Babyloniërs lieten sporen van verwoesting na

Opgravingen in de Stad van David bevestigen dat Jeruzalem 2600 jaar geleden door de Babyloniërs werd verwoest.

De Stad van David is het oudste deel van Jeruzalem, dat koning David op de Jebusieten veroverde rond het jaar 1003 voor Christus. David kocht van Arauna een dorsvloer op de hoge heuvel ten noorden van de stad, waar hij een altaar oprichtte. Zijn zoon Salomo, die regeerde van 965 tot 932 voor Christus, bouwde daar de Eerste Tempel.

De Eerste Tempel ging ten onder toen in 586 voor Christus de Babyloniërs de stad veroverden en verwoestten. Van de destructie zijn onlangs sporen teruggevonden.

Graan

De archeologen Ortal Chalaf en Joe Uziel onderzochten de afgelopen vier maanden ingestorte gebouwen op de oostelijke helling van de Stad van David. „Als archeologen hebben we gemengde gevoelens als we verwoestingslagen vinden”, zegt Uziel. „De vondsten in de verwoestingslagen zijn zeer de moeite waard, maar de bewoners hebben destijds wel geleden.”

Uziel staat op de rotsvloer van een van de huizen die opgegraven is. Achter hem bevindt zich het puin van de verwoesting. In de vloer bevinden zich smalle gaten met een diepte van 30 of 50 centimeter. Mogelijk dienden ze om graan in te malen of palen te plaatsen die het dak steun moesten geven.

ALMU20170726_2966.jpg
Een gat in de vloer van een van de gebouwen uit de Eerste Tempelperiode. Mogelijk dienden ze om granen in te malen.

In de steenlagen die zijn afgegraven, vonden hij en Chalaf verkoolde stukken hout, zaden van druiven, aardewerk, visschubben, visgraten en andere voorwerpen.

Bij de opgravingen waren ook wetenschappers aanwezig van het Weizmann Instituut in Rehovot. Organische voorwerpen die archeologen in de verwoestingslagen aantroffen namen ze mee om te onderzoeken. Door middel van koolstofdatering probeerden ze de ouderdom ervan vast te stellen.

ALMU20170726_2971
Aardewerk in Jeruzalem voordat stad werd vernietigd door de Babyloniërs.

Egyptische haardracht

Uit de vondsten blijkt dat de bewoners van de hoofdstad van het koninkrijk van Juda rijke mensen waren. Een van de objecten is een beeldje van een vrouw met Egyptische haardracht. De artistieke kwaliteit van het beeldje is hoog. Uziel toont ook de stenen hoofdjes van twee andere vrouwen. „Het ene is mooi en gedetailleerd afgewerkt, het andere heeft een rare neus.”

„De Bijbel verbiedt afgoden”, zegt Uziel. „Maar in de tijd van de Eerste Tempel waren de mensen niet zo precies. In de huizen uit die periode vinden we regelmatig kleine figuren van vrouwen.”


„Mooie vondsten voor archeologen, maar inwoners van Jeruzalem hebben geleden”


Ook bij andere archeologische opgravingen van steden in het koninkrijk Israël (het Tienstammenrijk) en het koninkrijk Juda (het Tweestammenrijk) blijkt dat de aanbidding van God verering van afgoden vaak niet uitsloot. De profeten riepen de mensen op om alleen de God van Abraham, Izak en Jakob te dienen. Max Küchler schrijft in zijn archeologische reisgids dat Jeruzalem na de bouw van de Eerste Tempel een „interculturele stad” werd. In cultus en theologie bleven de Kanaänitische elementen aanwezig. De mensen bleven onder meer de zonnegod Shemesh en de vruchtbaarheidsgod Baäl vereren.

Kruiken

Bij de opgraving zijn ook tientallen kruiken gevonden. Die dienden om granen en vloeistoffen in te bewaren. Verschillende hadden handvatten met zegels. Op sommige zegels staan afbeeldingen van rozetten.

ALMU20170726_2983.jpg
Afbeelding van een rozet op een handvat van een kruik.

Chalaf en Uziel zeggen dat deze zegels karakteristiek waren voor het einde van de Judese dynastie. De zegels maakten het mogelijk om de producten te rangschikken naar soort en eigenaar. De rozet verving het zegel met de woorden „voor de koning”, die destijds door de heersers werden gebruikt.

De vondsten werden gedaan buiten de toenmalige oostelijke stadsmuur. Gedurende de late ijzertijd (930-586 voor Christus) nam Jeruzalem steeds meer in omvang toe. Uit eerdere opgravingen bleek dat de stad zich in deze periode vooral uitbreidde in westelijke richting, buiten de stadsmuren.

Beeld: © Alfred Muller
Dit artikel werd ook gepubliceerd in het RD.

 

%d bloggers liken dit: