Burgemeestersverkiezingen in Nazareth

Portretten van Ramiz Jaraisy (l) en Hanin Zoabi (r) op een gebouw in Nazareth. Foto: Alfred Muller
Portretten van Ramiz Jaraisy (l) en Hanin Zoabi (r) op een gebouw in Nazareth. Foto: Alfred Muller

NAZARETH. Verkiezingskoorts in de grootste Arabische stad in Israël. Burgemeester Ramiz Jaraisy zit al veertig jaar in het vak. Hij was eerst twintig jaar locoburgemeester en daarna twintig jaar burgemeester. Maar zijn concurrent Hanin Zoabi verwijt hem dat hij in Jeruzalem onvoldoende met de vuist op tafel slaat.

Aan gebouwen hangen de portretten van de vijf kandidaten voor het burgemeesterschap. Morgen kunnen Israëliërs een stem uitbrengen op een burgemeester en een partij in de gemeenteraad.

De straat tussen de Kerk van de Aankondiging en de Mariabron is druk als altijd. Schoolkinderen wachten op de bussen die hen naar huis moeten brengen. Toeristen in luxueuze touringcars kijken neer op het straattafereel.

Het verblijf in de stad duurt vaak slechts enkele uren en winkeliers hebben weinig aan hun komst. „Slechts weinig buitenlanders komen hier”, zegt Elias Shama, de eigenaar van de winkel Cactus naast de Mariabron die sieraden en kunstvoorwerpen verkoopt. „Maar gelukkig zijn er ook Israëliers. Die willen het oude Romeinse badhuis zien dat zich onder de winkel bevindt.”

Gemeentehuis Vlak bij de Mariabron bevindt zich het gemeentehuis. Daar maakt de 62-jarige burgemeester een energieke indruk. Voordat hij over zijn stad begint, wil hij een paar woorden kwijt over de politieke situatie in het algemeen. „Als er een oplossing komt tussen Israël en de Palestijnen, blijft deze stad deel van Israël”, zegt hij. Hij hoopt dat die oplossing snel wordt gevonden. „De eenstaatoplossing is niet praktisch. Beide volken zijn niet bereid in dezelfde staat te leven.”

De Arabieren in Israël, die zich ook Palestijnse burgers van Israël noemen, vormen een vijfde deel van de bevolking. Hun sociaaleconomische positie is gemiddeld zwakker dan die van het Joodse deel van de bevolking.

Zijn stad bestaat voor 35 procent uit christenen, de overigen zijn moslim. Rond het jaar 2000 liepen de spanningen tussen beide bevolkingsgroepen hoog op. Moslims wilden een reusachtige moskee bouwen naast de Kerk van de Aankondiging, maar de christenen waren daarop tegen.

Ten slotte hakte premier Ariel Sharon onder druk van de Amerikaanse president George Bush de knoop door. Er werd naast de kerk een plein aangelegd, zoals ook het gemeentebestuur wilde.

Tegenwoordig zouden de relaties tussen moslims en christenen aanzienlijk zijn verbeterd. Zijn partij, het Democratisch Front in Nazareth, wordt gesteund door moslims en christenen. Bovendien is volgens hem in de gemeenteraad de samenwerking met de islamitische Verenigde Lijst goed. „Van de beslissingen die we nemen, is 95 procent unaniem. We hebben een goede sfeer gekweekt.”

De christenen zijn niet bang dat de moslims de verkiezingen gaan winnen, zegt Jaraisy, zelf christen. Tot nu toe hebben namelijk alle burgemeesters in de Stad van de Aankondiging ervoor gezorgd dat er goede betrekkingen bleven bestaan tussen de aanhangers van beide godsdiensten.

De klachten van sommige christenen over het verdwijnen van het christelijke karaktertrekken in de stad, wuift hij weg. Zo zou bijvoorbeeld de naam Mariabeek minder worden gebruikt. Hij verwijt een van de klagers zelfs spanningen te creëren tussen moslims en christenen.

Aan problemen had hij geen gebrek tijdens zijn ambtsperiode. De Joodse stad naast Nazareth, het rond de 50.000 inwoners tellende Nazareth Illit, heeft volgens hem drie keer zo veel land als zijn stad, die ruim 80.000 inwoners telt.

Een industriezone die voor Nazareth zou worden aangelegd, belandde ten slotte bij Nazareth Illit. De werkloosheid in zijn stad is twee keer zo groot als in de Joodse sector, maar kleiner dan in andere Arabische steden en dorpen in Israël.

Maar hij heeft goede hoop opnieuw gekozen te worden. Hij kan de mensen laten zien wat hij bereikt heeft. Niet alleen wat bouw en aanleg betreft, maar ook op het gebied van onderwijs en sociale zaken. „Ze kunnen mijn beloften van vroeger vergelijken met de situatie vandaag. We hebben een nieuw programma opgesteld. We hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken gevraagd onze stad met 1300 hectare uit te breiden, voor toekomstige woningbouw. Wij zijn trouwens al de enige Arabische stad in Israël waar de gemeente zelf huizen bouwt. We gaan volgend jaar ook het grootste auditorium van Noord-Israël bouwen. Het geld hebben we al. Verder gaan we een nieuw gemeentehuis bouwen. Onze kantoren zijn nu nog over de stad verdeeld.”

De burgervader sluit de ontmoeting af door driemaal te zeggen dat Knessetlid Hanin Zoabi geen kans maakt de verkiezingen te winnen. Hij heeft haar gevraagd wat ze als parlementslid voor Nazareth heeft gedaan. Het antwoord is volgens hem: niets.

Jaren zeventig Zoabi zelf laat even op zich wachten voordat ze in de vergaderzaal verschijnt van de Baladpartij.

Ondertussen voert activiste en christen Ola Majjar (41) het woord. Wat de aanhangers van Zoabi verenigt is dat ze de situatie in de Galilese stad willen veranderen. „Nazareth is blijven steken in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Kijk naar de kwaliteit van de wegen. Er zijn geen speelplaatsen voor kinderen. Ik moet ze meenemen naar Nazareth Illit om ze te laten spelen.”

Even later komt Zoabi binnen. Iedereen heeft van haar gehoord sinds ze zich in 2010 aan boord bevond van de Mavi Marmara, het Turkse schip dat deel uitmaakte van de ”Vloot voor de Vrijheid” dat probeerde de blokkade te doorbreken die de Israëlische marine rond Gaza had gelegd. Toen de mariniers het schip enterden, kwamen er negen Turkse activisten om het leven. Andere Knessetleden hebben geprobeerd Zoabi haar rechten als parlementariër te ontnemen, maar deze pogingen zijn op niets uitgelopen.

De 44-jarige moslima Zoabi doet gepeperde uitspraken over de positie van de Palestijnse burgers. „De Palestijnen zijn hun steden kwijtgeraakt doordat deze zijn gejudaïseerd. Voor mij is Nazareth het symbool van mijn vaderland dat ik ben kwijtgeraakt.”

Culturele centrum Ze vindt dat het roer om moet. „Ik wil van deze stad het culturele centrum maken van de 1,4 miljoen Palestijnen in Israël. En ik wil ook dat het een toeristisch centrum wordt. Elk jaar verlaten 1200 mensen de stad omdat er geen plek meer is om te wonen. Zelfs in de Arabische plaatsen rond Nazareth worden vijf tot zes keer zo veel huizen gebouwd als hier. Daarvoor geef ik overigens niet de burgemeester de schuld, want dat komt door de discriminatie door de Joodse staat. Maar het is de plicht van de burgemeester te strijden. Deze moet zorgen dat we het land terugkrijgen van Nazareth Illit. Als de regering nee zegt, dan heb je ons –80.000 inwoners– elke week aan het demonstreren voor de Knesset of het kantoor van de premier. Je kunt je rechten niet krijgen als je er niet voor wilt vechten. Maar hij heeft geen idee hoe je dat moet doen.”

Vervolgens doet ze met een verdraaide stem een functionaris van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Jeruzalem na: „Hij is zo’n aardig persoon voor ons, hij vraagt helemaal niets.”

Haar topprioriteiten zijn jeugd, vrouwen en onderwijs. Ze wil nieuwe werkplekken creëren om meer vrouwen aan het werk te krijgen. Een vrouwenraad in de gemeente moet haar adviseren over wat te doen voor bijvoorbeeld de vrouwen boven de 50 die niet werken of voor de moeders die een aantal jaren niet willen werken omdat ze kleine kinderen hebben en geen parken hebben waar ze met hun kinderen heen kunnen gaan.

Politiek analist Wadie Abu Nassar noemt haar „een krachtige kandidaat.” Het feit dat ze vrouw en moslim is, kan haar stemmen opleveren. Verder heeft ze de reputatie van vechtster. Ze kan de huidige burgemeester gebrek aan werkgelegenheid en fouten in het bestuur verwijten.

„Maar wat mensen tegen Zoabi hebben is dat ze nu al een paar maanden niets meer in de Knesset doet. En als ze verliest, gaat ze terug naar de Knesset, en niet naar de oppositie in de gemeenteraad. Ze offert dus eigenlijk niets op. De mensen vrezen ook dat ze slaags zal raken met de regering, mocht ze burgemeester worden. De kiezers willen geen ruzie, maar geld. Ze willen geen show, maar inhoud. We zitten hier niet op de Vloot voor de Vrijheid.”

(Dit artikel verscheen ook in het Reformatorisch Dagblad op  21 oktober 2013.)