„Palestijnse christenen hebben ons gebed nodig”

tekst en beeld Alfred Muller

Elizabeth Marteijn en haar echtgenoot woonden een jaar lang onder Arabische christenen. „Ik wilde de stem horen van de gewone man en vrouw”, zegt ze. „Ik vroeg me af of de boeken die ik over hen had gelezen wel helemaal representatief zijn.”

Ze komt uit een Gereformeerde Bondsgemeente in Arnemuiden. Nu doet ze als theoloog en deskundige op het gebied van wereldchristendom een promotieonderzoek aan de Universiteit van Edinburgh in Schotland. Marteijn studeerde zowel culturele antropologie als theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de Protestantse Theologische Universiteit en de Universiteit van Cambridge.

Ze vroeg zich af hoe Palestijnse christenen in de afgelegen dorpen op de Westelijke Jordaanoever leven en of de stemmen van Palestijnse bevrijdingstheologen als Naim Ateek, Mitri Raheb en anderen daar weerklank hebben vonden. De promovenda kwam tot de conclusie dat dit bijna niet het geval is. „Deze bevrijdingstheologen spreken voornamelijk tot westerse christenen. Ze reageren op het christenzionisme”, vertelt ze onder een parasol op een terrasje van de anglicaanse St. George-kerk in Jeruzalem.

Palestijnse organisaties als Sabeel en Kairos Palestina, die zeggen op te komen voor de belangen van Palestijnse christenen, zijn volgens haar te veel gericht geweest op westerse christenen. Daardoor was er weinig aandacht voor de lokale bevolking. „Palestijnse organisaties zijn hierin tekortgeschoten. Gewone mensen zijn vooral bezig met hun familie, niet met theologie en het werk van deze organisaties. Hoewel gewone Palestijnse christenen wel trouwe kerkgangers en gelovige christenen kunnen zijn, vinden zij abstracte theologie in veel gevallen minder relevant.”

De Palestijnse bevrijdingstheologie moest christenen helpen het lijden te duiden en te verwerken. Hoe verwerken ze dat dan?

„De bevrijdingstheologie heeft wel invloed gehad binnen de anglicaanse gemeenschap en in andere kerkelijke gemeenten in steden. Deze invloed was vooral toonaangevend tijdens de eerste en tweede intifada, in de jaren negentig en na 2000. De Anglicaanse Kerk werd in het verleden beïnvloed door westerse zendelingen met zionistische ideeën.

Daar moesten de Palestijnse christenen wat mee. Maar in de afgelegen dorpen zijn de ​Protestantse zendingsbewegingen ​op een aantal uitzonderingen na mislukt. Daar zijn weinig protestantse kerken.

Onder hen zijn er andere manieren om het leed te verwerken. Bijvoorbeeld door de heiligenverering. De heiligen worden op den duur politieke figuren. St. George [In het Nederlands ook bekend als St. Joris, AM] is de beschermheilige van Palestina. Hij is overal aanwezig. Zijn verhaal sluit aan op de situatie waarin de christenen leven. Hij had een Palestijnse moeder. Hij was martelaar. Zo voelen zij zichzelf ook. Ze zijn hier als een klein groepje overgebleven, dat veel problemen heeft. Hij bood weerstand aan de Romeinse keizer en hij heeft het geloof niet verloochend. De draak die hij overwint is de zonde. ​Zo is St. George een inspiratie voor standvastigheid in moeilijke tijden. 

Hoe heeft de politiek het dagelijks leven van Palestijnse christenen in de kleine dorpen op de Westoever beïnvloed?

„Het grootste probleem is het verlies van land. Palestijnse christenen hebben land verloren door Israëlische nederzettingen. Dan zijn er nog de militaire wegversperringen en de beperkingen om vrij te bewegen. Dat ze niet naar de Heilig Grafkerk in Jeruzalem kunnen, doet het meeste pijn. Deze Palestijnse christenen hebben toestemming nodig om naar Jeruzalem te gaan. Maar vaak durven ze niet. Voor de militaire wegversperringen zijn ze echt, écht heel bang. Ook al hebben ze een reisvergunning en is er niets aan de hand.”


Het grootste probleem is het verlies van land


Waar zijn ze dan bang voor?

„Bij de militaire wegversperring staat iemand in soldatenkleding met een geweer. Dat betekent dat er iets kan gebeuren. Er worden meer mensen gedood bij incidenten dan we in het westen meekrijgen. Maar Palestijnse christenen horen er natuurlijk wel over. Ze zijn ook bang dat iemand zegt: „Nee, je mag er niet door.” Verder denken ze: „Hoe moet het als de weg straks opeens is afgesloten en ik niet naar huis kan?” Die onzekerheid maakt het voor hen ontzettend moeilijk.

Palestijnse christenen hebben geleden onder oorlogen. Ze hebben de Ottomaanse, Britse en Jordaanse overheersing gekend. En dan is er nu de Israëlische controle. In Taybeh ontmoette ik iemand die een grote hoeveelheid fruit in de koelkast had. Dat was genoeg voor een gezin van tien, maar hij was alleen. De angst voor een uitgaansverbod zat er bij hem nog steeds in. Deze man had in Ramallah gewoond en daar waren veel uitgaansverboden geweest. Naar zijn idee kon dat opeens weer gebeuren.”

Is emigratie nog steeds een probleem?

„O ja. Als je jongeren van zestien vraagt of ze weg willen, dan zegt zeker de helft ja. Als ze wat ouder worden, voelen ze zich wat verantwoordelijker. Dan willen ze mogelijk blijven. Elke jongere denkt over emigratie na en een op de drie overweegt het serieus. Hiervoor zijn meerdere verklaringen aan te wijzen, maar de meeste Palestijnse christenen zullen zeggen dat de bezetting de belangrijkste reden is om uit het land te vertrekken. Soms willen mensen in Nederland dat niet erkennen, maar dat is wel het geval. De ervaring van Palestijnse christenen is een ervaring van bezetting.”

Hoe zijn de verhoudingen met moslims?

„Niet zo rooskleurig. De islam wordt radicaler. Als reactie daarop wordt ook het christendom radicaler. Christenen zetten zich af tegen de radicale islam. Maar dat wordt vervolgens een zich afzetten tegen de islam in zijn geheel. Moslims en christenen zijn twee verschillende groepen, die zich niet vermengen.”

Hoe uiten de spanningen zich?

„In Taybeh deden christenen ontzettend hun best om te voorkomen dat er een moskee in het dorp kwam. Ze vertrouwen moslims niet. Ze voelen zich ook heel klein tegenover hen. Palestijnse christenen vormen maar een of twee procent van de bevolking; moslims 98 of 99 procent. Ze zijn altijd bang dat ze worden overheerst.”

ALMU20180805_2789
ELIZABETH MARTEIJN: „Palestijnse christenen voelen zich verkeerd begrepen of zelfs volledig in de steek gelaten door grote groepen westerse christenen”

Doet er zich geweld voor tussen beide groepen?

„Als er geweld is, dan is dat tribaal geweld tussen families en dorpen. In 2005 was er ruzie tussen twee families uit twee verschillende dorpen. De ene familie was christelijk, de ander islamitisch. Dat werd een conflict tussen christenen in Taybeh en moslims uit Deir Jarir. Toen zijn er meerdere huizen van christenen platgebrand. Dat herinneren de mensen zich goed. Religie kan misschien een versterkende rol hebben gespeeld, waardoor het harder botste. Maar het was zeker niet de aanleiding. De aanleiding was een ruzie om een vrouw.

Christenen worden wel gediscrimineerd. Een christenmeisje vertelde me dat ze geen baan kon krijgen omdat ze een hijab moest dragen. Ze zei: „Dat doe ik niet, want ik ben een christen. Ik ga niet met een hoofddoek rondlopen.” Anderzijds hebben christenen mij ook verteld dat zij gemakkelijker dan moslims toestemming krijgen om naar Jeruzalem te reizen, en minder problemen ondervinden bij militaire wegversperringen. Bovendien is het aantal christenen dat voor de Palestijnse Autoriteit werkt naar verhouding groter dan het percentage christenen onder de bevolking.”


Palestijnse christenen ondervinden minder problemen bij militaire wegversperringen


Speelt het gebed een rol bij de verwerking van het leed?

„Bidden doen ze in de kerk, samen met anderen. Het collectieve gebed is belangrijker dan het individuele gebed. Dat is dus anders dan bij protestanten.

Ze ervaren lijden op een andere manier dan christenen in Nederland. Lijden nemen ze als iets dat bij het leven hoort. Het overkomt je en dat is de wil van God. Je moet het accepteren als een familielid sterft of als je ziek bent of geen baan kunt vinden.

Ik heb Palestijnse christenen gevraagd of ze denken dat ze gestraft worden door God vanwege alles wat hen in politiek opzicht overkomt. Maar ze zien dat niet als straf. Ze vinden het eerder moeilijk om te begrijpen hoe Israël bepaalde dingen kan doen. Ze vinden dat Israël zich dient te gedragen als een voorbeeld. Dat is momenteel niet het geval.”

Dus ze zien Israël wel als volk van God?

„Daar wordt niet aan getwijfeld. Palestijnse christenen geloven dat het volk Israël een speciale rol heeft. Maar dat betekent volgens hen niet dat het daarom land mag afpakken. Ze spreken ook niet negatief over Joden. Ze spreken niet eens negatief over de staat Israël. Wel over het zionisme en de politiek die Israël momenteel voert. Het ligt dus niet zo zwart-wit als vaak wordt gedacht. Sommige christenen werken zelfs bij de kolonisten in de Joodse nederzettingen.

Ik heb wel gezien dat er sprake van vervangingstheologie is. Maar Palestijnse christenen twijfelen niet aan de voorbeeldrol die Israël in de Bijbel heeft. Ze twijfelen er ook niet aan dat Jezus een Jood was. De voormalige Palestijnse leider Yasser Arafat zei dat Jezus een Palestijn was, maar de gewone Palestijnse christen zegt dat niet.

Ze zeggen wél dat het Joodse volk is veranderd. De Joden hebben zich over de hele wereld verspreid en zijn vermengd met andere volken. Dat geldt ook voor henzelf. Palestijnse christenen zien zichzelf als afstammelingen van Joden, maar ook van Kanaänieten en van andere volken.

Palestijnse christenen voelen zich deel van het land en van het volk van God in geestelijke zin. Net zoals Nederlandse christenen ook kunnen geloven dat zij bij het volk van God horen.”

Hoe gaan Palestijnse christenen om met het Oude Testament?

„Het Oude Testament wordt gewoon gelezen. Christenen in Taybeh geloven bijvoorbeeld dat Gideon in hun dorp het wonderteken ontving van de geitenvacht die droog bleef. Ze weten zelfs precies op welke plek dat gebeurde. Ze voelen zich met dat verhaal verbonden. Ook weten ze zich verbonden met onder anderen Abraham, Mozes en Elia.

De evangeliën hebben weliswaar hun voorkeur, maar dat geldt ook voor veel Nederlandse christenen. Maar het is opeens problematisch als dat bij Palestijnse christenen ook zo is. Dat is niet helemaal eerlijk. Het probleem dat zij met het Oude Testament zouden hebben, wordt veel groter gemaakt dan het in werkelijkheid is. Palestijnse christenen hebben te kampen met allerlei vooroordelen en meningen die mensen over hen hebben. Dat is heel moeilijk voor hen.”

Hoe ziet u de toekomst van de gewone Palestijnse christenen op de Westoever?

„Ik kan niet voorspellen hoe die eruitziet. Maar ik denk dat het een moeilijke en onzekere toekomst zal zijn. Migratie is een groot probleem. Sommige christenen betwijfelen of er over tien jaar nog christenen zijn. Ze zijn bang dat het christendom verdwijnt. Maar er zijn ook christenen met hoop. Die zeggen: „We zijn hier al 2000 jaar, dus met Gods hulp kunnen wij ook deze uitdaging aan.”

Ik zou Nederlandse christenen willen aanmoedigen om in het persoonlijk gebed voor Palestijnse christenen te bidden. Predikanten wil ik vragen om in de kerk niet alleen voor Joden of Messiaanse Joden te bidden, maar ook voor Palestijnse christenen. Deze groep wordt doorgaans vergeten, terwijl ook zij het gebed hard nodig hebben.


Migratie is een groot probleem


Daarnaast zou ik mensen willen stimuleren om tijdens een verblijf in Israël de Palestijnse christenen op te zoeken. In de zomer reizen veel Nederlandse christenen naar Israël voor vakantie, pelgrimage of vrijwilligerswerk. Hoewel een gezonde liefde voor Israël mooi kan zijn en het Jodendom een fascinerende religie is, vind ik het jammer dat veel christenen geen bezoek brengen aan hun broeders en zusters in het geloof. Palestijnse christenen voelen zich verkeerd begrepen of zelfs volledig in de steek gelaten door grote groepen westerse christenen. Ze zullen het daarom als een bemoediging ervaren als een toerist hen tijdens de zondagse dienst bezoekt.”


image001.png

Jemima is een christelijke organisatie die zich richt op het verlenen van zorg aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking op de Westelijke Jordaanoever.

www.jemima.nl


 

%d bloggers liken dit: