Interview met Micha Bar-Am

Het fotopersagentschap Magnum plaatste vandaag op zijn FaceBook pagina een interview met Micha Bar-Am.

Ik sprak ruim twee jaar geleden met Micha Bar-Am ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van Israël.  De ontmoeting vond plaats in een uiterst rumoerige coffeeshop in het Tel Aviv gebied.

Zijn grote doorbraak kwam in 1967. Fotograaf Cornell Capa van fotobureau Magnum kwam naar Israël om een vervolgverhaal te maken over zijn broer Robert Capa, die foto’s had gemaakt van het ontstaan van Israël. Omdat Bar-Am de Capa-Chimprijs had gewonnen, was het logisch dat ze elkaar zouden ontmoeten. Capa had een gids en chauffeur nodig, die het land en de taal kende. Toen de oorlog dat jaar uitbrak, werkten ze ook samen. Daarna verschenen zijn foto’s in Life Magazine . Cornell Capa stelde voor dat hij betrokken zou worden bij Magnum.

In 2008 had ik een interview met Bar-Am voor het Reformatorisch Dagblad.

Lees het interview hieronder.

080423 Micha Bar-Am en Alfred 1 copy (1)


„Fotografie gaat ook over verantwoordelijkheid”

Met zijn camera legde Micha Bar-Am indrukwekkende momenten in de geschiedenis van de staat Israël vast. Terugblikkend op zijn carrière zegt de in 1930 in Berlijn geboren fotojournalist: „Voor een fotograaf bestaat er in dit land tenminste geen saai moment.”

Bar-Am woont in Ramat Gan, een stad bij Tel Aviv. Het gezin waarin hij geboren werd, overleefde de Tweede Wereldoorlog doordat zijn vader begreep dat hij Duitsland moest verlaten. Het was de tweede keer dat hij vluchtte: eerder liet hij het Oekraïense Odessa achter zich vanwege pogroms.

De vader van Micha Bar-Am investeerde het geld dat hij had meegenomen in een ijsfabriek in Haifa, in Palestina. Hij veronderstelde dat er in een warm land altijd vraag naar ijs zou zijn. Nadat de Arabische opstand uitbrak, brandde de ijsfabriek tot de grond toe af. Zijn vader besloot daarop als wegarbeider de kost te verdienen.

Micha Bar-Am groeide op in Haifa, een stad met een gemengde Arabisch-Joodse bevolking. „Ik was een heel goede student in de vakken die mij interesseerden. De meeste tijd bracht ik echter aan het strand en in de bazaar door. Ik had op school een uitstekende leraar Arabisch. Tijdens vakanties nam hij mij mee naar bedoeïenenstammen in de Negev. We overnachtten in bedoeïenententen; een zeer romantisch en exotisch avontuur voor een jongeman als ik.”

Banketbakkersvak

Micha’s vader vond het prima dat zijn zoon niet naar de middelbare school ging, er was geen geld voor. Op zijn verzoek leerde hij in de praktijk het banketbakkersvak. Micha ging echter aan het werk in de haven van Haifa. Tegelijkertijd diende hij net als veel van zijn leeftijdsgenoten in de ondergrondse, die poogde de Britten het land uit te krijgen.

Op 14 mei 1948 verlieten de Britten officieel Palestina. Dezelfde middag riep David Ben Gurion de Joodse staat uit in het Museum van Schone Kunsten in Tel Aviv. Dat werd verondersteld een geheime bijeenkomst te zijn, zodat de Britten die niet konden verstoren. De Joden waren vol hoop en tegelijk bezorgd. Er waren op dat moment ruim 600.000 Joden in het land. Onmiddellijk nadat de staat Israël was uitgeroepen, werd het land aangevallen door Egypte, Syrië, Jordanië, Irak, Libanon en Saudi-Arabië.


Onmiddellijk nadat de staat Israël was uitgeroepen, werd het land aangevallen door Egypte, Syrië, Jordanië, Irak, Libanon en Saudi-Arabië


Bar-Am moest direct het leger in en diende in de Palmachmilitie, een elite-eenheid. Hij werd naar het vliegveld Sde Dov, bij Tel Aviv, de Judese heuvels en de Negev gestuurd.

Bar-Am en zijn vrienden besloten direct na de oorlog een kibboets te beginnen. Hun droom was een samenleving waarin mensen voor elkaar opkomen, waarin iedereen bijdraagt aan de toekomst van het land. Zo begonnen ze de kibboets Malkiya aan de Israëlisch-Libanese grens. In de jaren vijftig echter splitste de kibboetsbeweging zich in een gematigd links en een radicaal-links deel. Micha vertrok naar een andere kibboets, Gesher HaZiv. „Ik begon met het fotograferen van het leven in de kibboets. Voor mij was dat heel spannend. Het was namelijk een experiment. Op vrijdagen organiseerde ik kleine exposities over het leven in de kibboets.”

Chauffeur

„Tegelijkertijd raakte ik zeer geïnteresseerd in archeologie. In de jaren vijftig deed zich een indrukwekkende ontwikkeling voor. Het bleek dat de Dode Zeerollen, die in 1947 waren ontdekt, slechts het topje van de ijsberg vormden. De geruchten deden de ronde dat bedoeïenen grotten afspeurden op zoek naar nog meer rollen.

Er werd een kleine groep van archeologen en vrijwilligers gevormd. We probeerden de bedoeïenen voor te zijn. Zo raakte ik betrokken bij de zoektocht naar overblijfselen van de opstand tegen de Romeinen bij Massada en in de Judese woestijn. Ik leende camera’s van Amerikaanse bewoners van de kibboets. Op deze manier werden mijn eerste foto’s in landelijke tijdschriften gepubliceerd. Ik ontdekte dat de kans toenam dat ze werden geplaatst als ik er begeleidende tekst bij leverde.

De omstandigheden in de woestijn waren zwaar. Tijdens de zoektocht naar wat onze voorvaders 2000 jaar geleden hadden achtergelaten, kropen we in grotten door het stof. We troffen schedels aan; de Romeinen hadden de grotten belegerd waar de opstandelingen zich verborgen hielden. Ook vonden we kindersandalen en brieven van Bar Kochbah, de leider van de opstand tegen de Romeinen. Het was bijzonder om documenten te vinden die we konden lezen.”

Aanvankelijk was Bar-Am een avonturier die op spannende gebeurtenissen afkwam. Het fotograferen was bijzaak. In 1953 kocht hij een tweedehands Leica. In eerste instantie maakte hij vooral gebruik van een 55 millimeterlens, later van een exemplaar van 35 millimeter. Zijn eerste boek, ”Across Sinai”, had de Sinaï-oorlog van 1956 als thema. Daarna vroeg het militair tijdschrift Bamachane hem in dienst te treden als fotograaf. In 1959 en 1960 verwierf Bar-Am faam door het winnen van de Capa-Chimprijs.


Aanvankelijk was Bar-Am een avonturier die op spannende gebeurtenissen afkwam. Het fotograferen was bijzaak


De grote doorbraak volgde in 1967. Cornell Capa van het bureau Magnum maakte in Israël een fotoverslag over zijn broer Robert Capa, die een fotoreportage had gemaakt rond het ontstaan van Israël. Omdat Bar-Am de Capa-Chimprijs had gewonnen, was het logisch dat ze elkaar zouden ontmoeten. Capa had een gids en een chauffeur nodig die het land en de taal kende. Toen in datzelfde jaar de Zesdaagse Oorlog uitbrak, ontstond een samenwerking tussen de twee. Daarna verschenen de foto’s van Bar-Am in Life Magazine. Cornell Capa stelde voor dat Bar-Am bij Magnum in dienst zou treden.

Schaduw

Bar-Am werd ook fotocorrespondent voor het Amerikaanse dagblad The New York Times. Hij bleef dat tot 1992. Tijdens de Jom Kipoeroorlog fotografeerde hij aan het Suezkanaal en op de Golanhoogte.

Tevens was hij van 1977 tot 1992 hoofd van de afdeling fotografie van het Tel Aviv Kunstmuseum. Amerikaanse universiteiten nodigden hem uit les te geven. „Het licht in het Midden-Oosten is zeer fel. Een fotograaf kan dat licht niet beheersen. Hij moet dus het beste proberen te maken van de schaduw.”

Bar-Am publiceerde niet al zijn foto’s. Na de verovering van de Oude Stad van Jeruzalem door Israëlische troepen in de Zesdaagse Oorlog van 1967 maakte hij een foto van de Israëlische vlag die aan de Rotskoepel op het Tempelplein hing. „Toenmalig minister van Defensie Moshe Dayan gaf kort daarna bevel de vlag weg te halen. Ik geloof dat dit de juiste beslissing was. Het aanbrengen van de vlag was een spontane, provocatieve en onnodige daad. Ik geloof niet dat ik een foto moet publiceren die hetzelfde kan veroorzaken als wat er gebeurde na de publicatie van spotprenten van de profeet Mohammed in Deense kranten. Fotografie gaat ook over verantwoordelijkheid en terughoudendheid. Vrijheid van meningsuiting is niet heilig. Ik hoop dat mensen aan het denken worden gezet als foto’s niet worden gepubliceerd.”


Fotografie gaat ook over verantwoordelijkheid en terughoudendheid


Bar-Am is er zich van bewust dat partijen in conflictsituaties de media voor hun karretje proberen te spannen. Hij schrijft in zijn boek ”Our Daily Bread” dat niemand de slag om beelden kan winnen. „Elke dag op dezelfde tijd gingen de internationale media naar een Israëlische wegversperring waar Palestijnen stenen gooiden naar militairen. De foto van een Palestijnse jongen met een slinger tegenover een grote Israëlische tank creëerde het symbool van David-en-Goliath.”

„Wat ik de laatste jaren heb waargenomen is dat de media onvoldoende op de hoogte zijn van de complexiteit van het Arabisch-Israëlische conflict”, schrijft Bar-Am. „Sommige mensen die zichzelf als journalist beschouwen, komen met vooropgezette meningen over het conflict. Velen van degenen die naar Israël en de Palestijnse gebieden gaan, zijn zelfbenoemde vredestichters. Ze hebben besloten de ene of de andere partij te haten.”

==> http://www.michabaram.com