Khaled Hroub, Hamas: Political Thought and Practice

Hroub Hamas

Hroub, Khaled. Hamas: Political Thought and Practice. Washington, DC: Institute for Palestine Studies, 2000.

Vijftien jaar jong was ze toen Yevgenia Dorfman dinsdag stierf. Ze was het 21-ste dodelijke slachtoffer van de bomexplosie bij een discotheek in Tel Aviv op 1 juni. Meer dan twintig vooral jonge Israëliërs liggen nog in ziekenhuizen. De zelfmoordenaar die de bom tot ontploffing bracht, de 22 jarige Sa’id Hutari, was verbonden aan de islamitische verzetsbeweging Hamas. Al meer dan tien jaar lijdt Israël onder de terreur van deze organisatie, die een grote vrijheid geniet in de Palestijnse gebieden van Yasser Arafat.

Wie Hamas zegt, denkt aan terreur. Tenminste dat is in Israël zo en op veel plaatsen daarbuiten. Palestijnen maken echter andere associaties. Hamas betekent voor hen ook een uitgebreid netwerk van religieuze, culturele en sociale activiteiten. Dat Hamas tevens wat het noemt “operaties” uitvoert tegen Israël is “het natuurlijke product van onnatuurlijke omstandigheden”, aldus Khaled Hroub, die een uitgebreide studie heeft gedaan naar Hamas en daar een boek over heeft geschreven onder de titel: “Hamas: politiek gedachtegoed en praktijk.”De onnatuurlijke omstandigheden zijn volgens hem de Israëlische bezetting waaronder Palestijnen leven.

Volgens Hroub is het dus onjuist de strijd tegen Israël te zien als louter een ideologische strijd tussen judaïsme en islam. De ideologisch-religieuze factor is zeker belangrijk, maar het gaat ook om een nationalistisch conflict. De auteur zegt in het voorwoord van zijn eigen boek “een gebalanceerd beeld” van Hamas te geven. Al lezende wordt al snel duidelijk dat hij sympathie voor de beweging koestert.

Banier
Sjeik Achmed Yassin en andere moslim fundamentalisten richtten in december 1987 Hamas op. Dat gebeurde na het uitbreken van de eerste Palestijnse opstand tegen de Israëlische bezetting in december 1987. De organisatie publiceerde een handvest, dat zeer radicaal was. “Hamas streeft ernaar de banier van Allah over elke centimeter van Palestina uit te strekken”, zo stelt artikel 6 van het handvest.

Anders dan de Palestijnse bevrijdingsbeweging PLO, de overkoepelende organisatie waarvan de Palestijnse Autoriteit deel uitmaakt, is de Hamas een islamitisch-fundamentalistische beweging. De beweging vloeit voort uit de moslim broederschap, die in 1929 in Egypte werd opgericht door sjeik Hassan al-Banna, en sindsdien veel van zich laat horen in het Midden-Oosten. Het doel van de broederschap is de islamitische wetgeving te introduceren in het maatschappelijke en politieke leven van de moslim naties.

De leiders van Hamas bevinden zich gedeeltelijk in de Palestijnse autonome gebieden en gedeeltelijk in Arabische landen. De hoogste politieke lichamen van de beweging zijn de Verenigde Raadgevende Raad en het Politieke Bureau. Daaronder bevinden zich kleinere instellingen voor planning en verspreiding van informatie. De beslissingsprocedures zijn ingewikkeld. Yassin vindt dat niet één persoon het monopolie moet hebben, maar dat beslissingen gezamenlijk worden genomen. Maar hij is wel zo machtig dat niemand tegen zijn wil durft in te gaan.

In 1992 richtte Hamas de beruchte militaire arm op, genoemd naar sjeik Izzadin Al-Qassem, de fundamentalist die in de jaren dertig een verbeten strijd voerde tegen de Britten die het mandaat voerden in Palestina. Het is de Izzadin Al- Qassem factie die de meeste kamikaze acties in Israël heeft uitgevoerd, en daarmee de dood en verwonding van talloze burgers heeft veroorzaakt. Onder de slachtoffers van hun terreuraanslagen zijn zelfs Palestijnse Arabieren die zich toevallig op de plaats bevonden waar een aanslag plaatsvond.

Invloed
De invloed van Hamas op de Palestijnse samenleving is aanzienlijk. Bij verkiezingen voor Palestijnse instellingen, zoals universiteiten en vakbonden, haalde het in het begin van de jaren negentig tussen de veertig en vijftig procent van de stemmen. Hamas besloot niet mee te doen aan de Palestijnse verkiezingen van 1996, omdat deze verbonden waren aan zelfbestuur. In huidige politieke opiniepeilingen is de steun voor Hamas kleiner, namelijk rond twintig procent.

De snelle groei en grote invloed van Hamas is te danken aan de sociale activiteiten. Vele Palestijnen, die verpauperd waren tijdens de jarenlange bezetting, raakten afhankelijk van de gezondheidszorg, beroepsopleiding en allerlei liefdadigheidsinstellingen van de beweging. Maar het ging daar niet zomaar om het verstrekken van naastenliefde. Het netwerk was bedoeld om het religieuze gedrag, de politieke keuzen en opinie van de armen en de werkende klasse te beïnvloeden. “De opbouw van de moslim maatschappij is een noodzaak in de strijd voor de bevrijding” aldus het manifest. Hamas scoorde groot succes in de opbouw van het sociale netwerk, temeer omdat vele Palestijnen afkerig waren van de corruptie en het wanbeleid van de Palestijnse Autoriteit.

Broederoorlog
De PLO gaf met het Oslo Akkoord van 1993 officieel te kennen genoegen te nemen met een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Maar Hamas bleef de stelling verdedigingen dat Palestina opgericht moest worden in het hele gebied tussen de Jordaan en de Middellandse zee. Er bestond dus een belangrijk verschil van opinie tussen beide groepen.

Hamas-leiders hebben echter gezegd dat ze alles op alles willen zetten om een broederoorlog te voorkomen. Daarmee heeft de Palestijnse Autoriteit volgens Hroub de vrijheid gekregen om te doen tegen Hamas wat het maar wil, in het bijzonder tegen de Izzadin Al Qassem brigade. Maar in de praktijk vallen de maatregelen die de Palestijnse Autoriteit tegen Hamas neemt enorm mee. Eigenlijk kunnen beide het goed met elkaar vinden.

Toch zijn er periodes van spanningen geweest tussen de Palestijnse Autoriteit en Hamas. Na het Oslo Akkoord van 1993 bijvoorbeeld, voelde Hamas zich geroepen door te gaan met het voeren van acties tegen Israël. De Palestijnse Autoriteit echter wilde de veiligheidsaspecten naleven om de voortgang van het Oslo proces (lees: verdere terugtrekking van het Israëlische leger) niet in gevaar te brengen. In november 1994 schoot de Palestijnse politie veertien Hamas sympathisanten dood bij de Palestina Moskee in Gaza. Toch besloot Hamas niet tot vergelding over te gaan.

In 1996, na een serie zelfmoordaanvallen in Israël, ging de Palestijnse politie over tot het arresteren van Hamas leden. Na het uitbreken van de Al Aqsa Intifada eind september vorig jaar, zette Arafat de gevangenisdeuren weer open. Hij gaf daarmee te kennen dat de Hamas-leden wat hem betreft toestemming hadden weer terreur te plegen. Het plan van CIA hoofd George Tenet, waarmee Israël en de Palestijnen vorige week akkoord gingen, bepaalde dat de Palestijnse Autoriteit enkele tientallen actvisten van Hamas en een andere fundamentalische groep, Islamitische Jihad, op zou moeten pakken. Daar is echter nog niets van terecht gekomen. Dat in de afgelopen dagen in Israël binnen de Groene Lijn geen slachtoffers zijn gevallen bij aanslagen, is geluk geweest.

Interim
Belangrijk in het politieke denken van Hamas is het onderscheid tussen een “interim oplossing” en een “historische oplossing”. De “interim oplossing” houdt in dat Palestijnen eerst een staat accepteren op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. De “historische oplossing” betekent dat Palestina zich na de tijdelijke oplossing zal uitstrekken in het hele vroegere Britse mandaatgebied Palestina.

Hamas is bereid met een interim oplossing akkoord te gaan, mits de terugtrekking van Israël uit de bezette volkomen is en de interim oplossing gevolgd zal worden door de historische oplossing. Wat Hamas betreft kan een interim oplossing bereikt worden door oorlog of door vreedzame middelen. Hamas is in verband met de interim oplossing ook bereid een tijdelijke “wapenstilstand” te accepteren, die tien of twintig jaar kan duren. Tijdens het bestand kan Hamas werken aan een verandering van de machtsbalans. Deze verandering kan volgens Hroub leiden tot “een aanpassing in de status van rechten bij de beëindiging van de periode”. Een vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen is uit den boze, omdat dat erkenning van Israël inhoudt.

Wat moet er met de joden gebeuren als straks heel Palestina bevrijd is? Ook daaraan heeft Hamas gedacht. Zij mogen als minderheid blijven wonen in een islamitische staat. Want dat ze een minderheid worden is duidelijk: de Palestijnse vluchtelingen zullen namelijk terugkeren.

Christenen
Met de Palestijnse christenen heeft Hamas veel meer te maken dan met joden. Zij vormen een deel van de Palestijnse bevolking, ook al is dit met twee procent maar klein. De beweging stelt dat christenen dezelfde burgerrechten moeten hebben als moslims. Activisten hebben in het verleden christenen via pamfletten goede wensen overgebracht voor christelijke feestdagen.

In deze vlugschriften verwees Hamas naar kalief Omar. Deze beloofde christenen bescherming van lijf en goederen nadat hij in 638 Jeruzalem voor de islam innam. Joden en christenen woonden “onder bescherming van de grote islamitische beschaving, bekend om zijn tolerantie en onbegrensde humanitaire horizon”, aldus een pamflet van Hamas in december 1993, die het ter gelegenheid van het kerstfeest uitgaf. Wat Hamas betreft bestaat er geen enkele reden voor christenen om zich niet bij de beweging aan te sluiten. Maar christenen tonen blijkbaar weinig animo met Hamas samen te werken.

Militaire optie
Hamas kiest om verschillende redenen voor de optie van geweld. Activisten plegen niet alleen terreurdaden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, maar ook binnen de grenzen van Israël van voor de Zesdaagse Oorlog van juni 1967. De fundamentalisten proberen het geweld met verschillende argumenten goed te praten. In de eerste plaats stelt Hamas dat het er naar streeft heel Palestina te bevrijden. Dat maakt het hele gebied van de rivier de Jordaan tot en met de Middellandse Zee militair oorlogsterrein. De bedoeling is door de aanslagen Israël te veranderen van een land dat Joden uit de hele wereld aantrekt tot een land dat hen uitspuwt – door het leven van de bewoners onveilig te maken.

Door aanslagen te plegen op burgers treft Hamas “de zwakste en meest kwetsbare plek in het zionistisch lichaam”. Hoewel sjeik Yassin begrijpt dat aanslagen als het opblazen van stadsbussen niet zullen leiden tot de bevrijding van Palestina, zullen ze wel bijdragen aan “uitputting en verzwakking” van Israël. Woordvoerder Ibrahim Ghosheh stelde dat de acties negatieve invloed hebben op “de structuur van de zionistische samenleving, op immigratieprogramma’s uit het buitenland en op verschillende andere activiteiten zoals toerisme”. Wat dat betreft lijkt Hamas momenteel enige succes te boeken: het aantal immigranten en toeristen is afgenomen.

In de tweede plaats claimt Hamas dat het, door aanslagen te plegen op burgers, in de voetsporen treedt van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO. Mahmoud Abbas, beter bekend als Aboe Mazen, schreef in 1983 dat de Israëlische militaire strategie er altijd op gericht is geweest om de burgerbevolking afzijdig te houden van de gevaren van oorlogen, maar dat het er ondertussen naar streefde zoveel mogelijk Arabisch land te bezetten. Israël beschouwde de kleine burgerbevolking van vitaal belang voor “het zionistische project”. Daarom moeten “alle militaire operaties gericht zijn op de bevolkingscentra om zo veel mogelijk verliezen bij de vijand te veroorzaken door het meest dierbare bezit te treffen.” Later werd hij echter een van de architecten van het Oslo Akkoord. Daarmee gaf hij de gewelddadige optie officieel op. Hamas echter blijft de oude koers van de PLO voortzetten.

Zwakste punt
Ook stelt Hamas dat de machtsbalans ten gunste van Israël uitvalt, omdat het de steun geniet van de Verenigde Staten. Dat rechtvaardigt het gebruik van ongebruikelijke middelen die zich richten tegen het zwakste punt van de vijand. In dit verband heeft een van Hamas leiders gewezen op de bombardementen van de Geallieerden op Duitse steden in de Tweede Wereldoorlog. Volgens hem praatte Winston Churchill het gebruik van dit geweld goed omdat de strijd met de Duitse legers te weinig resultaat opleverde. Zo vecht ook Hamas met niet-conventionele middelen tegen een overweldigende militaire macht, waarbij burgers mogen worden getroffen.

Hamas tracht verder internationale kritiek op de aanslagen af te wenden door te stellen dat aanslagen reacties zijn op eerdere Israëlische operaties. In 1994 bijvoorbeeld, nadat de Joodse kolonist Baruch Goldstein zijn magazijnen leegschoot onder een biddende moslims in Hebron, ging Hamas over tot een serie bomaanslagen in Israël. In februari en maart 1996 kwamen kamikaze terroristen opnieuw in actie, nadat de Israëlische geheime dienst de leider van de militaire vleugel van Hamas, Yichye Ayyash, uit de weg had geruimd.

Verder probeerde Hamas in te spelen op woede en bitterheid in de Palestijnse straat die op bepaalde momenten ontstaan na maatregelen van het Israëlische leger. Hamas probeerde populariteit te winnen onder de Palestijnen door te laten zien dat het de enige organisatie was die in staat en bereid was om Israël op gewelddadige wijze van repliek te dienen.

De vroegere premier Jitschak Rabin vond dat het beter was dat Yasser Arafat tegen Hamas zou strijden dan Israël. Daar had hij gelijk aan. Het probleem is echter dat Arafat zijn omvangrijk militair apparaat niet op serieuze wijze wil gebruiken tegen volksgenoten. De Palestijnse Autoriteit geeft Hamas de vrijheid de job te doen die de beweging denkt te moeten doen.

%d bloggers liken dit: