Was de basiswet Joodse natiestaat nodig?

De Knesset nam donderdag de basiswet „Israël als natiestaat van het Joodse volk” aan. Was deze wet wel nodig?

Het gaat om een basiswet. Israël heeft geen grondwet, maar wel basiswetten. Deze hebben groter gewicht dan gewone wetten en zijn moeilijk te veranderen. Een basiswet dient als leidraad voor andere wetten.

De wet verankert de staat Israël als het „nationaal huis van het Joodse volk” en somt een aantal bekende feiten op: wat de naam van de staat is, hoe het volkslied heet, hoe de vlag eruit ziet, dat het embleem de menora is en dat Jeruzalem de hoofdstad van Israël is.

Verder deelt de wet mee dat de taal van het land Hebreeuws is. Arabisch is geen officiële taal meer, maar behoudt wel zijn „speciale status.” Verder zegt de wet dat de staat de ontwikkeling van Joodse nederzetting als een nationale waarde ziet en zal aanmoedigen. Dan volgt er nog wat over de Hebreeuwse kalender, de Onafhankelijkheidsdag, de Joodse feestdagen en de sabbat. Niet-joden hebben overigens ook het recht „op hun rustdagen tijdens hun sabbatten en feesten.”

“Beslissend moment”

Premier Netanyahu sprak van „een beslissend moment in de geschiedenis van het zionisme en de geschiedenis van de staat Israël.” Maar is dat wel zo? De grondleggers van de staat blijken toch wat moderner te denken.

David Ben Gurion zei in 1948, toen hij de onafhankelijkheidsverklaring voorlas, dat de staat zich zou inspannen voor de ontwikkeling van het land voor „al zijn bewoners.” Hij sprak over „gelijke sociale en politieke rechten voor al zijn inwoners.” Hij riep de Arabische bewoners op mee te doen aan de opbouw van de staat op basis van „volledig en gelijk burgerschap.” De term „gelijkheid” is in de nieuwe basiswet nergens meer te vinden.

Op het eerste gezicht lijkt de wet niet zo bijzonder. Zo is het Hebreeuws al de belangrijkste taal, de menora al het embleem en de sabbat al de rustdag. En de staat bevordert de bouw in Joodse nederzettingen al, zowel in Israël als op de Westelijke Jordaanoever. Er bestaat echt geen gevaar dat de Arabische minderheid van 20 procent in het land daar verandering in brengt.

Democratische element

Waarom dan toch deze wet? Israël is officieel een Joodse én een democratische staat. Maar het hooggerechtshof heeft volgens de rechterflank in de Knesset de afgelopen twintig jaar te veel de nadruk gelegd op het democratische element. Daardoor zou het Joodse karakter van de staat in gevaar komen. Deze wet moet de hoogste rechters helpen meer nadruk te leggen op dat Joodse element.

Ook lijkt de wet een basis te bieden voor annexatie van de Westelijke Jordaanoever of delen daarvan. De partij Joodse Huis en een groot deel van de Likudpartij van Benjamin Netanyahu wil de Westelijke Jordaanoever geheel of gedeeltelijk inlijven.

Als de Palestijnen straks gelijke burgerlijke en nationale rechten eisen in het grotere Israël, dan krijgen ze te kampen met deze wet. Die zegt: „Het recht om nationale zelfbeschikking uit te oefenen in de staat Israël is uniek voor het Joodse volk.”

Palestijnen hebben zich dan te schikken in hun ondergeschikte positie in een binationale staat met ongelijke rechten.

Beeld © Alfred Muller
Liever commentaar over Israël uit Israël zelf? Elke week in het RD #IsraelIngezoomd. Geschreven in Jeruzalem.
%d bloggers liken dit: