Twintig jaar na het verlies van een staatsman

De vroegere Amerikaanse president Bill Clinton en 100.000 Israëliërs stonden zaterdagavond op het Rabinplein in Tel Aviv stil bij de betekenis van de vroegere staatsman Yitzhak Rabin (1922-1995).

Een laffe zeloot schoot de premier op 4 november 1995 tijdens een vredesrally drie kogels in de rug.

Rabin behoorde, samen met David Ben Gurion en Menachem Begin, tot een van de drie grote leiders die Israël heeft gehad. Het waren premiers met visie en ze hakten knopen door.

Rabin was realist en pragmatist. Hij begreep dat Israël niet kon blijven heersen over miljoenen Palestijnen in Gaza en de Westoever. Scheiding tussen beide bevolkingsgroepen achtte hij noodzakelijk.

Niet met wapens 

Hij zag ook in dat het conflict met de Palestijnen niet met wapens viel op te lossen, maar mogelijk wel met vredesbesprekingen. Het officiële overleg in Washington met een JordaansPalestijnse delegatie leidde echter tot niets. Hij gaf groen licht voor geheime onderhandelingen met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO. Tot op dat moment waren rechtstreekse contacten met de PLO officieel gemeden.

De gesprekken resulteerden in het Osloakkoord. Dat interimakkoord was geen vredesverdrag, wel een wederzijdse erkenning. Ook kwamen Israël en de PLO overeen dat ze de geschillen via gesprekken zouden oplossen.

Onder Rabin deden zich grote veranderingen voor. Israël sloot in 1994 een vredesakkoord met Jordanië, dat nog steeds van kracht is. De minister van Buitenlandse Zaken, Shimon Peres, schreef in The Jerusalem Post dat Israël grote vooruitgang boekte op het gebied van onderwijs, wetenschap, cultuur en vervoer.

Stagnatie

Palestijnen kregen zelfbestuur, voor maximaal vijf jaar. Intussen zouden de partijen onderhandelen over een permanente overeenkomst. Vanwege de stagnatie (mede door de Palestijnse opstelling) is dat zelfbestuur gebleven.

De vroegere PLO-leider Arafat zei dat er vrede zou zijn bereikt als Rabin nog had geleefd. Dat is de vraag. Het is onzeker of Rabin de verkiezingen van 1996 zou hebben gewonnen. Een groot probleem waren de zware terreuraanslagen van radicale Palestijnse organisaties. Arafat zelf bestreed de terroristen niet of nauwelijks.

Bovendien kreeg Rabin in eigen land zware oppositie van rechts. Deze wilde om religieuze en nationalistische redenen geen territoriale concessies doen aan de Palestijnen.

Een van de zwartste bladzijden

Die avond in november 1995 blijft een van de zwartste bladzijden in Israëls geschiedenis. Helaas is het niet onmogelijk dat er zich een nieuwe moordaanslag op een politicus voordoet. De spanning tussen radicale nationaal-religieuze ideologie en de pragmatische realisten blijft bestaan.

Een doelwit van de Joodse rechtsextremisten zou president Reuven Rivlin kunnen zijn. Hij heeft zich gehaat gemaakt door zijn pleidooi voor het vreedzaam samenleven van Joden en Arabieren en zijn weigering Rabins moordenaar gratie te verlenen. Een moord op een wijs politicus – dat moet het land niet weer hebben!

Foto boven: Yitzhak Rabin met zijn vrouw Lea (1928-2000), kinderen en kleinkinderen.

Elke week in Reformatorisch Dagblad: Israël Ingezoomd. Informatief, analyserend, opiniërend, kort. Altijd met foto.

%d bloggers liken dit: