Melanie Phillips, Londonistan

Melanie Phillips over London

Philips, Melanie. Londonistan: How Britain is Creating a Terror State Within. London: Gibson Square, 2006.

Bij een demonstratie voor de Deense ambassade in Londen in februari 2006, riepen moslims op tot bomaanslagen en onthoofdingen in Denemarken. Aanleiding was de publicatie van cartoons in een Deense krant, waarbij Mohammed zou zijn belachelijk gemaakt. De politie greep niet in. Maar toen mensen foto’s wilden maken van een demonstrant die zich had verkleed als zelfmoordterrorist, dreigden de agenten hen te arresteren. Pas later, na publieke woede over dit incident, werden enkele demonstranten aangehouden.

De demonstratie is een van de talloze voorbeelden die de Britse journaliste Melanie Phillips geeft in haar boek over de opmars van de islam in Londen en de weerzin van de autoriteiten om op te treden tegen uitingen van de radicale islam. Het is getiteld: “Londonistan: How Britain is Creating a Terror State Within” (“Londonistan: hoe Groot-Brittannië een terreurstaat in zichzelf creëert”). Haar conclusie is dat in Groot-Brittannië in een wijdverspreide staat van ontkenning verkeert over de gevaren die het bedreigen.

De ‘term ‘Londonistan’ wordt door haar omschreven als ondermeer ‘een staat van denken’. Het verschijnsel doet zich niet alleen voor in Londen, maar ook in andere Britse steden.

In de eerste plaats kon Londonistan zich ontwikkelen vanwege de komst van grote aantallen immigranten uit landen waar de islam radicaal is. De radicalen onder hen stellen zich de islamisering van het westen ten doel. Ze kwamen uit Pakistan, Bangladesh en Kasjmir, Afrika en het Midden-Oosten. Inmiddels groeit een generatie in Groot-Brittannië geboren moslims  op.

De overheid verstrekte ruimschoots asiel op grond van de mensenrechten. Dat leidde tot de influx van grote aantallen die een bedreiging vormen voor de staat. De Britse rechters pasten de mensenrechten bepalingen met grotere ijver toe dan in andere landen. Radicale moslims konden niet gedeporteerd worden als ze konden claimen dat ze in de plaats van bestemming vervolgd zouden worden. De mensenrechtenwetgeving kon worden misbruikt om andere wetten te overtreden.

De tweede, meer doorslaggevende oorzaak van het ontstaan van Londonistan is dat de Britse samenleving in een moreel en filosofisch vacuüm is terechtgekomen. De geestelijke leegheid biedt ruimte voor de opkomst van een radicale godsdienst. De traditionele zeden in deze grotendeels postchristelijke samenleving zijn systematisch ondermijnd en vervangen door een ‘alles mag’ cultuur.

Centrum

Islam is de snelst groeiende religie in Engeland. Inmiddels bezoeken meer mensen de moskee dan de Anglicaanse Kerk. Londen is in de afgelopen twintig jaar het centrum geworden voor het islamitisch denken buiten het Midden-Oosten. Niet alleen publicaties van bijvoorbeeld de Palestijnse islamitische Hamas beweging zijn er te vinden, maar ook antisemitische geschriften als Mein Kampf van Hitler en de Protocollen van de Oudsten van Sion. Vele van de fatwa’s (religieuze decreten) van Bin Laden werden in Londen voor het eerst gepubliceerd.  Ook kregen radicale moslims de gelegenheid conferenties te beleggen.

In Groot-Brittannië wonen ongeveer twee miljoen moslims op een bevolking van zestig miljoen. Op zich is het islamitische deel van de bevolking niet zo groot. Maar waar de schrijfster verontrust over is, is dat het aantal moslims dat de doelen of methoden van de jihad (heilige oorlog tegen de ‘ongelovigen’) steunt schrikbarend hoog is. Volgens haar geven 16.000 moslims al dan niet actieve steun aan terroristische activisten. Britse functionarissen schatten dat het aantal mensen dat trainingen heeft genoten in Al Qaida kampen in het buitenland op 3000.

Londen kon zo het centrum voor de promotie, rekrutering en financiering van terreur en extremisme worden. Aanslagen in andere landen – waaronder de VS en Israël –werden gedeeltelijk in Engeland voorbereid. Radicale moslims genoten er aanmerkelijk meer vrijheid dan dat ze in Arabische landen ooit zouden krijgen. In de stad opereerden zeker twee aan Al Qaida verbonden organisaties. De beruchte Hizb ut-Tahrir groep had er eveneens een hoofdkwartier. Deze organisatie is verboden in veel landen en streeft naar de heroprichting van het kalifaat. De leider, Omar Bakri Mohammed, die een sociale uitkering genoot, predikte openlijk de overname van Downing Street door de islam. Toen hij na de juli 2005 bombardementen het land verliet, mocht hij niet meer terugkomen.

Oorzaak

In de afgelopen jaren groeide het besef dat er een bedreiging bestaat. Maar het merendeel van de autoriteiten en bevolking begrijpt niet waar die uit voortvloeit. De oorzaak ligt, aldus vele Britten, bij de VS en Israël. De VS zou slachtoffer van islamitische agressie geworden zijn omdat ze Israël op slaafse wijze steunen. De oorlog in Irak zou geen verdediging tegen agressie zijn, maar agresssie veroorzaken. Amerika is een supermacht die zich niet weet te beheersen.

De auteur gelooft dat het voor de meesten in Groot-Brittannië, en zeker voor de beter opgeleiden, duidelijk dat de oorzaak van de woede van de moslims tegen het Westen bij Israël ligt. Dat land zou de Palestijnen belemmeren een eigen staat op te richten. De Britten geloven ook, ondanks bewijs van het tegendeel, dat Joden en moslims het uitstekend met elkaar konden vinden voordat de staat Israël werd opgericht. Voorts denken ze, dat het conflict in het Midden-Oosten een conflict over landverdeling is. Phillips schrijft dat ze aan de kern van het probleem voorbij gaan: de oorzaak ligt in een ideologie.

Door deze blinde vlek faalden in de jaren negentig de Britten (en toen ook nog de Amerikanen) de dreiging te zien die zich in de islamitische wereld ontwikkelde. Ze dachten dat het terrorisme gericht was tegen bepaalde staten, waar ze zelf niet bij hoorden. Toen de Algerijnse journalist Reda Hussaine Scotland Yard (de metropolitaanse politie in Londen) en MI5 (de veiligheidsdienst) waarschuwde voor Algerijnse extremisten die terreuraanslagen in Europa overwogen, werd hij niet serieus genomen. De MI5 zond slechts junior functionarissen met hem te praten. Tenslotte gaf hij op, omdat hij zag dat zijn advies werd genegeerd.

Ook na 11 september en de bombardementen in juli 2005 in het Londense openbaar vervoer systeem door in Engeland opgegroeide zelfmoordterroristen, streefden media en intelligentsia ernaar ‘islamofobie’ te vermijden. Elke poging van de Britse maatschappij zichzelf of zijn waarden te verdedigen, hetzij door antiterroristische wetten of door de herbevestiging van de westerse waarden, wordt afgedaan als islamofobie. “Zelfs het gebruik van de term “islamitisch terrorisme’ wordt beschouwd als ‘islamofobisch’.”

Confrontatie

Helemaal hopeloos is de situatie in Groot-Brittannië niet, want er zijn een paar leiders die de problemen duidelijk in het vizier hebben. In de eerste plaats is dat niemand minder dan premier Tony Blair. Hij sprak over de noodzaak de confrontatie met de radicale islam aan te gaan, maar hij had moeite bijval te creëren. Hij stelde ook dat de rechterlijke macht harder op moest treden.

De antiterreur afdeling van de politie stelde in een document dat het noodzakelijk was verdachten 90 dagen in hechtenis te kunnen houden.  De reden was dat zonder deze maatregelen terroristen niet op tijd gestopt zouden kunnen worden. Het parlement voelde daar niet voor. Tenslotte werden de 90 dagen gereduceerd tot vier weken.

Melanie Phillips heeft een politiek incorrect boek geschreven. Het kostte haar dan ook moeite een uitgever te vinden. Maar toen die eenmaal was gevonden was er geen houden meer aan: binnen een maand moest het boek vier keer worden herdrukt.

In haar boek schrijft ze overigens duidelijk dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen moslims en de radicale moslims, oftewel de ‘islamisten’. “Islamisme is de politieke interpretatie van de religie die ernaar streeft samenlevingen te islamiseren. Vele moslims in Groot-Brittannië en elders zijn geen aanhanger van ideologie.” Maar volgens haar is het wel de dominante trant in de moslim wereld.

Humanitaire organisaties moeten volgens haar intensief worden onderzocht om te kijken of hun fondsen niet voor terrorisme worden gebruikt. Kranten en televisiestations die oproepen tot terrorisme en de oorlog tegen het Westen moeten worden gesloten. De Britse cultuur moet weer worden verdedigd. Tenslotte zijn de westerse waarden in Groot-Brittannië ontwikkeld, en juist in dat land komen ze onder druk te staan.

Voor lezers die een overzicht willen hebben van de Britse politiek van toegeeflijkheid is dit een geschikt boek. Toch zullen ze het waarschijnlijk niet steeds met haar eens zijn. Soms echter neemt ze bij haar argumentatie de bochten te nauw. Het beschrijven van de nuance is niet haar sterkste punt. Ze verdedigt bijvoorbeeld de publicatie van de Mohammed cartoons in Deense en daarna andere Europese kranten. (De Britse kranten deden er overigens niet aan mee.) Sommige lezers zullen stellen dat persvrijheid niet impliceert dat de religieuze gevoelens van welke groep dan ook moeten worden gekwetst.

%d bloggers liken dit: