Gezamenlijk bestuur voor Jeruzalem lijkt nog ver weg

Op een meisjesschool in Oost-Jeruzalem. Foto: A. Muller

Israëli’s en Israël-supporters zeggen vaak dat Palestijnen en de rest van de wereld de stad Jeruzalem willen ‘verdelen’. De voorstelling die ze daarbij maken is dat er een soort grote muur door de stad komt te slingeren en dat mensen in het Joodse West-Jeruzalem niet meer naar het Palestijnse Oost-Jeruzalem kunnen en vice versa. Israël krijgt een aartsvijand op de stoep, die de Joden zal beletten het oudste gedeelte van de stad te bezoeken.

Als Palestijnen spreken over de de ideale oplossing voor de stad gebruiken ze het Engelse woord ‘to share’ (‘samen delen’). Er moet volgens hen een bestuursvorm uitgevonden worden waarbij beide partijen evenveel te zeggen hebben. Jeruzalem moet daarbij de hoofdstad worden van zowel Palestina als Israël.

Palestijnen hanteren daarbij de grens van voor de Zesdaagse Oorlog van 1967 als uitgangspunt: alles wat voor 1967 bij Israël hoorde, blijft bij Israël, alles wat toen in Jordanië lag, komt in Palestina terecht. Maar Palestijnse leiders hebben aan de onderhandelingstafel ook getoond  grensveranderingen te willen accepteren. Uit de ‘Palestina documenten’, die eerder dit jaar door Al Jazeera werden gepubliceerd, bleek bijvoorbeeld dat Palestijnen bereid waren concessies te doen over de meeste Joodse wijken die na 1967 werden gebouwd.

Soevereiniteit

Palestijnen spreken ook over verdeling van soevereiniteit. De Arabische wijken moeten volgens hen onder Palestijnse soevereiniteit komen. Palestijnen op de Westoever krijgen vrije toegang tot Jeruzalem. De Joodse wijken blijven onder Israëlische heerschappij als hoofdstad van Israël.

De bedoeling is dat de stad tegelijkertijd ‘open’ blijft. Dat wil zeggen: tussen de Israëlische en Palestijnse wijken komt geen muur of wegversperring. Israëli’s, Palestijnen en toeristen moeten ongestoord van de ene wijk naar de andere kunnen reizen, ongeacht onder wiens soevereiniteit deze staat.

De vraag is: wat zijn de consequenties voor de veiligheid? Ik vroeg dat onlangs de Palestijnse activist Hanna Siniora. Hij zei dat vijandschap wordt veroorzaakt door bezetting en gebrek aan zelfbepaling. Maar als de Palestijnen een eigen staat hebben kunnen Israël en Palestina net als in Europa vrije en open grenzen hebben. Misschien nog niet direct, maar wel als de vrede is gestabiliseerd.

Niet iedereen is zo optimistisch. Israëlische en Palestijnse veiligheidsdiensten kunnen veel doen om terreuraanslagen te stoppen, maar zij zullen niet altijd succesvol zijn. Het Midden-Oosten is rijk aan extremisten, die maar wat graag dood en verderf zaaien bij de partij die zij zo haten. Als er geweld uitbreekt in het nieuwe en open Jeruzalem, waarvoor een vredesregeling is getroffen, lopen de levens van Israëli’s en Palestijnen gevaar, zakt het toerisme ineen en kunnen de heilige plaatsen worden beschadigd. Het is daarom van belang dat Jeruzalem onder toezicht blijft staan van één veiligheidsapparaat en één uiteindelijke soevereiniteit.

De muur

Maar dat wil niet zeggen dat alles moet blijven zoals het nu is. Israël zelf heeft de eenheid niet serieus genomen. De muur bijvoorbeeld loopt door Arabische delen van de stad. De bewoners aan de andere kant van de barrière kunnen Jeruzalem weliswaar nog binnen, maar moeten wel door een wegversperring van de grenspolitie. Onder de Palestijnen bestaat ook een groot gebrek aan huizen. Volgens Dr. Jeff Halper van het Israëlische Comité tegen Huisverwoestingen is het tekort in Oost-Jeruzalem tot 25.000 woningen opgelopen.

Dan bestaat er in de Arabische wijken een tekort aan duizend klaslokalen bij de gemeentescholen waar het onderwijs gratis is. Ouders moeten hun kinderen naar privé of ‘onofficiële’ scholen sturen als er geen plaats is bij de gemeentescholen. Ze draaien zelf op voor de hoge kosten. Verder laat de dienstverlening in Oost-Jeruzalem sterk te wensen over. Een bezoeker aan Jeruzalem hoeft maar de straten tussen Oost en West te vergelijken. Er zijn meer voorbeelden van ongelijke behandeling van beide bevolkingsgroepen te noemen.

Als de Palestijnen – die een derde deel van de bevolking vormen – om te beginnen gebruik zouden maken van hun recht te stemmen voor burgemeester en gemeenteraad en vervolgens deel zouden nemen aan het gemeentebestuur, zouden ze verbeteringen door kunnen voeren.  Palestijnen zouden bij een politieke regeling voor de stad ook verregaand zelfbestuur in eigen wijken kunnen krijgen. Het zou ideaal zijn als ook Palestijnen betrokken zouden worden bij de Israëlische politiemacht voor de stad. Maar dat lijkt –  gezien het niveau van haat en wantrouwen – nu nog zeer ver weg.

De onderhandelingen liggen op het ogenblik stil en het ziet er niet naar uit dat ze zullen worden hervat. Maar als dat gebeurt zouden Israëli’s en Palestijnen kunnen kijken naar regelingen waarbij enerzijds niet één partij alles voor het zeggen heeft of anderzijds de soevereiniteit op ingewikkelde wijze wordt verdeeld en waarbij de veiligheid op het spel komt te staan.

One Comment

Add yours →

  1. Jammer dat niet vermeld wordt dat – blijkens een opiniepeiling vorig jaar – veel Palestijnen uit ‘bezet’ Oost-Jeruzalem helemaal niet willen dat hun gebied tot een Palestijnse staat gaat behoren!

    Ze verkiezen de Joodse democratische rechtsstaat boven een eigen Arabische dictatuur.

    Zij weten beter dan wie ook dat de Arabieren in Israel het beter hebben dan hun broeders in de Arabische landen.

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: