Parlement probeert macht hooggerechtshof in te perken

JERUZALEM. De Israëlische minister van Justitie, Ayelet Shaked, en de president van het hooggerechtshof, Miriam Naor, zijn weer on speaking terms. Vorige week nog liet de hoogste rechter in Israël weten alle contacten met de bewindsvrouw stop te zetten. Het was het zoveelste incident waaruit de spanning tussen de rechterlijke en de wetgevende macht in Israël bleek.

Shaked, behorend tot de ultrarechtse partij Het Joodse Huis, en Naor voeren overleg over de benoeming van vier nieuwe rechters voor het hooggerechtshof. De regel is dat de rechters van het hooggerechtshof aftreden als ze 70 jaar worden. In het komende jaar bereiken Naor en drie van haar collega’s die leeftijd. Het overleg over de benoemingen verloopt moeizaam. Shaked heeft inmiddels 28 kandidaten voorgesteld aan een selectiecomité, waar ook zijzelf en Naor deel van uitmaken.

De zaak escaleerde toen Shaked een wetsvoorstel steunde dat de regels rond benoemingen wil veranderen. Nu nog moeten zeven van de negen leden van een selectiecomité een nieuwe benoeming goedkeuren. Drie leden van dit comité zijn tevens lid van het hooggerechtshof. In de praktijk betekent dit dat het hooggerechtshof vetomacht heeft.De rechters kunnen een kandidaat tegenhouden als zij deze ongeschikt achten.

Knessetlid Robert Ilatov van Yisrael Beytenu wil echter dat benoemingen goedgekeurd kunnen worden door een simpele meerderheid van het selectiecomité. Shaked zou dit wetsvoorstel willen bevorderen, als zij en Naor het niet eens worden over de vier nieuwe personen.

Onafhankelijkheid rechtssysteem

Naor verwacht van Shaked echter dat zij de onafhankelijkheid van het rechtssysteem en van het hooggerechtshof beschermt. Naor stelde in een brief aan de minister van Justitie dat het wetsvoorstel een soort „pistool op tafel is.” Met andere woorden: Shaked zou het hooggerechtshof willen dwingen de door haar goedgekeurde kandidaten te accepteren.

De hele affaire lijkt op het eerste gezicht geen wereldnieuws, maar in Israël kreeg het grote aandacht. Dit is namelijk het zoveelste incident waaruit blijkt dat er een machtsstrijd woedt tussen de rechterlijke macht en de wetgevende macht.

Rechtse Knessetleden vinden dat het hooggerechtshof te veel te vertellen heeft. Al jarenlang doen zij pogingen de invloed van het hooggerechtshof te beperken. De verdedigers van het hooggerechtshof zeggen echter dat dit een essentiële functie vervult in het bewaren van het evenwicht tussen regering, parlement en de rechterlijke macht.

Het gedrag van de minister van Justitie viel verkeerd bij de leden van de centrumlinkse Zionistische Unie. Parlementariër Shelly Yachimovich noemde in de onlinekrant Times of Israel de brief van Naor „een noodzakelijke reactie op het tegendraadse en destructieve gedrag van minister Shaked tegenover het rechtssysteem.” Tzipi Livni stelde dat er nooit een poging gedaan had mogen worden druk uit te oefenen op de rechters van het hooggerechtshof. „Het beschermen van het hof is niet alleen in het belang van de rechters, maar bovenal van het publiek.”

Verplichtingen democratische staat

Rechtse parlementariërs ergeren zich er al jaren aan dat het hooggerechtshof wetten afkeurt met het argument dat die het in strijd zouden zijn met de basiswetten. Israël heeft geen grondwet, maar wel basiswetten, die constitutionele wetten zijn. Het hooggerechtshof houdt ook rekening met de vraag welke verplichtingen Israël als democratische en Joodse staat heeft.

Zo keurde in 2013 het hooggerechtshof een amendement van de ”anti-infiltratiewet” af. Het amendement bepaalde dat een migrant die illegaal het land was binnengekomen, drie jaar lang in een detentiecentrum in de woestijn kon worden gezet. Het hof oordeelde dat de regering alternatieven had moeten bedenken. Een rechter noemde de wet in strijd met „het internationaal recht en met de Joodse wereldbeschouwing.”

De Knesset ondernam daarop pogingen zichzelf de bevoegdheid te geven een wet opnieuw goed te keuren als deze door het hof was afgekeurd. Deze pogingen mislukten.

Advocaat Debbie Gild Hayo van de Associatie voor Burgerrechten in Israël stelde in 2014 dat in de huidige politieke omstandigheden het hooggerechtshof praktisch het enige lichaam is dat in staat is „minderheidsgroepen te beschermen tegen de tirannieke grillen van de meerderheid en de fundamentele mensenrechten te verdedigen. Het is precies daarom dat het hof wordt aangevallen.”

Premier Benjamin Netanyahu heeft gezegd tegen elk wetsvoorstel te zijn dat de onafhankelijkheid van de rechtbanken in gevaar brengt.


Foto: President van het Hooggerechtshof Miriam Naor en president Reuven Rivlin tijdens de benoemingsceremonie in januari vorig jaar. Foto: GPO.
Dit artikel verscheen ook in RDnl.
%d bloggers liken dit: