Hooggerechtshof verbreekt monopolie van opperrabbinaat

Israël is opgericht als thuisland van de Joden. Maar wie is eigenlijk een Jood? En als iemand Joods wil worden, wat moet hij of zij dan doen? Met dit soort vragen houden Israëliërs zich al tientallen jaren bezig.

Om de discussie te kunnen volgen, is het belangrijk twee zaken van elkaar te scheiden. Dat is het recht op staatsburgerschap en het recht om als Jood erkend te worden.

Iemand kan het staatsburgerschap aanvragen op grond van de wet op terugkeer. Die stelt dat iemand burgerschap kan krijgen als ten minste een van de grootouders Joods is. Maar het opperrabbinaat bepaalt wanneer iemand wel of geen Jood is. Dat doet het op grond van een radicale uitleg van de Joodse wet en traditie.

Huwelijk en scheiding regelen

Op zich zou dat niet zo belangrijk zijn ware het niet dat erkenning van het rabbinaat noodzakelijk is om zaken te regelen als huwelijk, scheiding, bekeringen en begrafenissen. Volledige scheiding tussen kerk en staat bestaat hier dus niet.

Dit betekent dat een koppel niet kan trouwen als het opperrabbinaat beiden of een van beiden niet als Jood erkent. Hiddush, de organisatie voor religieuze verscheidenheid, berekende eens dat 364.000 immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie geclassificeerd worden als „zonder religie.”

Degenen die te licht zijn bevonden en toch willen trouwen, kunnen een civiel huwelijk sluiten in het buitenland. Zodra ze in Israël terugkomen, erkent het ministerie van Binnenlandse Zaken het huwelijk. Maar het rabbinaat erkent het huwelijk dus niet.

Er zijn ook Israëliërs die niet eens proberen bij het rabbinaat erkenning te krijgen. Ze trouwen gewoon op Cyprus en keren terug naar Israël om daar te leven als burgers die zich al dan niet aan de Joodse gebruiken houden.

Lat ligt hoog

Onder de honderdduizenden Israeliërs die volgens het rabbinaat niet Joods zijn, bestaat er overigens grote belangstelling om zich te bekeren tot het orthodoxe Jodendom. En velen hebben dat ook gepoogd. Maar het rabbinaat legt de lat zo hoog dat bekering zeer moeilijk is. Dat is al jaren een bron van grote ergernis. Het Israëlische Instituut voor Democratie rekende uit dat slechts 7 procent van bekeerde niet-Joodse immigranten werden erkend door de officiële bekeringsinstituten van de staat.

Groot nieuws was het dan ook toen het hooggerechtshof vorige week besloot daar verandering in te brengen. Het hof stelde dat de staat orthodoxe bekeringen moet erkennen die verricht zijn buiten het rabbinaat. Dat betekent dat honderdduizenden niet-Joodse Israëliërs alsnog Jood kunnen worden, mits ze willen voldoen aan de eisen die particuliere orthodox-religieuze gerechtshoven stellen.

De ultraorthodoxe partijen gaan naar verwachting een wetsvoorstel indienen dat het alleenrecht weer bij het opperrabbinaat moet leggen. Hopelijk mislukt dat. Als het lukt de buitensporige macht van het opperrabbinaat te verbreken, dan zal dat Israël en het Jodendom namelijk ten goede komen.

RD-correspondent Alfred Muller levert elke zaterdag vanuit Jeruzalem commentaar op gebeurtenissen in Israël in de rubriek Israël Ingezoomd.

Beeld: in de buurt van de Westelijke Muur. © Alfred Muller

%d bloggers liken dit: