‘Slachtoffers lieten soms heel weinig sporen na’

Sinds haar oprichting in 1954 heeft Yad Vashem eraan gewerkt de namen van de zes miljoen Joodse slachtoffers van de Holocaust te achterhalen. Dat is een moeilijke opgave, want de nazi’s trachtten niet alleen de personen, maar ook hun nagedachtenis te vernietigen. Een gesprek met de directeur van het namenproject, dr. Alexander Avram.

Sinds haar oprichting in 1954 heeft Yad Vashem eraan gewerkt de namen van de slachtoffers te achterhalen. Dat is een moeilijk werk, want de nazi’s trachtten niet alleen de personen, maar ook hun nagedachtenis te vernietigen. Het Holocaustgedenkinstituut vroeg de mensen een zogeheten getuigenispagina over de vermoorde persoon in te vullen. Dat is een formulier waarop iemand de naam, woonplaats en omstandigheden van overlijden in kan vullen. Op deze wijze zal de nagedachtenis aan hen niet verloren gaan.
De meesten van de 2.650.000 getuigenispagina’s werden ingevuld door andere Joden. Dat kunnen familieleden, buren of vrienden zijn. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw echter zijn er meer pagina’s door niet-Joden ingevuld. Het betrof hun klasgenoten, buren of vrienden.
Yad Vashem bewaart de namen in de Hal van de Namen. Dat is het laatste deel van het historisch museum van het instituut. In de cirkelvormige hal zijn foto’s te zien van 600 slachtoffers en fragmenten van de getuigenispagina’s.

Dr. Alexander Avram, directeur van de Hal van Namen en de Centrale Databank van de Namen. Foto: © Alfred Muller
Dr. Alexander Avram, directeur van de Hal van Namen en de Centrale Databank van de Namen. Foto: © Alfred Muller

Flinke vorderingen

De directeur van de Hal van de Namen en de Centrale Databank van de Namen van de Slachtoffers van de Shoah, dr. Alexander Avram, vertelt dat in 2004 Yad Vashem bijna drie miljoen namen had verzameld. Vandaag is dat aantal gegroeid tot ongeveer 4,3 miljoen.
De laatste jaren zijn dus flinke vorderingen gemaakt. In 2006 zette Yad Vashem een team op die alle namen ging indexeren die voorkomen in het het archief. In 2006 begon ook een groep vrijwilligers de Russische Joden te benaderen, in zowel de vroegere Sovjet–Unie als in Israël. Zij vroegen hun de getuigenispagina’s in te vullen.
De directeur grijpt naar een van de talloze papieren die op zijn bureau liggen. ‘Dit is van iemand met een ver familielid. De familie kwam uit Bohemen, het familielid dat het heeft ingevuld woont in de Verenigde Staten. We krijgen per maand ongeveer 2000 nieuwe getuigenispagina’s, waarvan de meeste nieuwe namen bevatten.’

Persoonlijke dossiers
In de databank staan meer dan vijf miljoen persoonlijke verslagen. Deze zijn gebaseerd op een specifiek document. Dat kan bijvoorbeeld een namenlijst uit het archief zijn of een getuigenispagina. Dezelfde persoon kan voorkomen in verschillende persoonlijke verslagen. Yad Vashem is nu begonnen de persoonlijke verslagen die bij één persoon horen te combineren en er een persoonlijk dossier van te maken. Op deze wijze bundelt het instituut alle informatie die over een persoon bekend is.
‘Dit doen we geleidelijk aan’, zegt Avram. ‘Soms hebben we heel veel informatie over een persoon. In andere gevallen hebben we slechts de voornaam, de achternaam en informatie als ‘hij was in een getto’. Soms is het heel moeilijk de informatie te combineren.’
Een van de problemen is dat mensen namen op verschillende wijze spellen. ‘Neem de naam Berkowitz. Mensen schrijven deze naam op tientallen verschillende manieren. Ze kunnen de naam met Latijnse, Hebreeuwse of Cyrillische letters schrijven. Hetzelfde geldt voor plaatsnamen. We ontwikkelen methodes en technologieën om het bijeenbrengen van de gegevens die bij een persoon horen, te verbeteren. Als we nieuwe computerlogaritmen hebben ontwikkeld, kunnen we dat op veel grotere schaal doen dan nu het geval is. Ons uiteindelijk doel is om persoonlijke dossiers te maken van alle individuen.’

Ontbrekende namen
De ontbrekende namen zijn vooral van Joden die in Centraal en Oost-Europa woonden. ‘Dat is heel begrijpelijk’, zegt hij. ‘In Oost-Europa plaatsten de nazi’s Joden in getto’s, waar niemand een administratie bijhield. Ze schreven de namen van de mensen die ze naar de kampen stuurden ook niet op. En als er ergens nog lijsten waren, vernietigden ze deze. Ook dachten sommige archivarissen na de oorlog dat er geen belangstelling meer bestond voor lijsten die er nog waren. Zo zijn er geen lijsten meer van de Joden uit Saloniki die naar Treblinka werden getransporteerd. Datzelfde geldt voor de Joden uit Hongarije die naar Auschwitz werden gezonden. Het ging om hele families, soms zelfs hele gemeenschappen. De slachtoffers lieten heel weinig sporen na.’
In West-Europa de zaak anders. ‘De nazi’s vermoordden de Joden in West-Europa niet in hun eigen land. Ze arresteerden hen en stelden hen op transport naar de vernietigingskampen in Polen. Dat ging gepaard met een administratief proces, waarvan documenten bewaard gebleven zijn.’

Synagogen in brand
Ook in de vroegere Sovjet–Unie zijn nauwelijks lijsten meer te vinden. ‘Daar doodden de Einsatzgruppen en de SS-commando de Joden op grote schaal. Ze namen bijvoorbeeld 3000 Joden van een kleine gemeenschap mee naar de bossen en vermoordden hen allemaal. De nazi’s staken de meeste synagogen in brand. Ze beschouwden de synagogen als het centrum van het Joods religieus en gemeenschappelijk leven. Ze voerden een totale oorlog toen zij oostwaarts trokken. Archieven, in het bijzonder die van de Joden, gingen verloren.’
Later trokken de Russen westwaarts. ‘Ik geloof niet dat de Russen bewust archieven vernietigden. Maar in het oosten werd een totale, een barbaarse oorlog gevoerd. Ook daarbij gingen archieven verloren. Het is een wonder als ergens nog een archief bleef bestaan. Er zijn verhalen dat een priester erin slaagde enkele documenten van Joodse instellingen te verbergen in een kerk of religieus instituut.’
Na de oorlog echter, begonnen de Russen de namen van de slachtoffers op te tekenen. De namen van de Joden stonden tussen de namen van anderen. Vaak gaven de opstellers aan of het Joden waren, maar niet altijd. In totaal maakte zij 6000 lijsten, waaruit medewerkers van Yad Vashem 1,2 miljoen persoonlijke verslagen konden samenstellen.

Gesloten archieven
Een ander probleem is dat Oost-Europese autoriteiten hun archieven soms nog geheel of gedeeltelijk gesloten houden. ‘Daar wonen nog mensen die samengewerkt kunnen hebben met de geheime dienst van het communistische regiem of met de nazi’s. Niemand is erin geïnteresseerd oude wonden open te rijten. We hebben enige hoop dat zich in deze archieven nog namen bevinden.’
In veel gevallen kent Yad Vashem wel de namen van de ouders, niet die van de kinderen. Een document meldt bijvoorbeeld: ‘Izak en Rivka met drie kinderen waarvan de namen onbekend zijn.’ Privacywetten in Europa bepalen dat niet-familieleden pas na 90 of 100 jaar na geboorte de documenten van een persoon in kunnen zien. Pas na 10 of 15 jaar kunnen medewerkers van Yad Vashem naar archieven gaan om de namen van honderdduizenden kinderen te zoeken waarvan niemand nu de namen weet.
‘We spreken hier over het gaan van de ene plaats naar de andere om de gegevens stukje bij beetje bij elkaar te zoeken. Dat is zeer veel werk. Maar het kan zijn dat we na 30 jaar nog veel namen vinden als er genoeg interesse en fondsen voor dit werk blijven bestaan.’

Vijf miljoen
Het zal niet mogelijk zijn alle namen te achterhalen. Wel streven Avram en zijn collega’s ernaar zo veel mogelijk namen te vinden. Hij hoopt dat het Holocaust Gedenkinstituut in de toekomst nog honderdduizenden namen kan toevoegen aan de databank. Hij gelooft dat hij het aantal van vijf miljoen namen kan bereiken met de documenten die zich in de archieven van Yad Vashem of in andere archieven bevinden. ‘Daarna hebben we de belangrijkste bewaarplaatsen van namen uitgeput. Naarmate de tijd verstrijkt zal het voor ons moeilijker worden de namen te achterhalen van de
Mensen die uit belangstelling willen kijken naar de namen of willen controleren of een bepaalde naam opgetekend staat, hoeven niet naar Yad Vashem te komen. Het instituut heeft namelijk de gegevens op het internet gezet. Wie nog een getuigenispagina in wil vullen kan deze downloaden en
‘Wie nog details heeft van slachtoffers vragen we de getuigenispagina’s in te vullen. We adviseren de mensen onze database op het internet te checken. Dit is de enige manier om de herinnering te bewaren. Het is heel belangrijk dat we de namen blijven herinneren. Anders is het alsof de persoon nooit bestaan heeft.’

%d bloggers liken dit: