Botanische tuin verzamelt planten uit de hele wereld

Al sinds 1961 is dr. Michael Avishai bij de universitaire botanische tuin in Jeruzalem betrokken, maar hij heeft niets van zijn enthousiasme verloren. Snel klimmen we bij hem in het elektrische autootje dat ons over de heuvels en terrassen voert. Al is de tuin slechts een kilometer lang, zeker met warm weer is zo’n vervoermiddel uiterst welkom.

ALMU20150805_4842
Dr. Michael Avishai, Scrientific Director (Emeritus)

De tuin werd in 1931 gesticht door professor Otto Warburg als onderdeel van de Hebreeuwse Universiteit, die in 1925 op de Scopusberg in Jeruzalem was geopend. Een andere botanicus, professor Michael Zohary, kwam op het idee planten uit de hele wereld naar Israël te halen. De pioniers vonden de tuin belangrijk, want landbouw zou een belangrijke rol spelen in de nieuw op te richten staat.

Daarbij was wetenschappelijke hulp nodig. Maar de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 gooide roet in het eten. De Scopusberg veranderde in een enclave, omringd door Jordanië. Er bevonden zich alleen enkele bewakers. Ook de botanische tuin op de Scopusberg werd onbruikbaar. De studenten van de Hebreeuwse Universiteit kregen colleges op allerlei locaties in West-Jeruzalem, zoals in kloosters.

ALMU20150805_4899
Libanese ceders.

Een nieuwe plek

In 1953 besefte premier David Ben Gurion dat de studenten en docenten niet snel terug zouden kunnen keren naar de Scopusberg. Hij gaf toestem- ming voor de bouw van een nieuwe campus in de wijk Gi- vat Ram. Deze zou niet alleen de wetenschap moeten dienen, maar ook tegemoet moeten komen aan de behoefte fraaie plaatsen in Jeruzalem te creëren. De universiteit besloot een botanische tuin om de gebouwen aan te leggen.

In de praktijk kwam er echter weinig terecht van de fraaie tuin. Er was namelijk steeds meer grond nodig voor de universiteit. In 1960 gaf de regering toestemming grond te gebruiken naast de campus voor de aanleg van een nieuwe tuin. De tuin kreeg veel functies. Op deze plek zou het publiek een grote diversiteit aan planten moeten kunnen zien. De tuin zou ook een weten- schappelijk centrum moeten worden, een bewaarplaats voor planten die al dan niet met uitsterven worden bedreigd en een hulpmiddel voor onderwijs. Tevens moest de tuin dienen als groene long voor de zich uitbreidende stad.

ALMU20150805_4929
In de kwekerij van de botanische tuin.

Plantensoorten

Avishai vertelt dat Israël 2700 plantensoorten telt. Verder zijn er zo’n 4000 soorten ingevoerd. Ter vergelijking: Zweden kent 1800 variaties, Engeland 1600. Israël heeft zijn diversiteit te danken aan het feit dat het op het kruispunt ligt van de continenten Afrika, Azië en Europa. In Israël bestaat ook een variatie aan klimaat- zones. In Eilat is het warm, de Hermon in het noorden is ’s winters bedekt met sneeuw.

De in totaal 26 hectare grote botanische tuin heeft locaties voor planten uit de vijf continenten, met in totaal 4500 plantensoorten. De uitgebreide collectie is een gevolg van de samenwerking met andere botanische tuinen wereldwijd. Aan de coöperatie met Turkije bijvoorbeeld is de introductie van de Turkse eik te dan- ken. Dat is een bladerrijke boom, die prima groeit in het Israëlische klimaat. Tal van gemeenten in Israël planten deze boom om zijn schaduw, iets wat altijd welkom is in de hete zomers.

ALMU20150805_4907
Planten die met uitsterving worden bedreigd.

Schooltuinen

Leerlingen van Joodse en Arabische scholen brengen bezoeken aan de tuin en ze kunnen schooltuintjes krijgen. Maar over het algemeen valt er nog veel te verbeteren aan de voorlichting van het publiek, zegt de botanicus. “Vervuiling tast het plantenleven in Israël aan. Vooral in het kustgebied en rond Haifa is het erg door de chemische industrie. Velen in Haifa realiseren zich nu dat ze een groot probleem hebben. Ik verwacht dat er een grote publieke strijd zal ontstaan over de uitbreidingsplannen voor raffinaderijen.”

ALMU20150805_4939
Wilde vijgenboom.

Wilde olijf

In het deel van de tuin voor planten uit het Middellandse Zeegebied vinden we de wilde olijf. Avishai prikt met zijn nagel in een van de groene vruchten. Een witachtig sap spuit eruit, waaruit hij concludeert dat deze olijf niet geschikt is voor menselijke consumptie. “Net als bij de wilde amandelboom en de wilde vijgenboom, heeft de mens de wilde olijf veredeld. Dat wil zeggen dat mensen door ervaring die bomen hebben geselec- teerd die ze nodig hadden en die verder kweekten, zo’n drieduizend jaar geleden. Dat was destijds een grote ontdekking.”

De huidige wetenschappelijk directeur van de tuin en de opvolger van dr. Avishai, vond een wilde olijfplant in de buurt van Eilat. De wilde olijf komt ook in de Sinaï, Jordanië, Irak en Iran voor. “Hij behoort tot de ficussoorten. Daar zijn in de tropen en subtropen drieduizend soorten van. In Europa zijn ze populair als huisplant.”

ALMU20150805_4950
De Australische varenachtige plant die werd herontdekt in de Blue Mountains. De plant kwam 200 miljoen jaar geleden veel voor op het zuidelijk halfrond. 

Bijzondere planten en dieren

Een van de bijzondere planten waar het wagentje van Avishai heen rijdt, is de Wollemia nobilis. “Deze groeide lang geleden overal op het zuidelijk halfrond. Van deze plant zijn fossielen gevonden op Antarctica”, vertelt Avishai, wijzende op een varenachtige plant. “Een parkwachter vond deze in 1994 in de buurt van Sydney. We kregen enkele stekjes mee. De plant is nu uit de ge- varenzone. De boom kan 10 tot 15 meter hoog worden in de Blue Mountains van Australië.”

Als middel om publiek te trekken, stelde de tuin deze zomermaanden dinosaurussen ten toon. Deze zijn door een Argentijns bedrijf op ware grootte nagemaakt, op basis van fossielen. Het bijzondere is dat de monsters ook bewegen en grommen. “Vele gezinnen kwamen naar de tuin om de beesten te zien en zich erbij te laten fotograferen.”

ALMU20150805_4983
In Argentinië nagemaakte dinosaurussen in de botanische tuin van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

(Dit artikel verscheen eerder dit jaar in Israel Aktueel).

%d bloggers liken dit: