Verwarrende tijden voor de haredim

„Waar is de afkeer van de Israëlische cultuur gebleven?”

In de wereld van de ultraorthodoxe Joden hebben belangrijke veranderingen plaats. Steeds meer haredim in Israël hebben namelijk een baan. Dat is nodig omdat ze niet meer kunnen leven van de Thorastudie alleen. Voor hen is het daarbij een uitdaging om niet door de westerse cultuur te worden beïnvloed.

In de wijk Romema in Jeruzalem bouwen aannemers nieuwe flats voor de ultraorthodoxen, doorgaans haredim (godvrezenden) genoemd. Het beton reikt tot aan het trottoir. Achter de moderne mastodonten bevinden zich de oude appartementenblokken van de zwaarreligieuzen.

ALMU20170123_1734.jpg

In een van de nieuwe gebouwen bevindt zich het kantoor van rabbijn Yehoshua Pfeffer. Hij arriveerde als 17-jarige in Israël om er aan een jesjiva (school voor studie van de Thora) te studeren. Daar raakte hij „verliefd” op de haredische manier van leven. „Die omvat alles”, zegt hij. „Ik zag deze levenswijze als de authentieke versie van de traditie.”

Dat iemand helemaal kan opgaan in de wereld van Thorastudie was voor hem zeer inspirerend. Pfeffer bleef de Joodse religieuze teksten vijftien jaar lang fulltime bestuderen. Hij werd rabbinaal rechter en publiceerde boeken over religieus recht. Ook studeerde hij rechten aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem.

Bruggen bouwen

Maar in de loop van de jaren werd hij zich ook steeds meer bewust van de problemen waarmee de haredische wereld worstelt. Met zijn achtergrond was hij toegerust om bruggen te bouwen tussen de geïsoleerde wereld van de haredim en de rest van de Israëlische samenleving. Hij is ervan overtuigd dat het overbruggen van de kloof nuttig is voor beide.

ALMU20170404_2214
Rabbjjn Yehoshua Pfeffer.

De samenleving is erbij gebaat dat een groot deel van de bevolking zich niet langer afgescheiden houdt van de arbeidsmarkt. Maar ook de haredim zelf worden er beter van. Meer dan de helft van hen leeft onder de armoedegrens. Dat is de belangrijkste reden dat veel haredische mannen aan het werk willen. Inmiddels heeft iets meer dan de helft van de mannelijke haredim een baan. Bij de vrouwen ligt dat op 78 procent.

De haredische man die studeert, krijgt voor de Thorastudie een klein bedrag van de jesjiva. Maar het inkomen is te gering om het hele gezin te onderhouden, zeker als er tien of meer kinderen zijn. Veel mannen hebben de afgelopen jaren daarom opleidingen gevolgd en een baan gevonden.

Eenvoudig is dat niet. Een groot deel van hen heeft op school geen les in niet-godsdienstige vakken als wiskunde en Engels gehad. Een van de kwesties waarmee Pferrer zich bezighoudt, is de vraag hoe het haredische onderwijs kan worden veranderd.

ALMU20170404_2201
In een boekwinkel en een haredische wijk in Jeruzalem.

Identiteit bewaren

De uitdaging is hoe de haredim kunnen integreren in de samenleving én hun identiteit bewaren. „Afstand tot de westerse cultuur is een zeer essentieel concept in de haredische wereld”, zegt de rabbijn. „Ik ben blij dat mijn kinderen niet opgroeien met Justin Bieber. Maar tegelijkertijd willen we een gemeenschap zijn die zichzelf kan bedruipen. Dat eist een wijziging van binnenuit die voortbouwt op het fundament. We willen geen verandering die afbreekt. De uitdaging is om te integreren zonder te assimileren. De westerse cultuur is heel sterk, heel aantrekkelijk en heel dominerend.”

Hij geeft leiding aan de haredische afdeling van het Tikvafonds. Dit fonds biedt de haredische en religieus zionistische gemeenschappen enkele programma’s aan die bij de integratie moeten helpen. Pferrer meent dat een intellectueel kader nodig is om te voorkomen dat de verandering gaat lijken op „een plant die in alle richtingen groeit.”

Haredim kunnen een programma volgen waarin ze kennismaken met de beginselen van economie, politieke wetenschappen, nationalisme, wetgeving en jurisprudentie.

Pfeffer heeft gemerkt dat vooral onder haredische vrouwen de oppositie tegen verandering sterk is. En dat terwijl leerkrachten op de meisjesscholen algemeen onderwijs geven. „Ik krijg elke week telefoontjes van mannen die zeggen: Ik bestudeer de Thora fulltime. Ik wil gaan werken, want we leven in armoede. Maar mijn vrouw staat dat niet toe. Ze zegt dat onze deal is dat zij werkt en dat ik de Thora bestudeer.”

Interne strijd

De afgelopen maanden hebben radicale haredim diverse malen tegen de dienstplicht gedemonstreerd. Maar er zit volgens Pfeffer meer achter. „Het gaat om een interne strijd”, zegt hij. „Ze gebruiken het leger als stok om het leiderschap mee te slaan. Dat zien ze als te toegeeflijk. De demonstranten vragen zich af: Waar is het goede oude haredische leven gebleven? Waar het isolement? Waar is de afkeer van de Israëlische cultuur?”

„De mainstream van de haredim demonstreert niet op de straat”, vervolgt Pferrer. „Al gaan hun leiders zelf niet naar de universiteit, ze staan verdraagzaam tegenover degenen die dat wel doen. Ze tonen begrip, want ze weten dat ze in hun levensonderhoud moeten voorzien. De leiders zitten aan de kant en wachten af.”

Toch is de meerderheid in verwarring. „Het leger dient voor de verdediging van het land. Het is tevens een smeltkroes. Het creëert de nieuwe, Israëlische Jood. Dat is de Jood zonder baard, keppeltje en pijpenkrullen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw zeiden we dat we geen deel willen uitmaken van deze smeltkroes. Het is moeilijk om in het leger niet door de secularisatie beïnvloed te worden, zelfs voor wie in een haredische divisie dient. Het is een heel andere wereld dan die van de jesjiva. Het dienen in het leger is een kwestie die de komende jaren moet worden opgelost.”

ALMU20170404_2238
Bij het rekruteringsbureau van het leger.

Dienen in het leger omstreden

Extremisten in de ultraorthodoxe wijk Mea Sjearim in Jeruzalem verbrandden onlangs op straat een pop van een haredische man in legeruniform.

De daad werd scherp veroordeeld door Israëlische leiders. „Deze actie is walgelijk”, zei premier Benjamin Netanyahu. „De soldaten van het Israëlische leger verdedigen ons allen, inclusief haredim, inclusief deze mensen.”

In 1948 stelde premier en minister van Defensie David Ben Gurion haredim vrij van de dienstplicht. Het betrof toen 400 mensen die de leeftijd van dienstplichtige hadden bereikt. Nu is het aantal haredim dat het leger jaarlijks niet rekruteert, gestegen tot circa 65.000, aldus Olena Bagno-Moldavsky in een memorandum over dienstplicht van het Instituut voor Nationale Veiligheidsstudies.

De regering gaf het leger aan het eind van de jaren negentig van de vorige eeuw de opdracht om haredim te rekruteren. Het leger heeft speciale eenheden voor hen opgericht.

De veronderstelling was dat de dienstplicht de haredim zou helpen om te integreren op de arbeidsmarkt. Daarmee zou de armoede onder hen teruggedrongen kunnen worden. Maar de angst –onder althans een deel van de haredim– is dat dienstplicht en toetreding tot de arbeidsmarkt ertoe zullen leiden dat ze assimileren.

Er is geen wetenschappelijk bewijs gevonden dat dit inderdaad het geval is. Wat wel zou helpen, is een verbetering van het onderwijs onder de haredim.

Dit artikel verscheen ook in het RD. Tekst en foto’s © Alfred Muller
%d bloggers liken dit: