Jonathan Schanzer, Hamas vs. Fatach

Schanzer Hamas vs. Fatah

 

Schanzer, Jonathan. Hamas vs. Fatah: The Struggle for Palestine. New York: Palgrave Macmillan, 2008.

De Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi sprak van een “eenvormige Palestijnse identiteit”. Maar in de afgelopen twintig jaar bleek meer dan eens dat de Palestijnen onderling sterk verdeeld zijn. Clans en gewapende groepen stonden tegen elkaar op in een chaotische samenleving.

Nergens bleek de verdeeldheid zo sterk als bij de machtsstrijd tussen de twee belangrijkste Palestijnse partijen, Fatach en Hamas. Hamas en Fatach staan twee jaar na de Hamas machtsovername in de Gazastrook nog steeds op voet van oorlog van elkaar, ondanks de periodiek optredende pogingen beide groepen met elkaar te verzoenen.

De Midden-Oosten deskundige Jonathan Schanzer gaat uitgebreid in op de scheuring in zijn boek ‘Hamas versus Fatach: de strijd om Palestina’. Hij is verbonden aan het in Washington gevestigde Joodse Beleidscentrum.

Beide partijen zijn ze het erover eens dat de islam een rol dient te spelen. Ze verschillen echter van mening over de vraag hoe belangrijk die moet zijn. Een belangrijk drijfveer van Fatach is nationalisme – het streven een staat op te richten. Voor Hamas speelt de radicale islam een allesoverheersende rol. Deze islamitische beweging bouwt voort uit de ideologie van de moslimbroederschap, die streeft naar de verbreiding van het islamitische fundamentalisme, het wegzuiveren van westerse invloeden in de Arabische landen en de heroprichting van het kalifaat.

De geestelijke leider sjeik Achmed Yassin en andere moslim fundamentalisten richtten in december 1987 Hamas op. Dat gebeurde kort na het uitbreken van de eerste Palestijnse opstand tegen de Israëlische bezetting. Op 28 september 1989 verklaarde Israël Hamas illegaal, hetgeen zijn populariteit ten goede kwam. In 1992 richtte Hamas een militaire arm op, genoemd naar sjeik Izzadin Al-Qassem, de fundamentalist die in de jaren dertig een verbeten strijd voerde tegen de Britten die het mandaat voerden in Palestina. Toen Hamas begon met de kidnap van Israëlische soldaten, pakte het Israëlische leger honderden Hamasleden op, waaronder sjeik Yassin. Maar de invloed van Hamas viel niet meer terug te draaien.

Een belangrijke bron van ergernis onder de Hamas leden was de vredesbesprekingen tussen Israël en de door Fatach gedomineerde PLO. De PLO gaf met het Oslo Akkoord van 1993 officieel te kennen genoegen te nemen met een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Maar Hamas bleef de stelling verdedigingen dat Palestina opgericht moest worden in het hele gebied tussen de Jordaan en de Middellandse zee. Er bestond dus een belangrijk verschil van opinie tussen beide groepen.

Geweld was het antwoord van Hamas op het vredesproces. De regering van Bill Clinton zag het geweld van Hamas als het grootste gevaar. Fatach functionaris Mahammad Dahlan beschuldigende Hamas ervan een vuil spelletje te spelen met de toekomst van het Palestijnse volk en de wil van buitenlandse machten uit te voeren. Dat was een toespeling op de banden tussen Hamas met Iran en Syrië.

In april 1994 begon Hamas een serie zelfmoordaanslagen onder Israëlische burgers. Hamas zei aanvankelijk dat dat was vanwege de aanslag van Baruch Goldstein op de Ibrahimi moskee in Hebron, waarbij 29 moslims het leven verloren. Maar Hamas zou volgens de auteur ook met de aanslagen zijn begonnen zonder het bloedbad in Hebron.

De verkiezingen voor het Palestijnse parlement op 26 januari 2006 werd het vermoeden dat Hamas steeds populairder werd, bevestigd. Hamas won 76 van de 132 zetels, Fatach 45. Sommigen zeiden dat dat was vanwege de kritiek op Fatach maar iedereen begreep dat Hamas de jihad tegen Israël hoog in het vaandel had staan. Palestijnen hadden ook kunnen kiezen voor andere oppositiepartijen dan Hamas.

Fatach echter gaf zich niet gewonnen en weigerde bevoegdheden over te geven. Het gevolg was dat de Gazastrook een kookpunt bereikte. In 2006 en 2007 vielen er honderden doden en gewonden. Saudi-Arabië nodigde beide partijen uit zich met elkaar te verzoenen. Op 8 februari 2007 werd het Mekka Akkoord gesloten. Maar het was al te laat: er was te veel vijandschap ontstaan. In maart 2007 bijvoorbeeld werden er 46 ontvoeringen en 25 doden geteld.

In juni 2007 kwamen de spanningen tot een uitbarsting tijdens een coupe. De door westerse landen getrainde Fatach leden deserteerden of sloten zich bij Hamas aan. De Fatach strijders die wel tegenstand boden, werden snel verslagen. Hamas overtrad de oorlogswetten bij de behandeling van de gevangenen. Zij werden in de benen geschoten en bij de overlevenden moesten vaak later ledematen worden geamputeerd.

Sancties
Israël trof zware sancties tegen de Gazastrook in respons op het geweld uit dat gebied, die met name de vorm aannamen van raketbeschietingen die het dagelijks leven in Sderot en andere plaatsen rondom de Gazastrook grondig verstoorden. De restricties kwamen hard aan in de Gazastrook en de Palestijnse bevolking leed zwaar. Volgens een Israëlische mensenrechtengroep B’Tselem kwam 59 procent van de elektriciteit uit Israël en het Rode Kruis meldde dat 95 procent van de plaatselijke productie afhing van de grondstoffen daar. Israël liet alleen het hoognodige mondjesmaat toe. De opening van de grens in januari 2008 bood de Palestijnen gelegenheid gebruiksgoederen en wapens in te voeren. Daarna dienden de tunnels tussen Gazastrook en Egypte daar weer voor.

De situatie in de Gaza ging na de machtsovername door Hamas van kwaad tot erger. De islamitische groep liet een bijna criminele onverschilligheid zien tegenover het lijden van de burgers onder geweld, gebrek aan dienstverlening, armoede, schade en de Israëlische represailles op aanvallen van Hamas. Een onderzoek toonde dat 83 procent van de Palestijnen in de Gazastrook geloofde dat de toestand na de Hamas coupe verslechterde. In januari 2008 was 50 tot 70 procent van de Gaza bevolking werkloos. Duizenden fabrieken werden gesloten en 75 procent van de inwoners leefden onder de armoedegrens. In minder dan een jaar was de Hamas erin geslaagd de kleine stappen die de Palestijnse Autoriteit had gezet om de situatie te verbeteren, ongedaan te maken.

Hamas verrichtte ongeveer duizend arrestaties, vooral van aanhangers van Fatach en de Palestijnse Autoriteit. De gevangenen liepen het risico te worden gemarteld. Beschuldiging van ‘collaboratie’ met Israël bleek telkens weer een goed excuus mensen op te pakken.

Sharia gerechtshoven moesten geschillen bijleggen. De rechters werden door Hamas aangewezen. Aan de uitspraken ontbrak volgens Amnesty international “onafhankelijkheid, onpartijdigheid, training, supervisie, en openbare verklaarbaarheid.” Ook was het droevig gesteld met de vrijheid van demonstraties en de persvrijheid.

De auteur behandelt in zijn boek niet meer de oorlog tussen Israël en Hamas die eind december vorig jaar uitbrak. Deze ontstond nadat de raketbeschietingen van militante groepen in de Gazastrook waren geëscaleerd tot soms tientallen per dag. Voor Israël was de maat vol.

Een van de grote vragen die westerse politici onbeantwoord laten, is hoe Israël vrede kan sluiten met de Palestijnen als zij geen vrede onder elkaar hebben. Schanzer concludeert dat de VS nog geen effectieve plan heeft opgezet om een conflict te beëindigen. Nu zijn we verder. De Amerikaanse regering van Barack Obama heeft van Israël geëist te stoppen met de uitbreiding van de nederzettingen, maar een vredesplan laat nog op zich wachten.

Israël zou in de toekomst nog belangrijke concessies kunnen doen, maar deze zullen geen zin hebben als de Palestijnen hun geweld tegen Israëliërs en mede-Palestijnen niet stopzetten. Over die kans is Schanzer pessimistisch. “Echte hervorming is alleen mogelijk als er nieuwe partijen ontstaan en nieuwe leiders komen die afzien van de gewelddadige tactieken van Hamas en Fatach. Alleen door het verwerpen van de partijprogramma’s van beide partijen kunnen Palestijnen de zelfvernietigende cirkel doorbreken.”

%d bloggers liken dit: