‘Jozef en Maria bezochten familie in Bethlehem’

In wat voor omstandigheden werd Jezus geboren? Waarom woonden Jozef en Maria in Nazareth? Waar leefden de mensen in Bethlehem van? Tientallen jaren heeft dr. Claire Pfann het Nieuwe Testament bestudeerd in het land waar het allemaal begon. Ze concludeert dat de gelovigen om Jezus heen begrepen dat er iets speciaals aan de hand was toen Hij werd geboren.

Claire Ruth Pfann studeerde theologie. Ze doceert Johannitische studies aan de University van de Holy Land en deed haar doctoraat aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

Claire Pfann
Nieuwtestamenticus dr. Claire Pfann. Foto: Alfred Muller.

De vijfde eeuwse Geboortekerk in Bethlehem markeert de plek waar Jezus werd geboren. De traditie die de kerk verbindt met de plaats van de geboorte, dateert uit de tijd van Justinus de Martelaar. ‘Hij was een Samaritaanse christen die optrad in de tweede eeuw, rondom het jaar 150’, zegt Claire Pfann. ‘We weten dat in deze samenlevingen de generaties aan de volgende generaties hun herinneringen doorvertelden. De verbinding van deze plek met de familie van Jozef is daarom een vrij geloofwaardige traditie.’

Wat kunnen we zeggen over het leven van de mensen in Bethlehem?
“Professor Shmuel Safrai beschreef het leven van de meeste Joden. De mensen deden aan landbouw. Ze bewerkten een stukje land en misschien hadden ze wat vee. De voedselproductie was zeer fundamenteel in deze oude maatschappijen. We realiseren ons niet meer wat voor strijd het voor de mensen was om voldoende water en eten te hebben. De mensen wisten hoe ze enkele gewassen moesten kweken. In deze mediterraanse zone verbouwden ze tarwe, gerst, olijven, vijgen, granaatappelen, komkommers, linzen, rozemarijn en allerlei andere kruiden, waaronder hysop. Ze aten eieren en melkproducten zoals kaas. Het land rondom het dorp bestond uit terrassen waarop men gewassen kon verbouwen. De mensen hadden ook enige stuks vee, maar ze aten niet veel vlees. Alleen de rijke landheren hadden grote kuddes.

In welke omstandigheden werd Jezus geboren?
Bethlehem was een dorp. In een Joods dorp woonden in die tijd patriarchale families. In Bethlehem werd gastvrijheid verleend door de plaatselijke huiseigenaren. Er was geen hotel, zoals in Jeruzalem, Tiberias of Jericho, waar veel internationaal verkeer bestond.

Lukas geeft aan dat Jozef en Maria terugkeren naar het huis van de voorouders. De lezers van zijn boek begrepen dat ze naar hun familie gingen. Deze families waren clans. Tegenwoordig zien we dat nog in de dorpen van de Israëlische Arabieren en de Palestijnen. Dat zijn dorpen met 2000 of 3000 inwoners en bestaan uit slechts drie of vier grote families.

Ze werden dus in een huis van de familie ontvangen. Ze brachten daar een geruime tijd door. Hoe lang Maria en Jozef er al waren toen zij geboorteweeën kreeg, weten we niet. Ze hadden de dingen niet bij zich die ze hadden gemaakt, zoals een bed voor de baby. Ze moesten improviseren.

Toen Jezus werd geboren wikkelden ze Hem in doeken. Dat is de gewoonte in vele delen van de wereld. Tot nu toe is alles normaal.

Maar dan lezen we in Lukas dat ze Hem in een kribbe legden en dat er geen plaats voor Hem was in de herberg. Het woord herberg, kataluma in het Grieks, betekent ‘gastenvertrek’ of ‘bovenkamer’. In Lukas 10:34, in de gelijkenis van de Goede Samaritaan, is sprake van een hotel. Daar wordt een totaal ander woord gebruikt, namelijk pandocheion. Dat betekent een hotel waar je een kamer kunt krijgen als je geld betaalt.

Als we lezen dat er geen plaats voor hen was, moeten we denken aan de wijze waarop de huizen in de eerste eeuw waren gebouwd. Deze bevonden zich op een heuvelrand, want er was heel weinig plat land. De bewoners liepen eerst de binnenhof binnen.

Een huis had drie verdiepingen. Een deur leidde naar het woonvertrek en een slaapvertrek. Een andere deur leidde naar de bovenverdieping, de kataluma  in het Grieks. Normaal gesproken verbleven de gasten in deze gastenkamer of bovenkamer.

Dan was er een deur die toegang bood naar de kelder. Dat kon een natuurlijke grot zijn die aangepast was, of een grot die door mensen was gemaakt. De kelder diende als opslagplaats voor granen, olijfolie en wijn. Mensen konden er ook dieren in stallen als die bescherming nodig hadden.  Als je vandaag naar de Geboortekerk gaat, wandel je een grot binnen in een heuvelrand. Dat was een keldergrot van een gebouw dat daar in de eerste eeuw stond.

Toen Jozef en Maria in Bethlehem kwamen voor de volkstelling, was het al enorm druk.  Anderen keerden namelijk ook terug. Het huis was al helemaal vol. Waar was privacy waar ze de baby in rust geboren konden laten worden? Ze kozen voor de opslagruimte. Hier kon ook een kribbe staan.

Jozef en Maria waren dus geen vreemdelingen. In feite was er sprake van het omgekeerde. Jezus de Messias werd geboren in een gemeenschap van trouwe Joden die wachtten op de vervulling van Gods beloften. De mensen die de baby gadesloegen, zoals Maria en Jozef, Zacharias en Elisabet en Simeon en Anna herkenden in Hem de Messias. In dit alles vervulde God zijn beloften. De Heilige Geest bestuurde alles wat er gebeurde.

Wat kan er gezegd worden over de herders?
De verhouding tussen de herders en de boeren was problematisch, omdat de schapen en geiten alles opaten en vies achterlieten. Maar God zelf zegt dat Hij een herder van Israël zal zijn. Het volk zelf had zijn wortels in het herderschap, want de patriarchen waren herders. Als het Lam van God wordt geboren, horen de herders als eerste het goede nieuws. Zij vertegenwoordigen als het ware het oorspronkelijke Israël, omdat Abraham, Izak en Jakob herders waren. Er is hier een hele mooie poëtische, theologische connectie met de wortels van Israël. De eersten die het hoorden waren de herders. Niet de grote en machtige mensen maar de nederigen.

Als de familie in Bethlehem was, hoe kwamen ze dan in Nazareth terecht?
Dat is inderdaad een vraag. Mattheüs en Lukas melden dat Jezus in Bethlehem geboren werd en dat hij opgroeide in Nazareth. Mattheüs begint zijn verhaal in Bethlehem. Hij schrijft niets over Jozef en Maria in de periode voordat ze in Bethlehem waren. Als we alleen Mattheüs hadden, zouden we denken dat het gezin in Bethlehem woonde. Hij zegt dat ze zich later in Nazareth vestigden uit vrees voor Archelaüs, de zoon van Herodes de Grote. Hij was een tirannieke, wrede heerser en de mensen eisten dat hij afgezet zou worden.

We lezen in Johannes 1:43-51 over de vraag van Nathanaël of er iets goeds uit Nazareth kan komen. Wat dat betekent is: ‘Wat je zegt is niet logisch. Mozes en de profeten spreken nooit over Nazareth.’

In de tijd van het Oude Testament bestond Nazareth namelijk nog niet. De Hasmoneeën voerden in de tweede en eerste eeuw voor Chr. een politiek van uitbreiding. Ze wilden dat Joden zich in Galilea vestigden en bouwden steden en dorpen, waaronder Nazareth. Jozef en Maria kwamen mogelijk met een migratiegolf naar het noorden. Nazareth bood Jozef, die een bouwer was, mogelijkheden. Daar was werk en daar konden ze mogelijk land krijgen. Maar hun wortels lagen in Bethlehem.

Wat betekent dit verhaal voor u persoonlijk?
Ik waardeer bijzonder het nederige begin. De mensen om Hem heen begrepen dat er iets speciaals aan de hand was. Maar het duurde jaren voordat het potentieel realiteit werd. Er is een belofte, maar voor die tijd is er de groei, de training, de relatie met de familie, de zorg en de begeleiding van de ouders. Je vraagt je af: wat dachten de mensen? Waren het alleen Jozef en Maria die zagen dat er iets bijzonders aan de hand was?

Lukas zegt dat Maria deze dingen in haar hart bewaarde (2:19). Zij was de enige persoon die continuïteit bood. Jozef was overleden, toen Jezus in de openbaarheid trad. Toen Jezus aan het kruis leed was Maria de enige persoon die zich de vroegere gebeurtenissen rondom de geboorte herinnerde.

In Johannes lezen we dat Maria in Kana tegen Jezus zei dat er geen wijn meer was. Hij zei als het ware: ‘Wat gaat mij dat aan?’ Maar Maria zei ook tegen de dienstknechten: ‘Wat Hij ook zegt, doe het’. Zij herinnerde zich wat Gabriël haar verteld had [over de komst van de Zoon van God, AM]. Zij had ongeveer dertig jaar in Hem geïnvesteerd. Ze voelde dat dit het moment was. Zij handelde als katalysator en hielp Hem naar voren te treden. Vanaf dat moment handelde Hij zelfstandig.

Ik apprecieer dat heel erg. In werkelijkheid gaat alles niet in één keer. We hebben de aanvankelijke belofte en we hebben geproefd wie we in de Heer kunnen zijn. We weten dat er een roeping bestaat en dat we een doel hebben. Maar er is ook sprake van een dagelijks wandelen met Hem. Hij die een goed werk in ons begonnen is, zal dat afmaken.”

(Dit artikel verscheen ook in NEMagazine).

%d bloggers liken dit: