Palestijns succes uit de computer

Op een plek waar tien jaar geleden slechts heuvels waren, willen de Palestijnen een grote sprong maken. De ”tech hub” bevindt zich in de gloednieuwe stad Rawabi. Hier vliegen geen kogels in het rond en lijkt het conflict met Israël ver weg. Het is de bedoeling dat deze moderne omgeving getalenteerde Palestijnen weglokt uit het Westen.

Tech hubs zijn plekken waar start-ups, hulp krijgen van deskundigen om succes te boeken. Rawabi’s tech hub specialiseert zich in de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie. Dat wil de tech hub bereiken door plaatselijke en internationale bedrijven aan te trekken, een trainingsinstituut voor technologie op te zetten en start-ups te helpen met advies en het verkrijgen van beginkapitaal.

De tech hub in Rawabi is het geesteskind van de Palestijns-Amerikaanse ondernemer Bashar Masri, tevens de oprichter van de stad zelf. Hij besteedt een vierde deel van zijn werktijd aan de tech hub. „We verwachten dit jaar en 2019 een groei”, zegt hij. „Als we hier de komende twee jaar tussen de 1500 tot 3000 banen creëren, beschouw ik dat als een succes.”

ALMU20180130_0062
De Palestijnse zakenman en oprichter van Rawabi, Bashar Al Masri. Bashar Al Masri – CEO van Masar International.

Verkeerd beeld

Tot nu toe zijn de meeste van de viertien bedrijven dochterondernemingen van de Masri’s Massar groep in Rawabi gevestigd. Volgens Masri overwegen tientallen bedrijven naar de splinternieuwe Palestijnse stad te komen.

Een probleem is volgens hem dat buitenlandse zakenlieden een verkeerd beeld van de Palestijnse gebieden hebben. „Ze denken dat de kogels hier in het rond vliegen. Zeker, dit is politiek gezien niet de beste tijd. Maar de kogels vliegen echt niet in het rond. En in andere Palestijnse steden als Ramallah en Hebron evenmin.”

Het doel van Rawabi’s tech hub op lange termijn is 5000 permanente banen te creëren, de Palestijnse gebieden op de kaart te zetten als een commercieel aantrekkelijke bestemming en ze een technologisch park te geven.

Wat is hier zoal te vinden? Het bedrijf Connect verbindt ondernemers en biedt hun werkruimte, snelle internetverbindingen en een centrum voor de opslag van data. Op het ogenblik zijn er vier start-ups bij Connect aangesloten.

Het investeringsbedrijf Bader helpt beginnende technologiebedrijven met de financiering. Verder biedt Bader cursussen aan.

Ook de grote Palestijnse softwareontwikkelaar ASAL Technologies is in Rawabi’s tech hub gevestigd. Het bedrijf biedt werk aan 200 programmeurs. ASAL Technologies verricht werk voor verschillende internationale opdrachtgevers, waaronder Microsoft, Mellanox en Intel.

De jonge Palestijnen die hier werken, geven aan dat ze zich op een gunstige locatie bevinden. Ze spreken vloeiend Engels en –uiteraard– Arabisch, en kunnen dus gemakkelijk contacten leggen met opdrachtgevers in Engelssprekende landen en de Arabische wereld. Een ander voordeel is dat ze zich naast de hightechreus Israël bevinden.

Connecties

„We zijn een economie aan het opbouwen die op informatie is gebaseerd”, zegt Sari Taha, programmadirecteur van de tech hub. „Technologie en innovatie moeten op lange termijn de motoren worden die economische groei veroorzaken. We veranderen onze cultuur door technologie. Wij helpen de nieuwe bedrijven met het aanknopen van connecties met Londen of China. Dat is belangrijker dan geld. Volgend jaar beginnen we met een academie voor technologie. We hebben alles al: het plan, het budget, de training en de partners. Daar gaan we technologen opleiden. Wij creëren de Palestijnse succesverhalen.”

Dina Teeti, marketing directeur van ASAL Technologies, zegt dat de ICT-bedrijven op het ogenblik goed zijn voor 8 procent van het Palestijnse bruto nationaal product. „Bij de 400 ICT-bedrijven werken 15.000 Palestijnen”, zegt zij in accentloos Engels. „Toch ziet slechts 30 procent van deze bedrijven kans om hun diensten te exporteren.”

„In Palestina hebben we elf goede universiteiten. Elk jaar studeren daar 3000 Palestijnen af in de computerwetenschappen. Sommigen gaan naar het buitenland om een doctoraat te behalen in de computerwetenschappen. Daarna keren ze met hun kennis weer terug.”

Dina Teeti- Sales and Marketing officer at ASAL Technologies
Dina Teeti.

Vertrek

Murad Tahbub, uitvoerend directeur van ASAL Technologies, geeft toe dat het vertrek van goed opgeleide Palestijnen een probleem is. „Er zijn meer kansen voor jonge getalenteerde Palestijnen in het buitenland. We hebben nog steeds begaafde mensen in Palestina die werk zoeken. Onze grootste uitdaging in Rawabi is om deze banen hier te creëren.

Het vertrek van de jongeren wordt gelukkig gecompenseerd door de terugkeer van Palestijnen vanuit het buitenland met ervaring en kennis”, vervolgt Tahbub. „Als je ergens in het buitenland woont en een werkvergunning hebt, maar geen staatsburger bent voel je je onzeker. Een andere reden waarom Palestijnen terugkeren is nationalisme. Ze willen dat hun kinderen opgroeien met de waarden van de Arabische wereld. De meesten zeggen dat ze zich hier thuis voelen. Hoe meer ze voelen voor een Palestijnse staat, hoe liever ze terugkeren. Maar als er hier politieke problemen zijn, neemt de stroom remigranten af.”

Murad Tahboub- ASAL Technologies Managing Director.
Murad Tahbub, uitvoerend directeur van ASAL Technologies

Degenen die terugkeren, willen hun expertise delen met de gemeenschap, benadrukt Tahbub. „Ze helpen de Palestijnse bedrijven een hogere standaard te bereiken en contacten te zoeken op de Franse of Spaanse markt. Wat we ook zien is dat Arabische bedrijven in Israël naar Palestina verhuizen, om de Arabische markt beter te kunnen bereiken.”

Goed voor Israël

„De hightech hier is ook goed voor Israël. Het is namelijk niet goed dat in Palestijns gebied het bruto nationaal product tien keer zo laag is als dat in Israël. Balans doet de spanningen verminderen. We zijn bereid met elk internationaal of Israëlisch bedrijf samen te werken dat in hightechbanen kan voorzien. Israëlische ondernemingen hebben meer dan 10.000 vacatures. Ze kijken dus naar het buitenland. Naar Oost-Europa, India en elders. Wij proberen onze dienstverlening daar ook op de markt te brengen. Eveneens doen we pogingen om de markt in Europa en in de VS te bereiken. We pakken geen banen van ze af. Ze kunnen eenvoudig niet genoeg mensen vinden.”

Ook Masri gelooft dat de Palestijnen voordeel kunnen hebben van het feit dat ze naast Israël wonen. „Waarom zou een bedrijf naar ons kijken?” vraagt hij. „Ze kunnen kiezen uit honderden plaatsen. Jordanië en Egypte zijn goedkoper. Maar wij bieden een totaalpakket: de superhightech van Israël bevindt zich naast onze deur. We hebben er toegang toe. De grote bedrijven vestigden zich al in Israël. We hebben dezelfde infrastructuur en dezelfde tijdszone. We sturen ons personeel naar Israël voor training. Israëliërs komen hier. Van de tientallen bedrijven waarmee we praten, is ten minste een derde Israëlisch.”

De nieuwe stad Rawabi

Rawabi ligt 30 kilometer ten noorden van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever. De stad is een initiatief van de Palestijnse zakenman Bashar Masri. Het gaat om een uiterst moderne plek, waar Palestijnen de modernste stedenbouwkundige inzichten toepassen.

In de nieuwe Palestijnse stad Rawabi.
In de nieuwe Palestijnse stad Rawabi.

Inmiddels zijn 3 van de 22 wijken klaar. De stad telt nu 4000 bewoners, maar op termijn moet hij plaats bieden aan 40.000 inwoners. Een huis met een vloeroppervlakte van 90 vierkante meter kost 75.000 dollar, voor een woning van 320 vierkante meter moet 200.000 dollar worden neergeteld.

De stad krijgt vier moskeeën en een Grieks-orthodoxe kerk. Later komt er mogelijk ook een synagoge voor de Samaritanen. „We willen een open, liberale en seculiere stad”, zegt gids Jack Nassar. „We streven ernaar dat Palestina een democratie wordt voor alle bewoners.”

In de nieuwe Palestijnse stad Rawabi.
Rawabi’s openluchttheater.

Een medisch centrum is in aanbouw. Een ziekenhuis en een hotel moeten nog worden gebouwd. Een groot openluchttheater is al klaar. Verder komen er acht scholen, waarvan de eerste intussen geopend is. Tot nu toe komen de meeste leerlingen echter vanuit het nabijgelegen Ramallah.

Rawabi kampte aanvankelijk met watertekorten. Israël levert inmiddels meer water. Een groot probleem is dat er geen moderne toegangsweg is. De huidige tweebaansweg slingert door de heuvels. Verzoeken om de weg te verbeteren en te verbreden, zijn tot dusver door Israël afgewezen. Er zijn nog geen plannen voor de aanleg van een openbaarvervoersysteem in Rawabi.

De werkloosheid onder de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever bedroeg volgens de Wereldbank in 2016 zo’n 18 procent. Palestijnen wijzen erop dat een vredesregeling met Israël en een einde van de bezetting met het militaire bestuur de ontwikkeling van de Palestijnse economie ten goede zullen komen.

ALMU20180130_0051
Mohammed Asmar werkt voor Microsoft (links), Mohammed Nue’irat voor Mellanox (rechts)

Mohammad Nue’irat

Mohammad Nue’irat: „Ik kom uit Jenin, maar woon in Ramallah. Ik studeerde aan de An-Najah Universiteit in Nablus. Ik werk in Rawabi bij Mellanox. Het voordeel van de tech hub is dat je er samen met andere bedrijven bent. Rawabi is centraal gelegen. Een probleem is wel dat we achterliggen vergeleken met techgemeenschappen in landen om ons heen. We hebben twintig jaar zitten slapen, terwijl de wereld snel vooruitgang maakte. De eerste en de tweede Palestijnse opstand beperkten de mogelijkheid om rond te reizen en naar school te gaan om meer ervaring en educatie op te doen.”

Zijn collega Mohammad Asmar bestrijdt echter dat Rawabi achterligt. „Wij hebben hier zeer getalenteerde mensen. We werken al voor de grootste hightechbedrijven. Ze schuiven werk naar ons door.

Mohammad Asmar

Ik geloof niet dat wij achter liggen op andere landen. Wij hebben hier zeer getalenteerde mensen. We werken al voor de grootste hightech bedrijven. Ze schuiven werk door naar ons.

Ik werk voor Cortana van Microsoft. Ook ik studeerde aan de An-Najah Universiteit en woon in Ramallah. De tech hub biedt ons zeer ervaren begeleiders. Ons doel is meer ervaring op te doen om meer grote klanten binnen te kunnen halen. Misschien krijgen we een soort Silicon Valley in Palestina. Mijn droom voor de komende vijf jaar is dat meer grote bedrijven zich hier vestigen. Iedereen zegt: Dit is oorlogsgebied. Maar ik hoop dat men met andere ogen naar de Palestijnen gaat kijken. Wij hebben de talenten en leveren een bijdrage aan nieuwe technologieën.

Ik kreeg banen aangeboden in het buitenland. Maar we hebben een visie: Palestina opbouwen. Wij hebben de ervaring, de talenten. De studenten die hier afstuderen, zijn zeer goed geschoold. Als we nog iets harder weken, kunnen we nog veel meer bereiken.”

Dienstverlening en high-tech

Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook beschikken over weinig natuurlijke bronnen. De Gazastrook is dichtbevolkt en op de Westelijke Jordaanoever ondervinden Palestijnse boeren hinder van de uitbreiding van nederzettingen en andere beperkingen door het Israëlische leger.

Het is de Palestijnen al jarenlang duidelijk dat de economie het niet moet hebben van landbouw of industrialisatie, maar van dienstverlening en hightech.

Ze hebben daarom de nadruk gelegd op het ontwikkelen van communicatie- en informatietechnologie. Via internet is er verbinding te maken met de buitenwereld en bestaat de mogelijkheid om bij te dragen aan de ontwikkeling van ICT. Vanaf de jaren 90 hebben softwarebedrijven zich in de Palestijnse gebieden gevestigd.

Ondertussen gaan steeds meer Palestijnen studeren. Tussen 1993 en 2011 is het aantal studenten in het hoger onderwijs bijna vertienvoudigd. Velen volgen na de middelbare school een studie aan een van de veertien Palestijnse universiteiten of soortgelijke opleidingen in het buitenland.

In 2000 had slechts 5,6 procent van de jongvolwassen Palestijnen een hbo-diploma (bachelor) of hoger. In 2015 was dat opgelopen tot 13 procent. Ook het aantal vrouwelijke studenten aan academische opleidingen is gestegen. Volgens het Palestijnse bureau voor statistiek studeren er zelfs meer vrouwelijke dan mannelijke studenten aan universiteiten en colleges.

Het aantal studenten bedroeg in 2015 en 2016 ruim 200.000. De meesten van hen volgen een studie met het oog op een baan in het onderwijs. Ook opleidingen in de sociale wetenschappen en rechten zijn populair.

Tekst en beeld © Alfred Muller 

 

%d bloggers liken dit: