Vrees voor extremere aanvallen op minderheden

Demonstranten tegen de 'prijskaartjeaanvallen' voor het huis van premier Benjamin Netanyahu. Op de borden staat: 'Licht in plaats van terreur'. Foto: © Alfred Muller.
Demonstranten tegen de ‘prijskaartjeaanvallen’ voor het huis van premier Benjamin Netanyahu. Op de borden staat: ‘Licht in plaats van terreur’. Foto: © Alfred Muller.

Het was hartverwarmend om te zien dat honderden Israëliërs vorige week voor de ambtswoning van premier Benjamin Netanyahu protesteerden tegen de zogeheten Tag Mechiraanvallen (letterlijk: prijskaartje). De demonstranten waren religieuze en seculiere Israeliërs, Joden en Arabieren, jongeren en ouderen. En ongetwijfeld spreken ze voor de meerderheid van de bevolking.

Een kleine groep Joodse extremisten wordt ervan verdacht prijskaartjeaanvallen uit te voeren in zowel Israël als op de Westelijke Jordaanoever. Ze redeneren aldus: als de regering de Joden in de nederzettingen iets aandoet – bijvoorbeeld illegaal gebouwde huizen afbreekt– dan is daar een prijs aan verbonden. De groep die ze het meest haten betaalt de prijs betalen: de Palestijnen. De aanvallen vinden plaats in de vorm van het ontwortelen van olijfbomen, het doorsnijden van autobanden, brandstichting of het aanbrengen van haatleuzen op auto’s, huizen, moskeeën of kerken. Soms richt de woede zich ook tegen het leger of de politie.

Diep verontrust

De demonstranten met wie ik sprak, waren diep verontrust. Hun vrees is dat de ‘vergeldingen’ zullen verergeren. „Vandaag is het een deur die in brand gestoken wordt, morgen is het een moskee met mensen erin”, zei dr. Gadi Gvaryahu. Hij is het hoofd van de overkoepelende organisatie ”Tag Meir” (”Verspreid het licht”). De aanhangers vinden dat de regering harder op moet treden tegen het vandalisme. Gvaryahu zegt dat er sinds 2009 al honderden aanvallen zijn uitgevoerd. Moskeeën en kerken werden 32 keer toegetakeld.

Interessant is de vraag waarom de politie en de veiligheidsdienst weinig verdachten hebben gevonden. Daar zijn volgens insiders twee redenen voor. De eerste is dat de aanvallen niet door een organisatie, maar door individuen en/of kleine groepjes worden uitgevoerd. Dat maakt het moeilijker de daders te vinden.

Kaken op elkaar 

De tweede is dat als de politie verdachten in de kraag grijpt, ze de kaken op elkaar houden. Door gebrek aan bewijs zit er weinig anders op dan ze vrij te laten. De minister van Openbare Veiligheid en de minister van Justitie hebben er dan ook voor gepleit de vernielingen te classificeren als terreur. Dat is niet omdat ze het verschil niet kennen tussen een verfpot en een bom. Als de staat de aanvallen als terreur beschouwt, krijgen politie en veiligheidsdiensten meer mogelijkheden ze te onderzoeken. Sommige methoden zijn overigens omstreden, zoals het vastzetten van mensen zonder reguliere rechtsgang.

Het is in elk geval te hopen dat de politie en veiligheidsdienst meer succes zullen hebben. Het gaat niet slechts om onschuldige graffiti die vervelende tieners aanbrengen. Het gaat om een oproep tot het uitmoorden van bepaalde bevolkingsgroepen. Het risico bestaat dat vandaag of morgen een extremist een bom gooit in een volle moskee of kerk. Het zal de spanning tussen Joden en Arabieren bovendien verder doen toenemen.

Elke week in RD.nl: Israël Ingezoomd. Informatief, analyserend, opiniërend, kort. Altijd met foto.

%d bloggers liken dit: