Geweldsgolf kan nog alle kanten op 

Maandag hebben er zich geen aanslagen voorgedaan tegen Israëlische burgers in Jeruzalem, de rest van Israël of de Westelijke Jordaanoever. Maar het is nog veel te vroeg om te zeggen of de huidige terreurgolf op zijn retour is.

De verscherpte veiligheidsmaatregelen in Jeruzalem lijken vruchten af te werpen. Met name in de gebieden waar Joodse en Arabische wijken aan elkaar grenzen, zijn veel agenten van de politie en grenspolitie op de been. Zij hebben bovendien assistentie gekregen van soldaten – iets wat zeer ongebruikelijk is.

De politie heeft wegversperringen opgericht op wegen die de Arabische wijken met de Joodse wijken verbinden. Door de controles kost het de Palestijnen meer tijd om hun bestemming te bereiken. Dat is niet alleen lastig voor de Palestijnen zelf, maar ook voor Israëliërs. Israëlische ziekenhuizen en het openbaar vervoersysteem bijvoorbeeld hebben Palestijnen in dienst.

Muur

De regering Netanyahu heeft een halt toegeroepen aan de aanleg van de een muur tussen de Joodse wijk Armon HaNatziv en de Arabische wijk Jabel Mukaber. De bouw van de muur stuitte volgens Israëlische media op verzet onder een aantal bewindslieden. De reden is dat Israël daarmee het signaal zou geven dat de eenwording van Jeruzalem is mislukt.

Dat de veiligheidsmaatregelen zich vooral richten op Jeruzalem, is geen wonder. Tot eind vorige week werd ongeveer driekwart van de aanslagen uitgevoerd door jonge Palestijnen uit Oost-Jeruzalem. Zij wilden Joden doden en waren bereid hun eigen leven daarbij op te offeren.

Maar de laatste dagen zijn er ook nieuwe tendenzen te zien. De stad Hebron raakt bij de geweldsgolf betrokken. In deze stad geniet de radicaal-islamitische Hamas beweging veel steun. Ook gebruiken terroristen de laatste dagen vuurwapens bij de aanslagen. Verder proberen georganiseerde groepen bij de gewelddadigheden betrokken te raken.

De huidige crisis heeft in elk geval niet de kenmerken van een nieuwe Intifada (Palestijnse volksopstand). De participatie van de Palestijnse bevolking bij de demonstraties is daarvoor te gering. Anders dan bij de eerste Intifada (1987-1993) en de tweede (2000-2004) willen verreweg de meeste Palestijnen nu gewoon doorgaan met hun dagelijks leven.

Gemengde boodschappen

Palestijnse leiders laten gemengde boodschappen horen. Aan de ene kant prijzen ze de geweldsplegers. Aan de andere kant ondernemen Palestijnse troepen pogingen botsingen te voorkomen tussen Palestijnse demonstranten en het Israëlische leger. Bovendien bestaat de veiligheidssamenwerking nog. Israëlische en Palestijnse veiligheidsfunctionarissen telefoneren voortdurend met elkaar.

De Palestijnse president Mahmoud Abbas weigert toe te geven aan de druk de veiligheidssamenwerking met Israël te staken. Hij stelt zijn hoop op de internationalisering van het conflict. Hij zou graag zien dat andere landen Israël de oprichting van een Palestijnse staat afdwingen.

Samenvattend is dus te zeggen dat Israëlische en Palestijnse leiders maatregelen nemen om de brand te blussen of op zijn minst te beheersen. Maar zeker is dat aan de oorzaken tot nu toe niets is gedaan. Dat is wanhoop onder jonge Palestijnen en aanstichting tot geweld met name door de radicaalislamitische groepen. Het is daarom te vroeg om te zeggen welke kant de huidige geweldsgolf op zal gaan.

Foto: veiligheidsmaatregelen hebben de situatie in Jeruzalem verbeterd. © Alfred Muller

Dit artikel verscheen dinsdag in iets kortere vorm in Rd.nl

%d bloggers liken dit: