Archeologen hebben in de Stad van David in Jeruzalem verkoolde houten balken gevonden uit de tijd van de Babylonische verwoesting van de stad in 586 voor Christus.
De vondst werd gedaan bij de opgraving van de Givati-parkeerplaats door de Israëlische Oudheidkundige Dienst (IAA) en de Tel Aviv Universiteit.
Volgens opgravingsdirecteur Efrat Bocher waren de zware balken waarschijnlijk onderdeel van het dak van een binnenplaats van een gebouw uit de Eerste Tempelperiode. Tijdens de verwoesting stortten ze naar beneden. Gesmolten kalk van de muren bedekte het hout en zorgde ervoor dat het uitzonderlijk goed bewaard bleef.

Dr. Johanna Regev van de Israëlische Oudheidkundige Dienst. Foto: Reut Vilf, Stad van David.
Bijzonder is het grote aantal groeiringen in de balken. Volgens dr. Johanna Regev van de IAA maakt dit nauwkeuriger datering mogelijk. Waar archeologen voorheen soms een marge van honderden jaren hadden, kan die nu worden teruggebracht tot ongeveer tien jaar.

Verwoestingsresten die zijn blootgelegd tijdens de opgravingen van de Israëlische Oudheidkundige Dienst in de Stad van David. Foto: Reut Vilf, Stad van David.
Herinnering
Archeologen vermoeden bovendien dat terugkerende inwoners van Jeruzalem de ruïnes bewust lieten liggen om de herinnering aan de verwoesting levend te houden. Volgens dr. Yiftah Shalev is het bewaren van zichtbare sporen van een ramp een menselijke manier om het verleden te herinneren.

Opgravingen van de Israëlische Oudheidkundige Dienst in de Stad van David. Foto: Reut Vilf, Stad van David.
De Bijbel beschrijft de Babylonische verwoesting van Jeruzalem. (2 Koningen 25, 2 Kronieken 36, en Jeremia 52.)
Ook elders in de Stad van David zijn sporen van deze verwoesting gevonden.
Een uitgebreide versie van dit artikel op de website van het RD.
