Archeologen leggen Jeruzalems fort bloot

Archeologen van de Israëlische Oudheidkundige Dienst hebben een stadsfort blootgelegd dat waarschijnlijk werd gebouwd door de Seleucidische koning Antiochus IV Epiphanes.

Het bouwwerk, de Akra genoemd, zou hebben gediend om de stad Jeruzalem onder controle te houden.

Antiochus Epiphanes (215-164 v. Chr.) liet in 167 v.Chr. de versterking bouwen aan de zuidzijde van de Tempelberg en de noordzijde van het oudste gedeelte van Jeruzalem, de zogeheten Stad van David. Op deze wijze konden de Seleucidische veroveraars van Jeruzalem controle uitoefenen op gebeurtenissen rond de tempel en in de stad zelf.

Seleucidisch garnizoen

In het stadsfort zou een Seleucidisch garnizoen hebben gelegen dat was aangevuld met gehelleniseerde Joden die de Seleuciden steunden. De uit Syrië afkomstige hellenistische Seleuciden slaagden erin een groot gedeelte van het Midden-Oosten onder heerschappij te krijgen.

Archeologen groeven een deel van een stevige muur op, het fundament van een toren dat 20 meter lang was en 4 meter breed en een kunstmatige helling die diende om aanvallers uit de buurt te houden. Verder kwamen er bronzen pijlpunten en stukken lood aan het licht die in de richting van de vijanden geslingerd konden worden.

De onderzoekers ontdekten het fort in het kader van een opgraving bij de Stad van David. Volgens de leiders van de opgraving, dr. Doron Ben-Ami, Yana Tchekhanovets en Salome Cohen, bevestigen de gevonden munten van de hellenistische koningen en de geïmporteerde wijnvaten dat het fort niet door Joden werd bevolkt.

Tempelontwijding

Antiochus IV Epiphanes werd in de Joodse geschiedenis berucht vanwege de ontwijding van de tempel in het jaar 167 v.Chr. De verontreiniging van het bedehuis leidde tot de opstand van de Makkabeeën. In het jaar 164 v.Chr. slaagde Judas Makkabeüs erin de Tempelberg te heroveren en de rituelen te herstellen. Tijdens het chanoekafeest in december herdenken Joden de herinwijding van de tempel.

Het fort bleef echter in handen van de Seleuciden. Het lukte Simon Makkabeüs pas in het jaar 141 v.Chr. de vesting te veroveren. Vanaf toen was de stad weer helemaal in Joodse handen.

Dit artikel verscheen ook in het Reformatorisch Dagblad op 6 november 2015.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Overblijfselen van het fort en de toren. Foto: Assaf Peretz – Israëlische Oudheidkundige Dienst.
Bronzen pijlen met het symbool van de Griekse vorst Antiochus Epiphanes. Ze vormen het bewijs van de pogingen de vesting van de stad te veroveren. Foto: Clara Amit - Israëlische Oudheidkundige Dienst.
Bronzen pijlen met het symbool van de Griekse vorst Antiochus Epiphanes. Ze vormen het bewijs van de pogingen de vesting van de stad te veroveren. Foto: Clara Amit – Israëlische Oudheidkundige Dienst.
3
Loden voorwerpen om weg te slingeren en bronzen pijlen met het symbool van de Griekse vorst Antiochus Epiphanes. Ze vormen het bewijs van de pogingen de vesting van de stad te veroveren. Foto: Clara Amit – Israëlische Oudheidkundige Dienst.
Overblijfselen van wijnvaten die gebruikt werden door de bewoners van de citadel. Foto: Clara Amit - Israëlische Oudheidkundige Dienst.
Overblijfselen van wijnvaten die gebruikt werden door de bewoners van de citadel. Foto: Clara Amit – Israëlische Oudheidkundige Dienst.
%d bloggers liken dit: