Wat vinden Israëliërs zelf van de kritiek op hun land?

Wat vinden de Israëliërs zelf eigenlijk van de internationale kritiek op hun land? Deze vraag kreeg ik onlangs gesteld. Welnu, er komen verschillende houdingen voor onder de bevolking.

De eerste categorie zegt dat de hele wereld “tegen ons” is. Dit zijn over het algemeen de mensen die aan de rechter kant van het politiek spectrum staan en het nieuws redelijk goed maar selectief volgen. President Barack Obama, de Verenigde Naties, de protestantse kerken, om van Groot-Brittannië en de rest van de EU maar niet te spreken – ze kiezen in hun optiek allemaal voor de kant van de Palestijnen. En dat is ten onrechte, want de Arabische landen in het algemeen en de Palestijnen willen het bestaansrecht van Israël niet accepteren. Deze mensen zijn altijd graag bereid met een paar illustraties hun betoog kracht bij te zetten. Dat er niet alleen kritiek op Israël is, maar ook op andere partijen, ontgaat hun. Ze zullen bij hun referaat bijvoorbeeld niet melden dat westerse regeringen de Hamas boycotten.

De tweede groep zegt het omgekeerde. Deze bevindt zich politiek aan de linkerzijde. Deze mensen geloven dat Israël het aan zichzelf te wijten heeft dat het zo in de mangel wordt genomen. De bezetting sinds 1967 van de Westelijke Jordaanoever en de afgrendeling van de Gazastrook van de buitenwereld, is daar debet aan. Deze Israëliërs halen fel uit naar de Joodse kolonisten, die met goedkeuring van de staat hun legale en illegale nederzettingen steeds verder uitbreiden en het voortbestaan van Israël als Joodse én democratische staat in gevaar brengen. Ze zijn er ook op tegen dat Joden zich in de Palestijnse wijken in Oost-Jeruzalem vestigen.

Ze zijn ook van mening dat de huidige regering van premier Benjamin Netanyahu en Minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman de situatie alleen maar ernstiger maakt. Deze Israëliërs zullen weinig nadruk leggen op de terreuraanslagen die Palestijnse terroristen op Israëlische burgers hebben gepleegd en op de kansen die de Palestijnse leiders hebben gemist om een eigen staat te stichten.

De derde categorie wordt gevormd door de mensen die het allemaal geen fluit kan schelen. Of het aantal anti-Israël demonstraties in Europa en Noord-Amerika toeneemt, of Europese of Amerikaanse politici hun land terechtwijzen, of de VN hun land scherp veroordeelt – de aandacht gaat uit naar de feestzaal voor de bruiloft, de loonsverhoging die niet komt, het vinden van beter werk, een betaalbare woning en de voetbalwedstrijd vanavond.

De derde categorie is vrij tevreden over het beleid van het kabinet. Er is volop werk, de economie bloeit, en er is veiligheid: de raketbeschietingen uit de Gazastrook zijn nagenoeg gestopt, de kinderen kunnen met de bus naar school en het gezin kan in een restaurant eten zonder het risico te lopen door een kamikazeterrorist te worden opgeblazen. Het leger, de politie en de veiligheidsdiensten weten hoe ze de Palestijnen op hun plaats moeten zetten. Dat het goed gaat in het land blijkt tevens uit het feit dat toeristen en masse komen en dat hun land overspoeld zou worden door buitenlanders die zich er willen vestigen als het Ministerie van Binnenlandse Zaken niet hun best deed ze er weer uit te werken.

Onder de eerste en derde groep is geen weet van de moeilijke situatie waarin de Palestijnen zich bevinden in de van Israël afgesloten gebieden. Ze houden de websites en Israëlische en buitenlandse media die daarover berichten, niet bij. Bovendien mogen Israëliërs de Palestijnse steden op de Westoever niet bezoeken (als ze daar al belangstelling voor zouden hebben) en Palestijnen mogen niet naar Israël.

Toen ik onlangs op een receptie mijn gespreksgenoot vertelde van deze drie groepen die er volgens mij in de samenleving zijn, was hij het helemaal met me eens. Hij zei dat er mogelijk nog een vierde, aparte categorie is, die tegen de rest van de wereld “….” zegt . De term die hij gebruikte en die bestaat uit twee Engelse woorden zal ik hier niet herhalen.

%d bloggers liken dit: