‘Ik besloot me David te noemen’

David Sawayfa loopt door het Helena gebouw van Jemima. Foto: Alfred Muller
David Sawayfa loopt door het Helena gebouw van Jemima. Foto: Alfred Muller

Even om het House of Hope heenlopen en ik kom in de werkplaats voor olijfhout. Als ik binnenstap draaien de hoofden zich naar mij toe en de slijpmachines staken hun gesnerp. Een van de werkers laat me zien wat de werkers hier allemaal produceren voor de buitenlandse markt: pennenhouders, kaarsenstandaards, boekenstandaards, kersttaferelen, paastaferelen en noem maar op.

“De mensen in het buitenland vragen erom”, zegt een van de werkers.

 Piekfijn gekleed 

Even later stapt ook David Sawayfa binnen. Een jongeman van 25 met baardje en bril, meestal piekfijn gekleed, soms met stropdas. Vandaag wil ik met hem praten. Maar dat doen we hier niet, maar in een huis elders in Bethlehem, dat tijdelijk wordt gehuurd door de Nederlander Gerard Zwinkels. Een taxi brengt ons een heel eind in de gewenste richting, maar het laatste stuk – steil naar beneden in een dal – leggen we te voet af.

Ik wil dat David mij zijn levensgeschiedenis nog een keer vertelt en hoe het christelijk Huis Jemima in Beit Jala daarin een rol heeft gespeeld. Hij neemt plaats op een bank en begint te vertellen.

“Ik was 21 maanden toen ik in Jemima kwam. Dat was in oktober 1989.”

 Open buik

Hij werd geboren in een moslim gezin met tien kinderen. Zwaar gehandicapt welteverstaan. Met een open buik. Hoewel het niet helemaal duidelijk was of hij een jongen of meisje was, gaven zijn ouders hem de jongensnaam Hilmi.

Zijn ouders brachten hem naar het Hadassah ziekenhuis in Jeruzalem. Daar onderging hij een operatie om de buik dicht te maken en een stoma te ontvangen. Vervolgens belandde hij in het Caricas ziekenhuis in Bethlehem. Dat gebeurde allemaal in de tijd van de Eerste Intifada – de eerste Palestijnse opstand – een tijd waarin veel geweld plaatsvond.

Na 18 maanden zei de directeur dat hij een plek bezet hield. Een Duitse arts suggereerde contact op te nemen met Ed en Heleen Vollbehr. Deze namen hem op in Jemima. Ze brachten hem naar Nederland gebracht voor nog een operatie om de buik verder te sluiten. Er werd beslist dat hij als meisje door het leven zou gaan en Heleen zou heten. Maar toen hij opgroeide vertoonde hij het gedrag van een jongen.

 Wie ben ik

In april 2002 begon hij zich af te vragen: wie ben ik eigenlijk? Een jongen of en meisje?

“Ik wist gelijk het antwoord: ik ben een jongen. Toen was ik 14 jaar oud.”

Hij sprak met anderen over het besluit en iedereen was het met hem eens.

“Ik moest ook een naam hebben. Eerst dacht ik Ed. Maar nee. Ik besloot me David te noemen. Hij was belangrijk voor christenen, joden en moslims. We spraken ook met onze familie. Die waren er blij mee. Ze zeiden dat het een juist besluit was. In Jemima heb ik het ook tegen iedereen gezegd. Maar sommigen konden er moeilijk aan wennen.”

David zat op de Zweedse School Sira in Beit Jala maar heeft door de veelvuldige bezoeken aan Nederland veel gemist. Deze bezoeken waren noodzakelijk vanwege zijn medische conditie.

De Baraka Presbyteriaanse Kerk in Bethlehem speelt een belangrijke rol in zijn leven. Elke zondag is hij er te vinden. Kerkgangers in de Baraka Presbyteriaanse Kerk zingen niet met behulp van een liedbundel maar vanaf een groot scherm waarop hij de liederen projecteert.

“Ik zit nu al tien jaar lang achter de kerkcomputer. Ik ken alle liederen nu heel goed.”

Falafel

Tijd om falafel te eten. We verlaten het huis, klimmen de heuvel omhoog en bereiken een restaurant op het Kribbeplein in Bethlehem. We komen Erich Strehl tegen, de directeur van Paidia. Gelijk spreken Erich en David over werkzaamheden voor Paidia International Development in Beit Sahour. Behalve vier dagen op de werkplaats helpt David namelijk ook Paidia en het gehandicaptencentrum  House of Hope met allerlei zaken, waaronder het aanvragen van visa voor buitenlandse vrijwilligers.

“Als ik anderen over Jemima vertel, gebruik ik mijn eigen verhaal. Voor mij heeft het mogelijk het verschil uitgemaakt tussen leven en dood. Families denken soms als ze een gehandicapt kind krijgen: laat dit kind maar sterven. Zij die in Jemima terecht gekomen zijn hebben nu een goed leven.”

* * *

%d bloggers liken dit: