Perry, Yaron. British Mission to the Jews in Nineteenth-Century Palestine.

Britse missie leidde tot protestantse kerk

51pyRJSiYyL._SX331_BO1,204,203,200_

De protestantse kerk in Palestina heeft haar ontstaan te danken aan het geloof dat de Joden terug zouden keren naar het land van hun voorvaderen. Britse en andere Europese christenen in de negentiende eeuw geloofden dat, als de Joden eenmaal teruggekeerd waren, het duizendjarig rijk zou volgen. Ze zouden vervolgens de Messias aannemen en daarop zou Zijn terugkeer volgen.

Het geloof in “het herstel” van Israël verbreidde zich snel en won de steun van leden van de Britse kroon, de anglicaanse kerk en verschillende leden van de aristocratie en hoge staatsfunctionarissen. Ze wilden dat proces steunen en daarom begonnen ze de zending onder de Joden in Palestina. Het aantal bekeringen onder de Joden was vrij gering, maar door de inspanning van de Britse christenen is wel een protestantse kerk ontstaan.

De Israëlische onderzoeker Yaron Perry heeft de Britse missie in de negentiende eeuw uitgebreid onderzocht en daarover het boek “British Mission to the Jews in Nineteenth-Century Palestine” geschreven (uitg. Frank Cass, Londen).

Het begon allemaal in 1809, toen de bekeerde Duitse Jood Christian Frey een zendingsbeweging oprichtte die tot doel had het Evangelie te verspreiden onder Joden in Londen. Daaruit groeide de London Society for Promoting Christianity Amongst the Jews (het Londen genootschap voor de bevordering van het christendom onder de Joden).

In de jaren 1820 tot 1840 zond de London Society een dozijn zendelingen naar Palestina, vooral van Duitse nationaliteit. Na 1840 begon het geloof in het komende Messiaanse tijdperk af te nemen. De London Society verloor haar bloei en maakte pas tegen het einde van de negentiende eeuw weer een opleving mee, toen Joden uit Oost-Europa en masse naar Palestina emigreerden.

Tocht

De eerste zendeling die de kans kreeg het werk van de London Society uit te bouwen was de Deen John Nicolayson, die in december 1825 in Jeruzalem arriveerde. Maar pas in 1833, nadat de Egyptische Mohammed Ali Palestina veroverde, kreeg hij de kans in de stad te gaan wonen. In 1838 slaagde hij erin een stuk grond te bemachtigen, waarop hij een tijdelijke kapel bouwde. Pas in december 1845 gaven de machthebbers in Konstantinopel, na zware diplomatieke druk, officieel toestemming voor de bouw van een kerk. Vier jaar later was Christ Church een feit. Tot op de dag van vandaag is deze kerk in gebruik door diverse congregaties, waaronder een anglicaanse.

De Britse zendelingen hadden veel voor hun missie over. De tocht van Engeland naar Palestina ging via Beiroet. Ze trotseerden epidemieën, hitte, aardbevingen en oorlog. Ze moesten jaren geduld hebben voordat de Turkse overheersers eindelijk toestemming gaven voor de bouw van een protestantse kerk. De Joodse zendeling Joseph Wolff kreeg naar eigen zeggen tijdens een preek in een café in de Oude Stad zelfs gif door zijn drinken gestrooid.

Hij wilde een jongens- en meisjesschool voor de Grieks-orthodoxen oprichten, maar dat viel in verkeerde aarde bij de leiders van deze gemeenschap. Hoewel de meeste aandacht van de Britse christenen naar de Joden uitging, werden er ook activiteiten onder de Arabieren gestart.

Bekeerde rabbijn

Met de Duitse christenen werd aanvankelijk nauw samengewerkt. De Pruisische ambassadeur in Bern, Christian von Bunsen, die slechte ervaringen had opgedaan als afgevaardigde bij het Vaticaan, vond dat de invloed van de katholieke kerk in Palestina moest worden bestreden. Hij was getrouwd met een Britse, leerde de London Society kennen en haalde zijn vriend, de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV, over samen met de Britten een bisdom op te richten.

De eerste bisschop was de bekeerde rabbijn en zendeling voor de London Society, Michael Alexander. Perry schrijft dat hij in 1842 arriveerde met een escorte van honderd ruiters bij de Jaffa Poort. Hij ontwikkelde de bisschopszetel, opende de weg voor de oprichting van gezamenlijke Engels-Duitse instituten en versterkte de relaties met de Joodse gemeenschap. In 1887 gingen de Duitsers en de Britten uit elkaar. De scheiding is nu nog steeds te zien: behalve de anglicaanse Christ Church is er een Lutherse kerk in de Oude Stad van Jeruzalem.

Instituten

De Britse missie bouwde instituten in verschillende plaatsen. Jongens- en meisjesscholen, opleidingen voor beroepsonderwijs, een sanatorium en ziekenhuizen. In het midden van het land verscheen de landbouwnederzetting Atouf, maar deze was niet in staat om de Joodse bewoners vast te houden. De oorzaak daarvan was dat ze te weinig onafhankelijk waren en dat de zendelingen hen te gemakkelijk konden benaderen, zonder dat ze daarbij te rade konden gaan bij Joodse leiders. In het Huis van Industrie gaf de beroemde architect Conrad Schick les, die vijftig jaar voor de London Society bleef werken.

De houding van de Joden tegenover de zendelingen was tweeslachtig. Aan de ene kant namen de Joodse geestelijke leiders dikwijls een zeer vijandige houding aan. Aan de andere kant waren de Joden voor medische hulp en onderwijs op de Britse vreemdelingen aangewezen. De rabbijnen bedreigden degenen die het ziekenhuis bezochten zelfs met de ban. Nadat in 1844 een Joodse patiënt stierf in het ziekenhuis, maakten de twee hoofdrabbijnen de begrafenis zelfs afhankelijk van de eis dat alle Joden het ziekenhuis zouden verlaten. Ten slotte werd de overledene op de Britse begraafplaats begraven.

Toen in 1882 en daarna de eerste grote Joodse immigratiegolf op gang kwam, begaven vele Joden zich naar de missie voor humanitaire hulp. “De leden van het genootschap waren vol verbazing toen zij de honderden nieuwe immigranten zagen die in pure nood het hof van de kerk vulden en zichzelf in de handen van de zendelingen plaatsten”, schrijft Perry.

De middelen van het genootschap waren echter beperkt en de leiding van de London Society besloot zich maar in de schulden te steken om deze kans niet voorbij te laten gaan. Toen na 1890 een nieuwe golf opkwam, werd besloten het aantal zendelingen uit te breiden tot 29.

Zionisme

De London Society verwelkomde de ideeën van de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl. De tweede golf immigranten -die van 1904 en daarna- was minder religieus en er bestond onder hen minder tegenstand tegen de missie, behalve onder de leiders. Die zagen dat de zendelingen inspeelden op armoede, en hun remedie daartegen was zelf hulp te bieden.

In totaal kwamen er ongeveer 600 Joden tot bekering door het werk van de London Society. In de loop van de jaren gaven de anglicaanse kerk en de aartsbisschop van Canterbury de voorkeur aan goede betrekkingen met de Joden in Brittannië boven de steun aan de missie. In 1992 weigerde dr. George Carey, toen het hoofd van de anglicaanse kerk, patroon te worden van de dienst van de kerk onder de Joden (de latere naam van de London Society). De Britse zendingsijver had overigens wel belangrijke sociale gevolgen. In navolging van de christenen gingen ook Joden instituten oprichten.

De London Society heeft een voortrekkersrol gespeeld in het ontstaan van de kleine protestantse kerk in Israël en de Palestijnse gebieden. De activiteiten van die protestanten in Israël en de Palestijnse gebieden zijn nu van andere aard. De humanitaire hulp die protestanten geven is nog steeds aanzienlijk. Enerzijds gebeurt dat in Israël door grote internationale pro-Israël-organisaties als de christelijke ambassade en Christian Friends for Israël onder de Israëliërs.

Voor de Palestijnen zijn er nog steeds Anglicaanse en Lutherse scholen en ziekenhuizen. De Messiasbelijdende Joden hebben de woordverkondiging op zich genomen in de Hebreeuwse taal.

Perry, Yaron. British mission to the Jews in nineteenth-century Palestine. London Portland, OR: Frank Cass, 2003.

Dit artikel verscheen ook op in het Reformatorisch Dagblad in 2004.

 

 

%d bloggers liken dit: