Naar het oude Sebaste of Samaria

Het oude Sebaste of Samaria

Wie de naam Samaria hoort, zal waarschijnlijk denken aan een streek. Maar Samaria is ook de naam van een stad. Andere namen voor deze stad zijn Shomron of Sebaste. In de Bijbelse tijd was het een van de belangrijkste steden in het land. De geschiedenis van de stad begon met koning Omri (ca. 882-871 v.Chr.). Hij verplaatste zijn hoofdstad van Tirsa naar een berg die hij kocht van een zekere Semer. Hij noemde de honderd meter boven het landschap uitstekende plek Samaria, naar zijn vorige eigenaar. Het gebied behoorde tot ‘de bergen van Efraïm’.

Omri en zijn zoon Achab (871-852 v.Chr.) maakten er een mooie stad van. Samaria was 150 jaar lang het culturele en politieke centrum. Na Omri regeerden alle koningen van het tienstammenrijk Israël vanuit deze stad. De Israëlieten legden terrassen aan om het landschap beter geschikt te maken voor landbouw.

Maar er was ook een negatieve kant aan Samaria. Het was namelijk de stad waar afgoderij bloeide. Omri en Achab waren koningen die deden “wat slecht [was] in de ogen van de Heer” (1 Koningen 16:25). Profeten veroordeelden de afgodendienst en het onrecht. De profeet Amos (ca. 760 tot 750 v.Chr.) leverde zware kritiek op koning Jerobeam II (784-748 v.Chr.) omdat hij de armen en zwakken uitbuitte (4:1). Jesaja (8:4) en Micha (1:6-7) voorspelden de ondergang van de stad.

Diverse expedities werden opgezet om de plek te onderzoeken. Archeologen geloven tegenwoordig dat de plek ook al voor Omri in gebruik was, namelijk voor wijn- en olieproductie. Onderzoekers ontdekten dat Omri op de top van de heuvel een akropolis met paleizen en tempels bouwde, die door een muur en de stad werd omgeven. Ze vonden er ook potscherven en tweehonderd ivoren fragmenten in Fenicische stijl. Deze zijn mogelijk afkomstig uit “het paleis van ivoor” (1 Koningen 22:39), dat Achab voor prinses Izebel uit Tyrus liet bouwen. (1 Koningen 16:32). Opvallend is dat op de scherven ook namen van plaatsen staan, die de Bijbel nergens noemt.

De Assyriërs trokken verschillende keren tegen Samaria op. Sargon II (721-705 v.Chr.) versloeg de stad definitief en voerde de bewoners weg. Bewoners uit andere delen van het Assyrische rijk vestigden zich in Samaria. In 331 v.Chr. nam Alexander de Grote Samaria in en liet er Macedoniërs wonen.

In 108 v.Chr. verwoestte Johannes Hyrcanus de stad. De Hasmoneeën legden de inwoners het judaïsme op. Keizer Augustus (27 v.Chr.-14 n.Chr.) gaf de stad aan koning Herodes. De vorst gaf haar de naam Sebaste, het Griekse woord voor Augustus. Herodes’ bouwlust zorgde ervoor dat er nieuwe bouwwerken in de stad verschenen: een hippodroom, theater, forum en een tempel voor de keizer. In de Eerste Joodse Oorlog tegen de Romeinen (66-70 n.Chr.) werd de stad verwoest. Maar de stad werd weer opgebouwd en keizer Septimius Severus (193-211 n.Chr.) gaf Sebaste speciale stadsrechten.

In de vierde eeuw vestigt zich er een bisschop. Volgens een vroege christelijke traditie werd op deze plaats het hoofd en het lichaam van Johannes de Doper begraven. De ruïnes van de Byzantijnse kerk die op deze plaats werd gebouwd, zijn nog te zien.

Samaria bevindt zich tegenwoordig ten noorden van Nabloes. De Palestijnse Autoriteit heeft plannen voor de ontwikkeling van het gedeelte dat het onder bestuur heeft. Ontwikkeling van deze belangrijke archeologische plaats is inderdaad hard nodig. De plaats is moeilijk bereikbaar en er zijn geen hekken langs de wandelpaden om bezoekers te beschermen tegen een mogelijke val in een van de diepe kuilen. Deze plaats, fraai in het landschap gelegen, verdient meer bezoekers dan het nu krijgt.

%d bloggers liken dit: