„Ze weten niet meer wat ze moeten doen”

JERUZALEM – Over de tramrails rijden niet alleen trams, maar ook politiemotoren. De agenten kunnen snel ingrijpen zodra zich een nieuwe aanslag voordoet. In jaren is de stad niet zo onrustig geweest. 

Op tramstations zijn politieagenten, grenswachters en trambewakers aanwezig. Op een van de kruisingen staan twee Palestijnen met de handen omhoog tegen de muur. Een agent fouilleert hen, zijn vrouwelijke collega kijkt toe.

Hebreeuwstalige nieuwswebsites geven de ene update na de andere. Steekpartij hier, steekpartij daar. Een dode hier, een paar gewonden daar, de dader rent nog rond of de dader is al „geneutraliseerd.” De eerste foto’s en video’s verschijnen: ambulances die zich naar de plek des onheils spoeden, de terrorist die met open ogen uitgestrekt op de grond ligt. Dan zijn er nog de filmpjes van groepen Palestijnse jongeren die hollende soldaten met stenen proberen te raken.

Metaaldetectoren

In de Oude Stad van Jeruzalem lijkt het op het eerste gezicht iets rustiger dan anders. Groepen toeristen, gewapend met camera’s, volgen hun gidsen door de straatjes. Bij de poorten van de Oude Stad heeft de politie metaaldetectoren geplaatst. Denken de twee Palestijnse jongens die erbij zitten dat deze gebruikt gaan worden? „Nee”, zeggen ze. Een ander vervolgt: „Dit helpt niets. Zoiets moet in een gebouw staan. Ze weten gewoon niet meer wat ze moeten doen.”

De Jaffapoort. Foto's © Alfred Muller
De Jaffapoort. Foto’s © Alfred Muller

Hoe hebben Israëliërs en Palestijnen dit dieptepunt bereikt? Vele factoren hebben eraan bijgedragen. Likudleider Netanyahu appelleerde tijdens de verkiezingscampagne begin dit jaar sterk aan angstgevoelens. Maar een diplomatiek plan bood hij niet. Alles was goed, zolang de meeste Palestijnen veilig opgeborgen gebleven achter de scheidingsmuur.

Maar die Palestijnen zagen hun levensstandaard dalen, terwijl de nederzettingen verder uitbreidden. Bovendien zet de islam de wereld in brand. Moslims denken dat hun heilige plaats, de alAqsamoskee op de Tempelberg, in gevaar is. Deskundigen roepen al maanden dat de ketel op springen staat, maar ze werden genegeerd.

Geest terug in de fles

Premier Netanyahu doet er alles aan de geest weer in de fles te krijgen. Recordaantallen veiligheidsmensen staan op straat, de regels voor het schieten zijn versoepeld en de straffen gaan omhoog. De burgemeester van Jeruzalem, Nir Barkat, roept burgers met een vuurwapenvergunning zelfs op pistolen bij zich te dragen. Zullen de maatregelen helpen, of is het al te laat en gaan we naar de derde Palestijnse opstand? Niemand die het kan zeggen.

Netanyahu probeert ook wat anders. Hij doet een oproep aan Isaac Herzog van de Zionistische Unie om zich bij de coalitie te voegen. De oppositieleider weigert dit echter. Hij roept de premier op om op te stappen.

Maar mocht Herzog een goed excuus vinden tot de regering toe te treden, dan kan Netanyahu de rechts-radicale partij van Naftali Bennett, het Joodse Huis, dumpen en concessies doen aan de Palestijnen.

Onderhandelingstafel

Netanyahu roept de Palestijnse president Abbas op terug te keren naar de onderhandelingstafel, maar deze weigert. Abbas probeert –tot nu toe met weinig succes– via internationale erkenning een Palestijnse staat te bouwen. Hij kan het overleg alleen heropenen als Netanyahu op bepaalde punten toegeeft, zoals vrijlating van Palestijnse gevangenen of een stop op de uitbreiding van nederzettingen.

In Israël is veel kritiek op Abbas. Hij zou ophitsing toestaan. De Palestijnse politie houdt de stenengooiende betogers niet altijd meer tegen. Toch roept ook Abbas op tot kalmte. En de politiesamenwerking met Israël bestaat nog.

Het ultieme wapen heeft Abbas nog niet gebruikt: de opheffing van de Palestijnse Autoriteit. Als hij dat doet, zal het machtsvacuüm snel worden gevuld door Hamas, de Islamitische Jihad en Islamitische Staat. Als dat gebeurt, zal Israël naar Abbas terugverlangen.

Dit artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad | Pagina 1 | 09 oktober 2015

%d bloggers liken dit: