Kursi

In het land der Gerasenen: het pad naar de grot waar de bezeten man woonde. Foto: © Alfred Muller
In het land der Gerasenen: het pad naar de grot waar de bezeten man woonde. Foto: © Alfred Muller

Een van de mooiste plekken rondom het Meer van Galilea is Kursi. Kursi is gemakkelijk te bereiken: de overblijfselen liggen aan de weg die aan de oostzijde van het Meer van Galilea loopt.

Volgens de christelijke traditie heeft Jezus hier een man genezen die bezeten was door demonen. Lucas (8:26, NBV) spreekt van het gebied van de Gerasenen, Matteüs (8:28, NBV) over dat van de Gadarenen. Jerome Murphy-O’Connor wijst er in zijn boek over de archeologie in het Heilige Land op dat de streek nooit duidelijk is geïdentificeerd. Een andere deskundige, Eugene Hoade, schrijft in zijn reisgids dat er een rotsachtige heuvel in de buurt is die Ghersa heet. Dat is een variant op Kursi.

Dat het gebied van de Gerasenen rondom Kursi lag, is echter waarschijnlijk. De geografische situatie stemt namelijk overeen met de beschrijving die de Bijbel geeft. Het gebied lag pal tegenover Galilea. De rotsen zijn steil en de varkens kunnen hier inderdaad in het water zijn gestort. De vondsten van botten duiden er op dat er zwijnen in deze streek werden gehoed. In de nabijgelegen stad Susita woonde namelijk een niet-Joodse bevolking voor wie het varkensvlees dus niet taboe was. Susita, ook wel Hyppos genaamd, was de dichtstbijzijnde stad van de Decapolis – de tien Griekse steden.

Kursi werd in 1970 ontdekt toen wegenbouwers een weg aanlegden aan de oostzijde van het Meer van Galilea. Onder leiding van de archeologen Dan Urman en Vassillios Tzaferis werd een onderzoek ingesteld. Al snel bleek dat de Vroege Kerk deze plek identificeerde met de plek waar het wonder heeft plaatsgevonden. Ze vonden het grootste klooster annex kerk ooit in het Heilige Land. Het had een afmeting van 145 bij 123 meter. Het complex werd waarschijnlijk in de vijfde eeuw gebouwd.

Het klooster heeft een prachtig mozaïek, dat over de hele vloer ligt uitgestrekt. In het mozaïek treffen we ondermeer de afbeeldingen aan van twee duiven. Zoals het symbool van Tabgha broden en vissen werd (omdat Jezus volgens de overlevering daar het wonder van de vermenigvuldiging verrichtte), zo is het symbool van Kursi twee duiven. Het baptisterium (de doopruimte) was evenals andere kerken gescheiden van de kerk. Uit de inscriptie blijkt dat de vloer in het jaar 585 werd aangelegd. Kursi werd in de Byzantijnse periode (324-640) een belangrijk pelgrimsoord. Christelijke pelgrims trokken hierheen om het wonder te gedenken en demonen uit te drijven.

Een pad voert naar de plek waar de grot was waar de bezetene zou hebben gewoond. De wandeling duurt niet meer dan een minuut of vier. Hier vinden we de overblijfselen van een kapel. Op deze plek kijken we over Kursi en een gedeelte van het ongeveer vijfhonderd meter verderop gelegen Meer van Galilea uit.

De kerk en andere gebouwen werden in 614 door de Perzen verwoest. Uit die tijd zijn ook beenderen gevonden van veel mensen, waaronder vrouwen en kinderen, die door hen werden gedood. De Perzische inval is een van de zwartste bladzijden geweest uit de kerkgeschiedenis in het Heilige Land. De kerk werd later weer opgebouwd en aan het begin van de achtste eeuw opnieuw verwoest.

Kursi werd in 1982 voor het publiek opengesteld. Sindsdien blijkt het plaatsje erg in de belangstelling te staan bij christelijke pelgrims. Geen wonder: de overblijfselen en de natuur zijn mooi en Kursi is gemakkelijk te bereiken.

(Dit artikel werd ook gepubliceerd in Israël Aktueel in de serie Bijbelse geografie en archeologie.)

%d bloggers liken dit: