De zuidelijke vestingstad

Als de Israëlieten zeiden ‘Van Dan tot Berseba’ (Richteren 20:1) bedoelden ze: in het hele land. Ze woonden in het gebied tussen Dan in het noorden tot Berseba in het zuiden. Berseba was dus een grensstad, met de Filistijnen en de Amalekieten als buurvolken. De Israëlieten zagen geen kans het land ten zuiden van het vestingstadje onder controle te houden.

Archeologen denken dat we het bijbelse Berseba moeten zoeken op Tel Beer Sheva, de archeologische heuvel die ongeveer vijf kilometer ten oosten van de moderne woestijnstad Beersjeva in de Negev ligt. De tel (heuvel) steekt meer dan driehonderd meter boven de zeespiegel uit en ligt in een vallei ten noorden van de beek Beer Sheva. In de buurt mondt de beek Hebron in de Beer Sheva beek uit. Een waterrijk gebied dus, dat leven in deze vrij droge streek mogelijk maakte.

De vallei rondom de beek Beer Sheva vormt samen met de Vallei van Arad het grensgebied tussen de heuvels van Judea in het noorden en de bergen van de Negev en de Sinaï in het zuiden. De vallei was tevens een gebied waar de mensen vanuit de Arava (de lage streek ten zuiden van de Dode Zee) naar de Middellandse Zee konden reizen.

Regen

Gemiddeld valt hier per jaar ongeveer 200 millimeter regen. Dat betekent dat deze regio ook de grens vormde tussen de gebieden in het noorden waar landbouw nog mogelijk was en het zuiden waar zich alleen nomaden waagden.

De tel ligt tegenwoordig in Israëls nationale parken. Bij de ingang kunnen bezoekers een helm uit een grote kist pakken. Deze moeten ze opzetten als ze het watersysteem van het oude stadje bekijken. De veiligheidsmaatregel is geen overbodige luxe, want hier en daar is het ruwe rotsstenen plafond in de tunnel laag.

 In het watersysteem van het oude Berseba. Door de tunnel hadden de bewoners tijdens belegering toch water. 

Het watersysteem voorzag de bewoners in tijden van belegering van water, zodat ze zich niet buiten de stadsmuren behoefden te begeven. De Hebron-beek zorgde voor aanvoer van water in de tunnel.

Abraham

Net buiten de ingang van de tel ziet de bezoeker een waterput. Dit is mogelijk de put waar de Bijbel over spreekt in Genesis 21: 25. Abraham verweet Abimelech, de koning van de plaats Gerar, dat zijn knechten zich deze hadden toegeëigend. De waterbronnen waren zeer belangrijk voor rondtrekkende nomaden. Beide mannen legden het conflict bij door een bondgenootschap te sluiten, waarbij Abraham zijn concurrent zeven ooilammetjes gaf. De betekenis van de naam Berseba is dan ook ‘de bron van de zeven’ of ‘de bron van de eed’.

 Schoolkinderen wandelen langs de waterput van Tel Beersheba. Mogelijk gaat het hier om de put waar Abraham gebruik van maakte.

Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de stad al in het vierde millennium voor Chr. – dus circa 2000 jaar voor Abraham – bewoond was. Het stadje kwam pas onder stevige controle van de Israëlieten toen koning David het in ongeveer 970 voor Chr. versterkte.

De plaats bleef klein: het aantal bewoners – soldaten en ambtenaren – in de achtste eeuw voor Christus moet ongeveer 300 geweest zijn. De andere Israëlieten woonden in de streken er omheen. Uit de vondst van een altaar, dat naar het Israël Museum in Jeruzalem is gebracht, blijkt dat de bewoners ook afgoderij pleegden, zoals de profeet Amos zegt (5:5, 8:14).

“Omdat zij daar een eed zwoeren heet die plaats Berseba.” (Genesis 21:31, NBV).

Beeld boven: Vanaf de uitkijktoren op Tel Beer Sheva. Het bijbelse Berseba was een kleine maar belangrijke plaats waar militairen en ambtenaren woonden. © Alfred Muller

Dit artikel verscheen ook in Israel Aktueel.


image001.png

Jemima is een christelijke organisatie die zich richt op het verlenen van zorg aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking in Bethlehem. Maakt u dit mede mogelijk?

www.jemima.nl


House of Light logo

Kinder- en tienerwerk met Arabische en Joodse kinderen en tieners – helpen van gevangenen – bijstaan families in nood – werken aan verzoening tussen Joden en Arabieren.

houseoflight.net
holight@xs4all.nl