Strijd om kasjroetcertificaat

Niet elk restaurant in Israël mag opschrijven dat het zich aan de Joodse spijswetten houdt. Alleen restaurants die een certificaat hebben van het opperrabbinaat mogen melden dat ze koosjer zijn.

Voor restauranthouders die niet koosjer willen zijn, is dat geen probleem. Die richten zich op niet-religieuze Israëliërs die bijvoorbeeld op sabbat met de hele familie gezellig in een restaurant willen eten.

Het is echter wel een probleem voor restaurants die koosjer eten leveren, maar niets met het opperrabbinaat van doen willen hebben. Daar hebben ze zo hun redenen voor: vanwege corruptie en kasjroetinspecteurs die hun werk niet goed doen.

De wet tegen kasjroetfraude bepaalt dat alleen restaurants die een certificaat van het rabbinaat hebben, het bordje ”koosjer” mogen ophangen. Op zichzelf valt er veel voor zo’n wet te zeggen. Die moet klanten die de kasjroet willen houden de kans bieden dat daadwerkelijk te doen. Maar de wet is zijn doel voorbijgeschoten. De wet geeft het opperrabbinaat een monopoliepositie, terwijl de kwaliteit van de service te wensen overlaat.

Oplossing

De oplossing zou zijn om de markt te openen voor diverse dienstverleners. Die zich dan moeten houden aan de bepalingen die de regering opstelt. Met succes is iets dergelijks toegepast in andere sectoren, zoals in de medische wereld en de telecommunicatie.

Inmiddels is er een nieuw inspectieorgaan ontstaan. Dat begon toen de orthodoxe rabbijn Aaron Leibowitz –tevens lid van de Jeruzalemse gemeenteraad– met een restauranthouder afsprak dat hij de supervisie zou verzorgen. De organisatie die werd opgericht, heet Particuliere Inspectie.

Rabbijn Leibowitz stelt heel duidelijk dat zijn organisatie de orthodoxe traditionele levensstijl van harte steunt, maar het opperrabbinaat wenst te omzeilen. Dit rabbinaat berokkent volgens hem schade aan de traditie die veel Joden zo liefhebben.

Vrouwelijke inspecteurs

De inmiddels 23 restaurants die bij deze organisatie zijn aangesloten, gebruiken niet het woord koosjer, maar melden wél dat hun eten bereid is volgens de Joodse wet. De afspraak is dat als een restaurant de regels overtreedt dit openlijk gepubliceerd wordt. Ook stuurt de organisatie inspecteurs. „We geven de voorkeur aan vrouwelijke inspecteurs”, zegt Leibowitz. „Er is geen basis in de Joodse wet waarop gesteld kan worden dat vrouwen dit werk niet mogen doen.”

Op 6 juni kreeg de organisatie echter een tegenslag te verwerken. Het hooggerechtshof stelde dat restaurants die zich van het opperrabbinaat distantiëren niet mogen suggereren dat ze koosjer zijn. De uitspraak kwam nadat twee restaurants eisten het woord „koosjer” te gebruiken op grond van Israëls arbeidswet. Ze verloren de zaak, en het hooggerechtshof scherpte de bepalingen aan.

Leibowitz blijft optimistisch. „Het is geen dodelijke klap”, zei hij deze week. „Geen enkel restaurant heeft onze organisatie de rug toegekeerd. Maar het had wel tot gevolg dat we onze documenten moesten herzien en er allerlei woorden uit moesten verwijderen. Onze organisatie is nu nog meer afhankelijk van het publiek dat ons al kent.”

%d bloggers liken dit: