Post uit Jeruzalem: burengerucht

Vervelend nieuws kregen Judith en ik enkele weken geleden te horen. Onze bovenburen gaan verhuizen. We kunnen niet alleen goed met ze opschieten, ze hebben ook een zeer aangename gewoonte: ze slapen ’s nachts.

De stilte waarvan we ’s nachts genieten is overigens niet alleen aan hen te danken, maar ook aan de andere bewoners van de twaalf appartementen. Ook zij houden zich rustig. De flats zijn gehorig. Er hoeft maar een bewoner tussen te zitten die ’s nachts de luidsprekers volop aanzet, en de nachtrust van de anderen dreigt te worden verstoord.

Tegelvloer

Stilte is niet vanzelfsprekend. We hebben een buurvrouw boven ons gehad die haar werkkamer boven onze slaapkamer had. Ze werkte voor Amerikaanse opdrachtgevers en dan is het handig ’s nachts te werken. Ze had bovendien niet veel slaap nodig. Voor een uur of vier ging ze nooit naar bed. Dat was allemaal niet erg. Wel dat ze een bureaustoel op wieltjes had. Als ze een papier moest pakken uit een kast aan de andere kant van de kamer moest dat natuurlijk rollend gebeuren over de tegelvloer.

Niets was zo erg als studenten theologie. Een echtpaar was het, uit Amerika. Om een uur of twee ’s middags kwamen ze uit bed. Even later gingen ze naar de universiteit. Daar bleven ze dan tot het begin van de avond en ’s avonds werd er thuis gestudeerd.

Een uur of twee nadat wij in slaap waren gesukkeld, werd het tijd voor de ontspanning. Niet dat ze feest gingen vieren of iets dergelijks, zulke typen waren het niet. Zo te horen was hun favoriete sport de armspieren te oefenen. Waarom een deur dichtdoen als je deze met alle kracht die in je zit dicht kan gooien? En meubels zijn toch in de eerste plaats uitgevonden om te worden verschoven over de tegelvloer? Elke nacht een snerpend gepiep als de tafels en stoelen weer moesten worden verschoven van de ene plaats naar de andere. Dat duurde dan tot een uur of zes ’s morgens, waarop ze het bed opzochten.

Stapelbedden

Een lerares in ons flatgebouw had boven haar Koreanen. In hun woonkamer stond een grote lange tafel, met stoelen omringd. In de slaapkamers de stapelbedden. De gasten met hun koffertjes op wielen arriveerden en vertrokken op elk uur van de dag en nacht naar de luchthaven. Het waren aardige mensen, maar ja, deze gehorige flats zijn minder geschikt als hotel.

Het enige waar we deze dagen nog wel eens last van hebben is de studio, een paar verdiepingen  boven ons. Een jong stel met hond is daar ingetrokken. Na herhaaldelijke klachten van diverse buren dreunt nu nog maar een half uurtje per dag het zware „woem woem woem” door het hele gebouw. Overdag gelukkig.

Geef mij maar de operazangeres die we ook hebben. Dat is tenminste aangename klassieke muziek. En dus prettig om naar te luisteren.

Dit artikel verscheen in de serie ‘Post uit’. In de serie schrijven correspondenten van het Reformatorisch Dagblad over het dagelijks leven in de landen waarin zij wonen. 

%d bloggers liken dit: