Afscheid nemen van terminaal zieken

Na 36 jaar neemt de Nederlandse Chaya van Kooten afscheid van het Franse ziekenhuis in Jeruzalem. Ze werkte vooral met terminale patiënten. „Mijn gave was voor deze mensen te zorgen.”

De tijd is omgevlogen, vindt Chaya van Kooten, zittend op een stoel tussen de verhuisdozen. „Als je iets graag doet, gaat de tijd snel. Af en toe had ik de neiging ontslag te nemen, om ergens anders een nieuwe uitdaging te zoeken. Maar als ik bad om leiding, voelde ik dat het Franse ziekenhuis mijn plaats was. Op dat moment kreeg ik ook weer nieuwe liefde voor mijn werk.”

Twee vazen met bloemen staan bij haar op tafel. De boeketten heeft ze vorige week gekregen van het personeel van het Franse Ziekenhuis St.-Louis in Jeruzalem. Daar stopte ze op 1 april na een periode van 36 jaar. Zij was op dat moment het personeelslid dat het langste had gewerkt.

Het ziekenhuis is eigendom van de orde Zusters van St. Jozef van de Verschijning. Ondanks haar reformatorische achtergrond boden de nonnen haar een baan aan.

„De eerste 24 jaar draaide ik alleen nachtdiensten, daarna zowel dag- als nachtdiensten. Tot het laatst toe hebben nachtdiensten mijn voorkeur gehad. Ik hield van de nachten, vanwege de rust en de stilte. ’s Nachts kon ik ook veel beter een praatje maken met de patiënten als ze niet konden slapen. Soms kwamen ze even in het kantoor zitten, soms nam ik plaats naast hun bed.”


Welk medicijn we hun ook gaven, niets leek te helpen


Ze werkte met mensen in het laatste stadium van hun leven. Vaak waren het kankerpatiënten, maar ze heeft ook aidspatiënten en MS-patiënten verzorgd. „Ik kon het altijd goed aan. Er waren echter enkele gevallen waar de patiënten zo zwaar leden, dat ik de neiging had weg te lopen. Soms waren ze nog jong. Welk medicijn we hun ook gaven, niets leek te helpen. Maar het is je roeping om bij hen te blijven.

In Israël geldt: het leven is heilig. Euthanasie komt niet voor, passieve euthanasie eigenlijk ook niet. We bleven altijd handelen vanuit de hoop. Eind december is nog een van de patiënten genezen naar huis gegaan.

Naar schatting stierven er ongeveer honderd mensen per jaar. Dat zijn dus 3600 patiënten in de periode waarin ik werkte. Gelukkig was dat niet altijd als ik dienst had. Maar ook in het laatste uur was er altijd iets wat ik kon doen om de patiënten of de familieleden te helpen.”

Het ziekenhuis is christelijk. Toch heeft het dankzij de uitstekende zorg ook onder Joden en moslims een heel goede reputatie gekregen. Van Kooten: „Een Joodse man kwam hier omdat hij heel ziek was. Zijn vrouw heeft twee dagen aan het bed zitten huilen. Ze vond het vreselijk dat hij zijn laatste dagen in een christelijk ziekenhuis door moest brengen. Maar nadat hij was overleden, kwam ze regelmatig langs om ons te bedanken.”

Hoe heeft u dit 36 jaar lang volgehouden?

„God geeft talenten aan iedereen. De een is goed in dit, de ander in dat. Mijn gave was om voor deze mensen te zorgen. Het gaf mij voldoening mensen te helpen in slaap te vallen of de pijn te verlichten. De operatiekamer of de eerste hulp lagen me niet. Iedereen moet naar zijn of haar roeping luisteren.”

U heeft ervoor gekozen gewoon door te gaan toen u kon stoppen.

„Ik kon stoppen toen ik 62 werd. Maar ik besloot door te gaan. Werken heeft veel voordelen. Je helpt zieken en je hebt contact met de collega’s.”

Waarom bent u dan nu wel gestopt?

„De Britse ex-verpleegkundige Margaret Evans en ik wonen in hetzelfde huis. Maar we moeten deze woning uit omdat die is verkocht. We hebben zelf een huis gekocht. We zijn van plan voorlopig nog in Israël te blijven. Ik zag het niet zitten naast mijn werk alles in te pakken. Ik wilde ook niet doorgaan tot ik zelf met een looprekje naar het werk zou moeten of fouten zou beginnen te maken.”


Ik wilde ook niet doorgaan tot ik zelf met een looprekje naar het werk zou moeten


Wat gaat u na de verhuizing doen?

„Ik heb veel papieren en foto’s uit te zoeken. Ook hoop ik vaker deel te nemen aan de activiteiten van onze kerk, de anglicaanse Christ Church. Of misschien ga ik terug naar mijn oude werk. Maar alleen om vrijwilligerswerk te doen – bijvoorbeeld met patiënten praten. Ik wil geen verantwoordelijkheid meer dragen.”

Ook in Nederland zijn mensen die hulp nodig hebben. Waarom werken in Israël?

„God heeft mij liefde voor dit volk en land gegeven, om hier dienstbaar te zijn. Toen ik kwam, dacht ik dat het voor vijf of tien jaar zou zijn. Ik vermoedde toen niet dat het zo lang zou duren. Israël is een boeiend land, met een rijke geschiedenis en lekker weer.

Maar het is soms ook moeilijk. Heel spannend was het toen de Iraakse leider Saddam Hussein raketten op Israël afschoot. Ze dachten dat die chemische wapenkoppen konden hebben. In het ziekenhuis hadden we toen minder patiënten. We maakten een afgesloten ruimte, waarin de meeste patiënten lagen. Andere patiënten konden daar zelf naartoe als het luchtalarm klonk.”

Met de spanning moet je leren om te gaan. Jarenlang zijn er bomexplosies geweest in de bussen. Toch stapte ik steeds weer op de bus. Ook de afgelopen maanden, met de steekpartijen, had ik geen angst. Maar ik let wel goed op.”

ALMU20160405_8620
Chaya van Kooten

Chaya van Kooten

Chaya van Kooten (1947) volgde na drie jaar met geestelijk gehandicapten te hebben gewerkt, in Amsterdam een opleiding algemene en psychiatrische verpleegkunde.

Haar familie komt uit de Gereformeerde Gemeente. Nu heeft ze de Hervormde Gemeente van de PKN in Oostendam bij Hendrik-Ido-Ambacht als thuisgemeente.

In 1975 vertrok ze naar Engeland met het doel beter Engels te leren. Daar kwam ze in aanraking met het Redcliffe College in Gloucester, waar ze een opleiding voor zendingswerker volgde. Op deze Bijbelschool leerde ze ook iemand kennen die de Near East Ministry (NEM) kende, de organisatie die haar in 1978 naar Israël uitzond.

In Israël volgde ze eerste vijf maanden lessen Hebreeuws. Daarna werkte ze acht maanden bij een echtpaar in de thuiszorg. In april 1980 begon ze met haar werk in het Franse Ziekenhuis, dat dringend een verpleegkundige voor de nachten nodig had.

French Hospital Saint Louis.jpg

Het Franse Ziekenhuis St.-Louis

Door de Franse invloed in het Ottomaanse Rijk ontstond er rond 1840 een toename van de religieuze ordes in Jeruzalem. De gemeenschap ‚Zusters van St.-Jozef van de Verschijning’ ging aan de slag in 1848. Ze richtten een ziekenhuisje op in het Latijnse patriarchaat.

Met de hulp van de Franse Graaf Amedee de Piellat kon er in 1889 een nieuw ziekenhuis geopend worden tegenover de Nieuwe Poort van de Oude Stad, dat vernoemd werd naar de Franse koning Louis. Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 lag het ziekenhuis op de grens van Israël en Jordanië.

Het Franse Ziekenhuis St.-Louis is een christelijk ziekenhuis, maar zowel patiënten als personeelsleden zijn Joden, moslims of christenen. Het personeel krijgt ook hulp van buitenlandse vrijwilligers, met name Duitse christelijke jongeren die een periode in Israël willen werken. In totaal telt het ziekenhuis 60 bedden, waaronder een deel voor terminale patiënten.

De instelling staat onder toezicht van het ministerie van Gezondheid en is met het rabbinaat overeen gekomen dat er geen kruisen of kokertjes met een tekst uit Deuteronomium („mezuzot”) aan de muren worden gehangen.

%d bloggers liken dit: