‘Amerika moet christenen uit Mosul helpen’

Vluchtelingen in Mosul trekken naar Erbil. Foto: UNHCR/ACNUR Américas op Flickr.
Vluchtelingen in Mosul trekken naar Erbil. Foto: UNHCR/ACNUR Américas op Flickr.

Twee week geleden verscheen de rode letter N op de huizen van christenen in Mosul. De letter staat voor Nazarener oftewel christen. Ook werd in het zwart de leus “eigendom van de islamitische staat” op de huizen gekalkt.

Dat schrijft de directeur van het Centrum voor Godsdienstvrijheid van het Hudson Instituut in Washington, Nina Shea, in de online publicatie The Christian Post.

Shea wijst erop dat in 2003 nog 1,4 miljoen christenen in Irak woonden. Inmiddels zijn meer dan een miljoen gevlucht.

In de afgelopen tien jaar hebben 30.000 tot 50.000 christenen de stad Mosul verlaten. Deze stad, het oude hart van het Iraakse christendom, viel op 10 juni in handen van ISIS.

ISIS stelde de enkele honderden christenen die een maand geleden nog in Mosul woonden voor de keus zich tot de islam te bekeren, een discriminerende belasting te betalen of het zwaard te ontmoeten. Daarop vluchtten de christenen weg.

Het Iraakse parlementslid Younadam Kannan zei echter dat de laatste vijf christelijke families die te ziek waren om de stad te verlaten, overgegaan zijn tot de islam “om in leven te blijven”. Een van hun dochters slaagde er echter in te vluchten.

Trouwringen

ISIS leider Abu Bakr al-Baghdadi beval alle bezittingen van ‘de ongelovigen’ af te nemen. De bannelingen moesten auto’s, mobiele telefoons, geld, trouwringen en zelfs een broodje kip dat een man bij zich had, overgeven aan de ‘Islamitische Staat’. Een vrouw die al tienduizenden dollars had ingeleverd moest het laatste geld geven dat bestemd was voor de bus naar Erbil in Koerdistan. De laatste bannelingen verlieten de stad lopend, terwijl ze kleinkinderen droegen en hun grootouders in rolstoelen voortduwden. Zij die achterom keken, zagen hoe gewapende groepen hun huizen beroofden en de buit in vrachtauto’s laadden.

Alle dertig kerken zijn in beslag genomen. Van sommige kerken zijn moskeeën gemaakt. Ook het Syrisch-katholieke Mar Behnam klooster buiten Mosul werd ingenomen. De verbannen monniken lieten een bibliotheek achter met oude christelijke manuscripten. Een moslim professor, Mahmoud al Asali, die opriep tot gematigdheid, werd vermoord. Moslims die in solidariteit met christenen tekenen droeg met de woorden “ik ben een christen”, werden genegeerd.

Begraafplaatsen opgeblazen

Shea meldt verder dat begraafplaatsen van christenen en sjiieten werden opgeblazen. Op 24 juli werd het graf van de profeet Jona en het moslim heiligdom dat eromheen stond, verwoest.

Na de massadeportatie deed de Iraakse regering niets om de katholieke, orthodoxe en protestantse christenen te helpen. Wel zond de Iraakse regering vliegtuigen en bussen om andere minderheden te evacueren. Shabak sjiieten en Turkmenen werden naar het zuiden van Irak gebracht.

Velen christenen uit Mosul zijn naar Koerdistan gevlucht, waar oude christenen dorpen en steden zijn. Op 19 juli heeft de regionale regering van Koerdistan de christelijke bannelingen verwelkomd.

Shea noemt de religieuze zuivering van de minderheden een ernstige misdaad tegen de mensheid en een humanitaire catastrofe. Of de christenen in staat zullen zijn in de regio te blijven ligt volgens haar aan de Amerikaanse respons. Ze gaat niet in op de vraag wat dat zou kunnen zijn.

%d bloggers liken dit: