Magdala

Archeologen zijn nog steeds hard aan het werk in Magdala aan het Meer van Galilea. De opgravingen zullen naar verwachting nog drie tot vier jaar voortduren. Daarna zal het blootgelegde deel van deze stad voor het publiek worden opengesteld.

De stad werd gebouwd in de vierde eeuw v.Chr. en bleef bewoond tot de elfde eeuw. Magdala lag aan de oostelijke tak van de Via Maris, de hoofdweg tussen Egypte en Mesopotamië. Vanuit het gebergte stroomde water naar het Meer van Galilea. De bewoners groeven een kanaal aan de noordzijde van de stad om overstromingen te voorkomen.

De mensen leefden van visvangst en bebouwing van het vruchtbare land rondom de stad. De Hebreeuwse naam van de stad was Migdal-Nunia, oftewel vistoren. De Griekse naam die ook in gebruik was is Taricheae, wat ‘gezouten vis’ betekent. De bewoners zoutten de vissen mogelijk in of bij de toren. Op deze wijze kon de vis iets langer bewaard worden. De temperatuur kan op een zomerse dag gemakkelijk oplopen tot veertig graden.

In de tijd van Jezus was Magdala een belangrijke plaats. De stad strekte zich uit over een afstand van zeker een kilometer langs de kust. Josephus schrijft in de Joodse Oorlog (1, 8:9)  dat er 30.000 Joden in Magdala waren.

Markplein

In de jaren zeventig begonnen de franciscanen met opgravingen in het centrale gedeelte van Magdala dat ze hadden gekocht. Ze vonden daar de fundamenten van een marktplein. Een Mexicaanse groep, “Ark New Gate”, heeft toestemming gekregen een hotel en een bezoekerscentrum te bouwen in het noordelijk gedeelte van de stad. Daaromheen zullen opgravingen te zien zijn. De opgravingen betreffen vooral eenvoudige huizen uit de Romeinse periode, zo rondom het begin van de jaartelling.

ALMU20110708_1731 Magdala, stadscentrum, opgegraven door fransciscanen

De archeologe Dina Avshalom-Gorni ontdekte een kleine synagoge. Het betreft de zevende synagoge uit deze tijd die in Israël is gevonden. Er zijn veel meer Joodse gebedshuizen in Noord-Israël gevonden – maar deze stammen allemaal uit latere eeuwen. Hier gaat het om een synagoge uit de tijd van Jezus.

Bij de opgraving bleek dat de mozaïeken vloer niet afgemaakt was. Ze vermoedt dat de bewoners geen kans kregen de verfraaiing af te ronden. Dat gebeurde mogelijk omdat de Romeinen de stad aanvielen tijdens de Eerste Joodse Opstand in de jaren 66 tot 70 n.Chr. De bewoners vluchtten met hun boten de zee op, waarna er een zeeslag plaatsvond die ze verloren.

IMG_0178

Na de opstand werd dit gedeelte van Magdala niet herbouwd. Bewoners elders in de stad namen de stenen en andere materialen weg en gebruikten deze opnieuw. Een van de stenen zagen ze gelukkig over het hoofd. Dat is een steen die ongeveer 50 centimeter hoog is en aan vijf zijden afbeeldingen heeft. De tafel had mogelijk vier kolommen, waaraan de Joden Thorarollen bevestigden. Deze steen is een van de meest opzienbarende vondsten in Magdala.

Een van de afbeeldingen op de steen is de menora. Dit is de eerste keer dat archeologen uit deze tijd in Galilea een afbeelding van een  zevenarmige kandelaar vonden. Opvallend is dat de vorm van de Galilese menora afwijkt van die op de Titus Boog in Rome. Die in Rome had namelijk een ronde vorm, terwijl de Galilese menora meer rechthoekig lijkt. Bovendien was het voetstuk van de Romeinse menora rondvormig, terwijl de Galilese drie voetstukken had. Avshalom-Gorni gelooft dat de bewoners van Magdala konden weten hoe de menora eruit zag, omdat ze geregeld als pelgrims naar Jeruzalem reisden.

2

Ze denkt dat er meer synagogen in Magdala waren. Deze synagoge, de enige die tot nu toe is blootgelegd, diende een kleine gemeenschap van maximaal 200 personen.  Het gebedshuis diende mogelijk voor de mensen die dichtbij woonden of omdat ze contact met Maria van Magdala of met Jezus hadden. Kafarnaüm was namelijk niet meer dan drie uur wandelen verwijderd.

Foto’s: © Vidar Norberg, Alfred Muller en de Israëlische Oudheidkundige Dienst IAA.

(Dit artikel verscheen ook in Israël Aktueel in de serie ‘Bijbelse geografie en archeologie’.)

%d bloggers liken dit: