“Het kan allemaal geen toeval zijn”

Geschiedenis is geen toeval. Wie op het grote beeld let, ziet dat God Zijn plannen vervult.

In deze stelling is historicus Kelvin Crombie de afgelopen jaren gesterkt toen hij zich bezighield met onderzoek naar de Slag om Gallipoli. De nederlaag van de geallieerden op het Turkse schiereiland mondde uit in de bevrijding van Jeruzalem. En daarmee de mogelijkheid een Joodse staat op te richten.

Crombie heeft het eerste deel van twee boeken gepubliceerd over de Slag om Gallipoli. Hij heeft er inmiddels ook een documentaire over gemaakt. In de afgelopen jaren heeft hij werken geschreven over Christ Church in Jeruzalem en de militaire geschiedenis van het Midden-Oosten. In 2009 verliet hij Jeruzalem om terug te keren naar Australië, maar hij reisde geregeld naar Europa om archieven door te spitten.

Grote lijnen

Het blijkt dat hij sterk is in het aangeven van de grote lijnen. Hij begint met ons eraan te herinneren dat in de Eerste Wereldoorlog Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland (de geallieerden) oorlog voerden tegen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk en Bulgarije (de centrale mogendheden).

Toen het Ottomaanse Rijk zich bij de centrale mogendheden had aangesloten, grendelde het de Dardanellen (zeestraat in het noordwesten van Turkije) af. Daardoor waren de geallieerden niet meer in staat Rusland van wapens te voorzien. De geallieerden besloten de blokkade te doorbreken. In april 1915 vielen de Fransen en Britten Turkije aan bij Kaap Hellas, het zuidelijkste puntje van Gallipoli. De Australiërs en Nieuw-Zeelanders vielen iets verder naar het noorden aan. Het bleek namelijk dat Turkije hulp van Duitsland had gekregen bij de aanleg van de versterkingen. Bovendien bezaten de Turken veel moderne wapens.

De strijd om Gallipoli in het toenmalige Ottomaanse Rijk begon op 25 april 1915 en duurde tot 9 januari 1916. Het offensief liep rampzalig af. De geallieerden verloren ongeveer 45.000 man. De Turkse verliezen liepen op tot zo’n 85.000, maar ze slaagden erin de aanval af te slaan.

De slag had belangrijke gevolgen. Voor het eerst ontstond er een gevoel van nationale identiteit onder de Australiërs en Nieuw-Zeelanders. Dit was namelijk de eerste oorlog die zij voerden. Elk jaar op 25 april is het in Australië Anzacdag, genoemd naar het Australische en Nieuw-Zeelandse legerkorps.

“De Australiërs en Nieuw-Zeelanders houden deze dag in hoge ere”, vertelt Crombie in het drukke koffievertrek van Christ Church. “Ik voelde dat ik de kans had de context weer te geven. Ik breng de feiten en presenteer het grote geopolitieke beeld. Het kan allemaal niet toevallig zijn.”

De slag om Gallipoli. Foto; Wiki Commons.
De slag om Gallipoli. Foto; Wiki Commons.

Joodse strijdmacht

“Voor het eerst in de moderne geschiedenis deed ook een Joodse strijdmacht aan de gevechten mee, namelijk het Sion Muilezel Korps. Veel Joden beschouwden de strijdmacht als een eerste stap naar een nationaal tehuis. De Joodse soldaten waren ervan overtuigd dat de strijd uiteindelijk zou leiden tot de bevrijding van het land Israël.”

“Er waren in 1915 echter nog geen concrete plannen voor de verdrijving van de Turken uit Palestina. De Britten dachten dat, als ze Gallipoli hadden veroverd en doorgestoten zouden zijn naar Constantinopel, de rest van het Ottomaanse Rijk in elkaar zou storten.”

Crombie pakt er een muntje bij van 10 agorot, het tiende deel van de Israëlische sjekel. “Als je een kant van de munt hebt, heb je ook de andere kant. Op 24 april 1915 begon de Armeense genocide. De officiële reden was dat de Armeniers zich zouden hebben verbonden met de Russen. Dit gaf Turkije een excuus een offensief tegen hen te starten. De werkelijke reden was dat de Turkse leiders de filosofie van het Pan-Turkije aanhingen. Ten oosten van Armenië woonden volken die met de Turken verbonden waren. Minderheidsgroepen pasten er niet bij, zeker niet als deze autonomie eisten.”

Suezkanaal

Ook verder naar het zuiden hadden zich toen al dramatische ontwikkelingen voorgedaan. Een door de Duitsers aangevoerde Turkse strijdmacht trok in januari en februari 1915 via de Sinaï in de richting van het Suezkanaal, dat onder Britse bescherming stond. Turkije bereikte niets met dit avontuur, maar het gevolg was dat de Britten uiterst wantrouwig werden.

Eind 1916 kwam de regering van premier Lloyd George en minister van Buitenlandse Zaken James Balfour aan de macht. Het kabinet was van mening dat de vrije toegang tot het Suezkanaal alleen gegarandeerd kon blijven als Palestina onder Brits bestuur zou komen. Het Britse leger en de Anzacs trokken vervolgens naar het noorden.

In 1917 deden de Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders twee keer een poging Gaza te veroveren. Ook dat liep op een fiasco uit. Londen plaatste de strijdmacht vervolgens onder commando van Lord Allenby. Deze liet Gaza aanvankelijk voor wat het was en trok eromheen.

Op 31 oktober 1917 vond de Slag om Beersheva plaats. Deze slag om de oude woestijnstad vormde de eerste grote overwinning voor de geallieerden in de regio. Opmerkelijk was dat op dezelfde dag het Britse oorlogskabinet bij elkaar kwam om over de Balfourverklaring te debatteren. Op 2 november verklaarde Balfour dat de regering voor de oprichting van een Joods nationaal tehuis in Palestina was. In december dat jaar was de verovering van Jeruzalem een feit.

Centrum wereld

Crombie gelooft dat de regio aan de zuidoostzijde van de Middellandse Zee het centrum van de wereld vormt. In de oudheid lag dit gebied tussen grote rijken: het Assyrische en Perzische in het noorden en Egypte in het zuiden.

Nadat de Europese koloniale machten opgekomen waren, werd het land minder belangrijk. Deze landen bereikten hun kolonies in het oosten namelijk met schepen. Maar na de invasie van Napoleon in 1798 in Palestina, begon het land weer terug te keren in de belangstelling. Dat was helemaal het geval nadat het Suezkanaal in 1869 werd geopend.

“De regio werd belangrijk voor het Britse rijk vanwege India, Australië en Nieuw-Zeeland”, zegt Crombie. “Engeland wilde in Palestina geen andere grote mogendheid. In Europa heerste antisemitisme en de Joden verlangden naar de heroprichting van een eigen nationaal tehuis. Om dat te bereiken hadden ze de steun van een sympathieke Europese macht nodig. Turkije zou zoiets namelijk nooit toestaan.”

Gebeurde dit allemaal toevallig of was het de wil van God? Crombie ziet de hand van God in de geschiedenis. “Als Hij de Schepper is, dan moet het allemaal in elkaar passen. Hij heeft dit land onder ede beloofd aan het volk Israël. Hij vervult Zijn belofte op Zijn manier.”

Foto boven: Kelvin Crombie op de plek waar generaal Allenby de stad binnenkam. © Alfred Muller

Dit artikel verscheen ook in Israel Aktueel .

Weblink: http://www.heritageresources.com.au

%d bloggers liken dit: