bezoeker”. „Gelukkig Nieuwjaar”, wensen we elkaar, want het was vlak voor het Joodse jaar 5776.

Thuisgekomen zit er niets anders op dan weer wat in de prullenbak te werpen. Het bleek opnieuw dat Google de beste tips aandroeg!

Dit artikel verscheen in de serie Post uit: RD-correspondenten over het dagelijks leven in het buitenland.

Foto: Bank van Israël. © Alfred Muller

%d bloggers liken dit: