Grotten Beit Guvrin en Maresa werelderfgoed

Olijfpersen in de grotten van Maresa. Foto:  © Alfred Muller
Olijfpersen in de grotten van Maresa. Foto: © Alfred Muller

JERUZALEM. Het Comité voor het Werelderfgoed van Unesco, dat eerder deze week in Doha bijeenkwam, heeft de grotten van Beit Guvrin en Maresa in Israël en de terrassen van Battir in Palestijns gebied op de lijst voor werelderfgoed geplaatst.

De grotten bevinden zich in een dikke kalklaag in het lage gedeelte van Judea, onder de steden Maresa en Beit Guvrin. Ze werden 2000 jaar lang gebruikt, van de ijzertijd tot aan de tijd van de kruisvaarders in de middeleeuwen. Ze dienden eerst als mijnen. Later legden de bewoners er oliepersen in aan, duiventillen, veestallen, baden en graven.

Andere plaatsen in Israël die al op de werelderfgoedlijst staan zijn onder meer Massada, de Witte Stad van Tel Aviv in de Bauhausstijl en de ruïnesteden Megiddo, Hazor en Beersjeva.

Unesco heeft de terrassen van het dorpje Battir in Palestijns gebied ten zuidwesten van Jeruzalem op een speciale lijst gezet van bestaand werelderfgoed dat desondanks gevaar loopt. Boeren in de omgeving irrigeerden namelijk sommige terrassen.

Dit artikel stond ook in het RD.